Onveilige geschiedenis

`Zelden heb ik zoo'n prettigen dag gehad', is één van de beroemdste citaten uit de Nederlandse sportliteratuur. Het was de conclusie van Pim Mulier, die op 21 december 1890 langs alle elf steden van Friesland schaatste. `De afstand bedraagt ca. 185 km en wordt gewoonlijk binnen de 15 uur, doch meestal in 15 uur afgelegd.' Dit verhaal is de basis van de huidige Elfstedentocht, die op 2 januari 1909 voor de eerste maal werd gereden. De winnaar van dat jaar schreef ook iets op en won daarmee zelfs een prijs.

Theoloog Minne Hoekstra uit Warga was de eerste officiële Elfstedenwinnaar. Na afloop van zijn zegetocht pakte hij pen en papier en schreef op wat hij had ervaren op die glorieuze dag. Er was namelijk nog een wedstrijd: wie had het beste verhaal over de race. Dat was opnieuw Hoekstra en wéér had hij een prijs te pakken.

Volgens schaatskenner Marnix Koolhaas is die verteltraditie onlosmakelijk verbonden met de Elfstedentocht. `Het is een direct bewijs voor de stelling dat de Elfstedentocht ten diepste verankerd is in de Nederlandse volkscultuur.' De oudste vertelling over deze schaatstocht is van 1749. Volksdichter Boelardus Augustinus van Boelens, die zich verschool achter het pseudoniem B. Bornius Alvaarsma, schreef toen: `'t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden, en nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, te Bolsward in den stal, bij Vetlap van den Hoek.'

Voor historici is die verteltraditie erg prettig, want het geeft veel houvast bij onderzoek naar het schaatsen in Friesland. Anders hadden we vermoedelijk nooit geweten dat al meer dan 250 jaar geleden op één dag de schaatstocht werd gemaakt van tussen de 150 en 200 kilometer. (De lengte hangt af van de stad waarin iemand begint en welke route wordt genomen.)

Dit soort bronnen is een luxe, die we niet kunnen onderschatten. Oral history en ego-documenten in jargon – ze zijn onmisbaar voor de sportgeschiedenis. Dat sporters hun eigen herinneringen vastleggen, al dan niet in hanenschrift en steenkolenliteratuur, geeft meer informatie dan het verslag van het bestuur, dat een wedstrijd organiseert en zichzelf daarna de hemel in prijst. Er loopt daarom nu al enkele jaren een project om nog levende Nederlandse sporters, die aan de Olympische Spelen hebben deelgenomen, uitgebreid te interviewen over hun leven en hun sport.

Het is niet altijd even betrouwbaar, omdat de herinnering vervormt. Het is wel veel beter dan de brave weergave van nota's, noten en notulen. Die `Brave Geschiedenis' zal de veilige kant zijn tijdens een wetenschappelijk dispuut, maar door die verteltraditie wordt het verleden een stuk boeiender, levendiger en evenwichtiger. Het is de onveilige kant tijdens een historische discussie, maar pas dan wordt geschiedenis weer het heden, dat is geweest.

jurryt@xs4al.nl

    • Jurryt van de Vooren