Met tachtig specialisten terreur bestrijden

Tjibbe Joustra is nationaal coördinator terrorismebestrijding. Hij werkt aan de opzet van een nieuwe organisatie tegen terreur. ,,Je moet niet alleen jezelf coördineren.''

De beveiliging van 's lands coördinator op het gebied van terrorismebestrijding is niet optimaal. Wie op een willekeurige donderdagmiddag diens kantoor in een zijarm van het Haagse stadhuis betreedt, kan zonder toegangspasje, volledig ongecontroleerd, doorstomen naar de werkkamer bovenin het gebouw. Een passerende ambtenaar haalt ongevraagd zijn eigen pasje tevoorschijn om de vreemdelingen met een joviale armzwaai binnen te laten.

De nationale coördinator terrorismebestrijding is niet onder de indruk, of laat het in elk geval niet merken. Tjibbe Joustra, de oud-voorzitter van het UWV, heeft zich de afgelopen maanden gestort op het opzetten van een nieuwe overheidsorganisatie die leiding moet geven in de strijd tegen het terrorisme. Een van de uitkomsten is dat het ministerie van Justitie een doorslaggevende rol gaat spelen in crisissituaties, bóven het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat gewoonlijk voorop gaat in de rampenbestrijding.

Hoe de organisatie er precies uit komt te zien is ,,nog niet helemaal helder'', maar volgens Joustra staat het vast dat er cruciale ,,onderdelen van de twee departementen worden samengebracht in de nieuwe organisatie'', het bureau van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Dat betekent dat ook de veiligheidsdiensten en de politie in tijden van crisis onder de ,,doorslaggevende bevoegdheid'' van de minister van Justitie zullen vallen. Gewoonlijk vallen deze diensten onder Binnenlandse Zaken. ,,Door de gemeenschappelijke voorbereiding, met de onderdelen Justitie en Binnenlandse Zaken, zijn de verschillen van mening opgelost'', zegt Joustra.

Hoe gaat de organisatie eruit zien?

,,We zullen gebruik maken van detachering van specialisten van al die diensten, zoals de marechaussee, de douane, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, onder de nationale coördinator. Ik denk aan een apparaat van ongeveer tachtig specialisten. Het moet niet groter worden, want dan ben je alleen maar bezig jezelf te coördineren.''

Het gaat over instanties die in het dagelijks leven onder een heel ander departementaal regime vallen, niet onder Justitie.

,,Als de wil tot samenwerken er niet is, kun je regelen tot je een ons weegt. Het is van belang dat die diensten het gevoel hebben dat het gaat om een urgent probleem waarvan de maatschappij verwacht dat er eendrachtig wordt opgetreden. Dat vijandelijk kamp is er, niet het andere departement, maar de terrorist. Dat maakt het misschien wat makkelijker. Dat is ook mijn ervaring van mijn gesprekken met de diensten.''

Hoe kan de minister van Justitie zijn leidende rol waarmaken?

,,Onderdelen van Justitie en Binnenlandse Zaken moeten gestroomlijnd worden en ondergebracht in de nieuwe organisatie. Want het kan niet zo zijn dat er op de departementen nog schaduworganisaties achterblijven die vanuit hun eigen invalshoek opereren in zaken waarover ik de ministers moet adviseren. Iemand moet in het ultieme geval de knoop doorhakken én verantwoordelijkheid nemen. In die lijn is het logisch dat de ultieme verantwoordelijkheid bij de minister van Justitie ligt. En dan is het ook normaal dat daar de bevoegdheden liggen.''

Is het niet gemakkelijker om de departementen samen te voegen, zoals minister Donner onlangs opperde?

,,Je moet terughoudend zijn met het zonder meer samenvoegen van ministeries of onderdelen daarvan. Daar ben je een paar jaar mee bezig, en daar hebben we de tijd niet voor. Deze voorstellen zijn op korte termijn te realiseren. En bovendien, een nieuwe bevelsstructuur biedt geen garanties dat dat die dienst dan ook geïntegreerd is in het totaal.''

Hoe spiegelt Nederland zich in internationaal verband?

,,Ik heb daarover gesproken met de EU-coördinator terrorismebestrijding, Gijs de Vries. Naar zijn mening gaat een aantal landen dezelfde richting op. Als wij ons ergens aan spiegelen dan is dat aan het Britse model. Ik denk dat het daar behoorlijk goed georganiseerd is. Die hebben helaas ook een zekere traditie. Een aantal van onze voorstellen, zoals de dreigings- en analyse-unit, is daarop geïnspireerd. In Groot-Brittannië is die unit ook gebaseerd op detachering. Hun organisatie geeft ook adviezen aan lagere overheden als het gaat om soft targets, zoals grote evenementen of het openbaar vervoer. Er is nu in Nederland geen organisatie die dat doet. Je hoeft niet zo vaak in Londen te komen om oefeningen in metrostations en dergelijke mee te maken. De gestructureerde aanpak daar strekt ons tot voorbeeld. Dat is hier niet op dat niveau.''

Vindt u het terreuralarm met een kleurencode, zoals de regering voorbereidt, zinvol?

,,Een terreuralarm kan belangrijk zijn voor economische sectoren of overheidsdiensten. Ik vraag me af of het effectief is voor burgers. Wat moet die burger doen als het kleurencode oranje is? Zo'n mededeling zegt de burger niet zo veel. Het is een prima instrument als je er maatregelen aan verbindt, maar dan per bedrijfstak, voor de energiesector, de hulpdiensten of de waterschappen. Defensie heeft dat, de NAVO heeft dat ook. Dat is effectief, want de mensen daar weten precies wat er van hen wordt verwacht.''

Voor de burger is zo'n kleurcode vooral een waarschuwing voor onbeheerde tassen in treinen.

,,Ja, maar dat kun je de burger ook gewoon vertellen.''

Hoe zwaar is de werkelijke dreiging in Nederland?

,,Dat is lastig aan te geven. Er vinden met een zekere regelmaat verkenningen plaats in Nederland, mogelijk ter voorbereiding op aanslagen, er zijn incidenten. Dat is niet iets om gerust over te zijn.''

Delen van de maatschappij zijn verontrust over de aantasting van de burgerlijke vrijheden door de nieuwe wetgeving.

,,Ik vind niet dat ik in mijn vrijheden wordt beperkt. Regels in het verleden zijn vaak gemaakt ter bescherming van verdachten, terwijl we nu een groter accent leggen op mensen die we beschermen tegen terreur. Maar daar zijn geen grondrechten mee in het geding. Wat er nu gebeurt vind ik zeer verantwoord.''

Het volgen van individuen zonder enige aanwijzing van een strafbaar feit is toch een schending van iemands recht. Zijn we in oorlog?

,,Nee, we zijn niet in oorlog. Maar omdat het hier gaat om potentiële terroristische acties die lijken op een oorlogstoestand is het gerechtvaardigd om maatregelen te nemen die verder gaan dat het gewone strafrecht. Voordat mensen worden geobserveerd of opgepakt moet er wel een vermoeden zijn, argwaan, een gevoel dat er iets niet in de haak is. Je kunt niet zo maar willekeurig iedereen volgen. Maar dit is de afweging die je maakt. Ik kan me goed voorstellen dat er anderen zijn die vinden dat we dit niet moeten doen. De Tweede Kamer moet aangeven of we dit willen.''

Blijft u nationaal coördinator als de nieuwe organisatie klaar is?

,,Mijn functie is tijdelijk. Ik zet de organisatie op en zal vertrekken als het functioneert. Dat zal na 1 januari 2005 nog een paar maanden duren.''