Leven tussen de bommen

De berichtgeving over Irak gaat alleen nog maar over geweld veel en gevarieerd geweld. Gisteren tientallen doden, vandaag meer dan honderd. Rebellen hebben hele steden in handen, de Amerikanen bombarderen hen en omliggende bevolking vanuit de lucht, terroristen blazen alles op waar ze zin in hebben en criminelen zorgen voor de rest. Burgers zitten zoals gewoonlijk tussen alle vuren.

Hoe voelt die burger zich intussen? Af en toe lees je een paar korte reacties van buurtbewoner Ali of Mohammed, bijvoorbeeld als de opstandige shi'itische geestelijke Muqtada Sadr weer eens in de aanval is gegaan in Najaf of als weer een zelfmoordterrorist zich in een stadscentrum heeft laten ontploffen. Maar het zijn vaak niet meer dan quotes bedoeld om het verhaal te verlevendigen. Reportages waarin de burger centraal staat worden schaarser naarmate het aantal bezoekende journalisten vermindert. Het gewone verhaal van de burger, zijn angsten en toch ook nog zijn vreugden, verdrinkt in het grote strategische veiligheidsverhaal: gaan de verkiezingen nog wel door? Kunnen de Verenigde Staten de oorlog om Irak verliezen?

Daarom zijn boeken als Het Huis van Khala van journaliste Minka Nijhuis zo interessant. De lezer kan nu eens in de huid van die burger kruipen en met hem meelopen. Saddam Hussein was een vreselijke onderdrukker maar een zekerheid, en sinds de Amerikaanse interventie is alles onzeker. De boel ontploft om de burger heen. Hoe leeft dat?

Minka Nijhuis heeft vorig jaar een tijd in Bagdad gewoond bij de acteur Abbas, zijn vrouw Ward en Wards moeder Khala. Ze gaat met de vrouwen mee naar de souq en de kapper, en met Abbas naar het theater. Ze praat met hen, ontmoet hun vrienden, feest met hen en deelt in hun zorgen. Wat zijn die inslagen? Waarom is Abbas nog niet thuis?

Intussen geeft het boek op microniveau de achtergrond van de teloorgang van de Amerikaanse plannen om Irak snel in een bevriend, democratisch land te veranderen. Via Abbas, Ward en Khala en hun vrienden en kennissen wordt duidelijk hoe de doorsnee-bevolking na de eerste blijdschap over Saddams val steeds anti-Amerikaanser wordt. Ward werkt bij het CPA, het Amerikaanse bezettingsbestuur dat tot 28 juni Irak regeerde, maar de buurt mag het niet weten, die zou dat niet begrijpen en accepteren. Die zou haar beschouwen als een collaborateur.

Er zijn zoveel redenen voor die ontwikkeling. Ward somt ze op: de culturele onverschilligheid van de Amerikanen, de onbekwaamheid van velen van hen die voor drie maanden op een contract naar Irak komen en vervolgens weer onbekommerd vertrekken, en hun gevoel van suprematie en arrogantie. `Ze doen alsof mijn land een woestijn is. Ze hebben er geen idee van dat wij als een van de eersten in de regio televisie hadden. Als je kunst, theater en cultuur zei, zei je Irak', zegt Ward. `Is het niet ironisch dat de nieuwe bestuurders even ver van de werkelijkheid afstaan als de man die daarvoor vanuit datzelfde paleis de dienst uitmaakte?'

Minka Nijhuis: Het Huis van Khala. Contact, 176 blz. €14,90