Kom, laat ons logisch zijn

Hoe moeten filosofie en wetenschap zich tot elkaar verhouden? Waar een filosoof als Descartes (1596-1650) er nog voetstoots van uitging dat filosofie één geheel vormde met de overige wetenschappen, daar zag John Locke (1632-1704) aan het einde van diezelfde eeuw voor de filosoof een veel bescheidener rol weggelegd. Filosofen waren volgens hem underlabourers die de weg vrij moesten maken voor de vooruitgang van de wetenschap. Locke was een empirist, iemand die meent dat alle kennis gebaseerd is op de zintuiglijke waarneming. In dat opzicht verschilde hij van Descartes, die als rationalist een veel groter vertrouwen had in het intellect. Beiden identificeerden de problemen waarmee filosofie en wetenschap tot op de dag van vandaag te kampen hebben: wat is de geest? Wat is betekenis? Wat is de relatie tussen onze alledaagse kijk op de werkelijkheid en het beeld daarvan in de natuurwetenschappen?

Het zijn precies deze vragen waarmee een van de grootste filosofen van de twintigste eeuw, de Amerikaan W.V. Quine (1908-2000), zich zijn leven lang bezig heeft gehouden, met in zijn kielzog een hele generatie filosofen. Quine was een empirist en schaarde zich dus aan de zijde van Locke. Tegelijkertijd was hij een veel beter logicus en wiskundige dan zijn grote Engelse voorganger; daarin is hij meer verwant aan Descartes. Quine's filosofische werk is een consequente uitwerking van het gedachtegoed van het empirisme, waarin hij echter een centrale rol aan de logica toekent. Net als de logisch positivisten van de Wiener Kreis, zoals Carnap, meende hij dat filosofie zich moet bedienen van natuurwetenschappelijke methodes, maar hij vond dat Carnap daarin niet ver genoeg gegaan was. Deze controverse en daarmee de vraag wat de plaats is van de wiskunde binnen de empirische wetenschappen staat centraal in Quine's oeuvre.

De hoogtepunten uit het filosofische werk van Quine zijn nu bijeengebracht in de voortreffelijke bloemlezing Quintessence. De samensteller, Roger Gibson junior, die van Quine's filosofie zijn levenswerk maakt, heeft bovendien in The Cambridge Companion To Quine een verzameling essays geredigeerd, waarin elf gerenommeerde filosofen cruciale onderwerpen uit Quine's oeuvre bespreken. Quine's filosofische artikelen zijn zeer compact geschreven, vaak technisch en moeilijk toegankelijk. Maar gezamenlijk vormen deze boeken een gedegen inleiding tot zijn wijsgerige werk.

Carnap

Quine's beroemde aanval op het oude logisch empirisme van zijn leermeester Carnap, het artikel `Two dogmas of empiricism', staat uiteraard in de bundel. Daarin ondermijnt Quine de overtuiging van het oude empirisme dat er maar twee soorten zinvolle uitspraken bestaan: empirische, die kunnen worden getoetst aan de werkelijkheid, en tautologische, die waar zijn op grond van de betekenis van hun termen (zoals `ongetrouwde vrijgezel'). Quine laat zien dat het begrip `tautologie' problematisch is, omdat het altijd al veronderstelt wat het duidelijk wil maken, namelijk dat iets `hetzelfde betekent'. Het oude empirisme van Carnap berust dus op drijfzand.

Gibson begint de bundel echter met het vroege essay `Truth by convention', waarin de jonge Quine concludeert dat de stelling van het logisch empirisme dat wiskundige waarheden berusten op afspraken in de taal, inhoudsloos is. Het conventionele karakter van de wiskunde was een noodoplossing voor het aloude probleem voor het empirisme hoe wiskundige kennis kon worden verklaard: Locke beargumenteerde tegen Descartes dat alle kennis, dus ook wiskundige, uiteindelijk berust op de waarneming. Maar dat is niet vol te houden, want als wiskundige waarheden ervaringsfeiten waren, zouden we die in beginsel moeten kunnen verbeteren door verder wetenschappelijk onderzoek. Maar je bedrijft geen wiskunde in een laboratorium; wiskundige kennis wordt vermeerderd door zuivere bewijzen te leveren.

Dus wat zegt Quine over wiskundige kennis? In `Two dogmas of empiricism' stelt hij dat de betekenis van woorden onder invloed van wetenschappelijk onderzoek verandert. Het woord `temperatuur' heeft nu een andere betekenis dan een paar eeuwen geleden, zoals `onderbewustzijn' in de dagen van Freud een andere betekenis had dan in het huidige tijdperk van de cognitiewetenschappen. De betekenis van taal verandert, stelt Quine, en aan het slot van zijn artikel stelt hij voor om de betekenis van woorden te zien als knopen in een netwerk dat wordt gevormd door onze taal. Aan de buitenkant van dat holistische netwerk van taal zitten woorden als `warm' en `rood' die direct op de waarneming betrekking hebben. Middenin het netwerk zitten woorden als `waar' en `twaalf' en andere wiskundige uitdrukkingen die veel minder gevoelig zijn voor de waarneming. Maar alles kan anders, luidt de radicale conclusie van Quine, als de nood om onze theorieën te herzien hoog genoeg is.

Samenhang

Wanneer moeten we de betekenis veranderen? Taal is volgens Quine een theorie, een net dat we over de werkelijkheid werpen. Zolang we succesvol zijn met dat net en veel vissen vangen, behouden woorden hun vertrouwde betekenis. Maar als de werkelijkheid weerbarstig blijkt en onze zintuiglijke ervaring botst met de betekenis van onze woorden, moeten we de betekenis van die woorden herzien. Omdat alle woorden van een taal met elkaar samenhangen, moeten we uiteindelijk ook bereid zijn de kernbegrippen uit ons netwerk te verbeteren. Bijvoorbeeld omdat de kwantummechanica een grotere verklarende kracht bezit dan de ouderwetse natuurkunde en eist dat we een kwantumlogica gaan gebruiken. Quine is dus bereid zelfs de klassieke wiskunde en logica op te geven, wanneer de empirie dat ons dwingt te doen. Menigeen ziet daarin een reductio ad absurdum van het empirisme, anderen prijzen Quine om zijn moed zover te gaan.

Hoe verdedigbaar Quine's nieuwe empirisme is, is het onderwerp van de meeste essays in The Cambridge Companion. Het ene essay plaatst dit in een historisch verband, het andere gaat er meer inhoudelijk op in, vanuit de taalfilosofie of de logica. Quine wilde begrepen worden en hij wordt begrepen. Deze bundel is geen slaafse exegese van zijn werk; de hommage bestaat uit kritische reflectie op het empirisme, waarvan Quine de mogelijkheden en onmogelijkheden heeft laten zien.

Roger F. Gibson (red.): Quintessence. Basic Readings from the Philosophy of W.V. Quine. Belknap Press, 448 blz. €45,80 Roger F. Gibson (red.): The Cambridge Companion to Quine. Cambridge University Press, 323 blz. €34,50

    • Menno Lievers