Klein meisje kan goed dansen

Het tragische lot van het tsarenpaar Nicolaas en Alexandra Romanov is op een tentoonstelling in Amsterdam vertederend verbeeld. Uit alles blijkt hoe ongeschikt ze voor hun functie waren.

Het menselijkst is hij op een amateurfilmpje waarin hij naakt in een rivier springt en zich met enkele al even blote vrienden onderdompelt in de waterpret. Een humorvolle, kleine, goedgebouwde man met een verzorgde baard die van het leven geniet en zich bij iedereen op zijn gemak voelt.

In zijn blote kont is zijn bestaan zorgeloos. Maar zodra hij zijn uniform aantrekt verliest hij zijn menselijkheid en is hij weer de tsaar aller Russen, Nicolaas II Romanov, de bloedige tsaar, de meedogenloze tsaar, de autocratische tsaar, de weifelende tsaar, de angstige tsaar, de domme tsaar, de contactgestoorde tsaar, de wantrouwende tsaar, de laatste tsaar.

Het waterpartijtje stemt je weemoedig, omdat het pas aan het slot van de tentoonstelling Nicolaas en Alexandra. Het laatste tsarenpaar wordt vertoond en je je dan al weer herinnert hoe zijn leven is geëindigd: als in een veel dramatischer film, waarin de hoofdpersoon en zijn gezin in de laatste minuten worden afgeslacht. Die speelfilm wordt de komende maanden vertoond in de zalen van de Hermitage aan de Amstel. Niet op celluloid, maar aan de hand van schilderijen, objecten en foto's, die van Nicolaas en Alexandra een intiemer beeld geven dan je bent gewend. Een beeld dat ze uit de geschiedenis trekt en gewone mensen van ze maakt, zoals je ze hoogstens kent uit hun briefwisseling, waarin ze tot op het laatst als verliefde kalfjes zijn.

De tentoonstelling voert je op een huiveringwekkende manier door het toch al zo dynamische Rusland van de kwarteeuw die voorafgaat aan de revolutie van 1917. In het begin stuit je meteen al op een vitrine met een elegant gesneden roodblauwe uniform van het Preobrazjenski-regiment, zoals Nicolaas dat moet hebben gedragen. Het is een uniform zoals het wel vaker in een museum is te zien. Maar zodra je het in gedachten de tsaar aantrekt krijgt het een verhaal. Nicolaas was kolonel in dat eliteregiment, een rang waarop hij trots was en die hij nooit zou willen inruilen voor die van generaal. Stom natuurlijk, omdat het hem in de Eerste Wereldoorlog de spot opleverde van zijn soldaten, die hem `kolonel Romanov' noemden en geen opperbevelhebber in hem zagen. Zo maakt het uniform van de tsaar een sukkel die geen verstand heeft van machtsverhoudingen, terwijl macht toch het voornaamste is wat een tsaar moet uitstralen. Voor soldaten die geen sterke leider hebben, ligt muiterij tenslotte voor de hand, zoals vanaf 1914 steeds vaker gebeurde.

De manchet van dat kolonelsuniform vertelt een ander verhaal: het telt drie knopen waarvan er slechts twee gesloten zijn. `Dat hoort zo', zei Nicolaas op parmantige toon als hij hierop werd gewezen. Het moet een reden zijn geweest waarom zijn vader, de vroeg overleden Alexander III, hem op zijn 23ste nog `klein meisje' noemde en meende dat zijn zoon niet voor staatszaken deugde. Want een kerel, zoals de ruwe bolster Alexander III die zijn land met straffe hand regeerde, is Nicolaas II toch echt niet te noemen. Hij kon weliswaar goed dansen, elegant paardrijden, raak schieten, keurig Engels spreken als een Oxfordstudent, beleefd zijn als geen ander – een familielid noemde hem de beleefdste man van Europa –, maar praktische kennis over het regeren van een enorm land als Rusland had hij niet. Hij wist dat van zichzelf, want toen zijn vader in 1894 plotseling overleed en hij tot het allerhoogste ambt werd geroepen, kermde hij: `Ik ben er niet op voorbereid tsaar te zijn. Ik kan geen rijk leiden.'

Hysterische vrouw

Die tragiek schuilt achter alles wat in de Hermitage aan de Amstel is geëxposeerd. Voeg daarbij de hysterie van zijn godsdienstwaanzinnige, bekrompen, mensenschuwe vrouw en het conservatieve beleid van zijn ministers in een tijd die om een constitutionele monarchie smeekte en je begrijpt waarom Nicolaas niet deugde voor het hoogste ambt in een land dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog een moderne Europese staat wilde worden en in die ambitie werd gehinderd door zijn vorst. Nicolaas behandelde zijn volk, net als zijn voorgangers, als achterlijke kinderen die aan een strenge vader meer hadden dan aan een grondwet.

Behalve bij zijn vrouw en kinderen vond Nicolaas steun bij het Russisch-orthodoxe geloof. Als hij, zoals op het kroningsschilderij van Laurits Regner Tuxen te zien is, met de kroon op zijn hoofd, scepter en wereldbol in zijn hand, door de aartsbisschop van Moskou wordt uitgenodigd het `symbool van het geloof' voor te lezen, geeft dat hem het gevoel door God te zijn benoemd. God als leidraad voor het niet willen weten dat de arbeiders in de krottenwijken van de industriesteden en de boeren in hun primitieve dorpen verhongeren.

Tsarina Alexandra, dochter van de hertog van Hessen-Darmstadt, was al evenmin geschikt voor haar functie. Anders dan haar zuster, die met een oom van Nicolaas was getrouwd en geheel opging in haar rol als Russische grootvorstin, had ze geen zin in Rusland. Ze sprak, net als Nicolaas, weinig Russisch en begreep niets van het volk dat haar werd opgedrongen. Van alle schilderijen en tekeningen straalt haar ongeluk. Tijdgenoten vonden haar beeldschoon, maar haar lijdende oogopslag en preutse mondje bewijzen dat er weinig plezier in haar leven bestond. Als je haar gezicht vergelijkt met dat van haar veelvuldig geportretteerde schoonmoeder, de levenslustige Maria Fjodorovna, dochter van de Deense koning Christiaan IX, begrijp je meteen waarom die twee vrouwen het niet met elkaar konden vinden.

Op het schilderij van de kroning van Alexander III in 1883 zie je Nicolaas als baardeloze knaap. Tussen de bejaarde edelen, die als poëzieplaatjes op het doek lijken te zijn geplakt, ontwaar je ineens een jongen in een lichtblauw uniform. Het is de vijftienjarige Nicolaas. In zijn gezicht herken je meteen de zachtheid en vrolijkheid van zijn moeder. En op dat moment vraag je je af wanneer die uit zijn leven zijn verdwenen. In 1894? Of was het eerder, dankzij die bazige, levensgenietende vader die zijn zoon niet serieus nam. Of was hij gewoon een bangelijk kereltje?

Anders dan je zou verwachten voelde Nicolaas zich pas echt op zijn gemak bij de officieren van zijn favoriete regimenten. Het is eigenlijk niet zo vreemd als je bedenkt dat officieren in die tijd een soort herenclub vormden, waar gezellig gekletst, gedronken en gehoereerd werd. Die gezelligheid blijkt echter niet uit het schilderij waarop Nicolaas een vaandel overhandigt aan een voor hem knielende officier van het infanterieregiment van Novotsjerkassk. Hier is hij weer gewoon de kleine, stijve tsaar die ervan overtuigd is dat hij een missie vervult die hij niet aankan.

Nicolaas moet zich klein hebben gevoeld te midden van zijn ministers en legerleiders, zoals zijn neef grootvorst Michail Nikolajevitsj, een generaal-veldmaarschalk die deelnam aan de Krimoorlog en twintig jaar lang stadhouder van de Kaukasus was. Zijn portret in de Hermitage is een en al macht en kracht. Hetzelfde kun je zeggen van dat van minister Pjotr Vannevski, die onder drie tsaren diende. Met zijn beschaafde juristengezicht en zijn door een montuurloze bril kijkende, koele ogen is hij ronduit superieur aan zijn vorst. En wat te denken van het portret van admiraal Roesin, die na de revolutie zou emigreren om pas in 1956 in Marokko te overlijden? Alleen al door hun drie, zo van elkaar verschillende gezichten, besef je hoe gemangeld Nicolaas moet zijn geweest door al de sterke, zelfbewuste, behoudende figuren in zijn naaste omgeving.

Ondanks het stijve, wereldvreemde keizerspaar werd er aan het Sint-Petersburgse hof in de beginjaren van Nicolaas' regime ook plezier gemaakt. Kijk maar naar de 17de-eeuwse kostuums die gedragen werden tijdens het hofbal van 1903 of naar de massaliteit die afdruipt van het aquarel van het hofbal van 1913 waarop Nicolaas' dochter Olga met een aftandse officier danst. En was het plezier niet aan het hof te vinden dan kon je er voor terecht in de salons van de vaak puissant rijke Petersburgse adel, waar altijd wel een overdadig feest werd gegeven. Het portret dat François Flaming in 1894 van de Audrey-Hepburnachtige schoonheid vorstin Zinaïda Joesoepov maakte, is een overtuigend bewijs van die genotzuchtige grandeur.

Benauwende kilte

Het privé-leven van de tsaar werd vanaf 1905 gedomineerd door de ziekte van kroonprins Aleksej. Op één schilderij is er opnieuw die tragiek wanneer Aleksej, zoals de traditie wil, als baby wordt benoemd tot bevelhebber van een eliteregiment. Gekleed in een jurkje (dat op de tentoonstelling hangt) en gedragen door zijn vader, wordt de tsarevitsj voorgesteld aan de manschappen van het Finse regiment, die volgens de overlevering in tranen zijn uitgebarsten. De sfeer op het schilderij is er echter een van een benauwende kilte.

Aleksej zelf zou later, tijdens de Eerste Wereldoorlog, opbloeien als hij met zijn vader aan het front was en met zijn geweertje voor de tent van de opperbevelhebber op wacht mocht staan. Zo vader zo zoon? Kracht ontleend aan machogedrag? Het lijkt in tegenstelling met het speelgoed van de tsarevitsj – zijn pluchen teddybeer, hond en kat, zijn speelgoedaapje met het gezicht van een Japannertje, zijn Franstalige ganzenbord met de ernaast liggende in kinderhandschrift geschreven spelaanwijzingen, zijn drie werkende miniatuurgeweertjes in hun kistje. Maar tegelijkertijd onderstreept het de behoefte van beide Romanovs om mee te tellen.

In de laatste zaal van de Hermitage aan de Amstel staat op een dressoir een klein portretje van tsarina Alexandra die haar jongste baby bewondert. Het is een ontroerende, bijna tijdloze foto die net zo goed uit de jaren zestig van de afgelopen eeuw zou kunnen stammen: een gewone moeder met een dan nog gewoon kind, in een onbewaakt ogenblik gefotografeerd.

Niemand wist toen dat dit kind een erfelijke bloedziekte onder de leden had, die misschien wel de voornaamste oorzaak is van de ondergang van de Romanovs. Want vanaf het moment dat de hemofilie zich bij Aleksej openbaarde, zouden Nicolaas en Alexandra zich steeds meer terugtrekken op hun zomerpaleis in Tsarskoje Selo, in het gezelschap van een dolle gebedsgenezer die een funeste invloed op het landsbestuur zou krijgen, en vooral ver weg van het konkelende hof in St. Petersburg en het gewone Rusland dat steeds verder wegzakte in zijn eigen ellende.

`Nicolaas & Alexandra. Het laatste tsarenpaar', t/m 13 februari 2005 in Hermitage aan de Amstel, Nieuwe Herengracht 14, Amsterdam, inl. 020-5308751 of www.hermitage.nl, catalogus €22,50

    • Michel Krielaars