Jonge verdachte wil `u' genoemd worden

Gisteren verscheen Samir A. voor de jeugdrechter. Hij wordt verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag. De rechter wil dat hij psychisch wordt onderzocht.

Als hij nu wordt vrijgelaten hoeft hij het aankomend schooljaar niet te missen, zeggen zijn advocaten. Maar Samir A., de ex-scholier die met zijn mogelijke plannen voor een aanslag op 9 juli het terreuralarm in Nederland deed afgaan, presenteert zich als een volwassen man. Trots, gekleed in een smetteloos wit hemd en witte broek, betreedt hij de zwaar beveiligde rechtszaal in Rotterdam – de pijpen op hoog water, zoals de islam volgens fundamentalisten voorschrijft.

Tijdens jeugdzittingen is het gebruikelijk dat de verdachte wordt aangesproken met `je' en `jij', legt de rechter aan hem uit, tenzij de verdachte daar bezwaar tegen maakt. ,,Zegt u maar `u''', zegt Samir zachtjes. ,,Wat zegt u?'' vraagt de rechter. Samir: ,,Ik wil graag dat u `u' zegt.''

Twee jaar geleden was Samir A, net 18 geworden, nog een gewone Marokkaanse jongen op havo-4. Inmiddels is hij getrouwd, vader van een zoon, en wordt hij verdacht van het beramen van een aanslag op doelen als de Tweede Kamer, Schiphol, de kerncentrale Borssele of het kantoor van de inlichtingendienst AIVD in Leidschendam. Tijdens huiszoeking in zijn Rotterdamse woning trof de recherche plattegronden, tekeningen en verdachte spullen aan: patroonhouders, een geluiddemper, een kogelvrij vest, chemicaliën en elektrische circuits. Op de plattegronden stonden aantekeningen gekrabbeld. Voor Schiphol is een `auto' nodig, een `grote tas'. Voor Borssele een auto, een tas en een ladder. Voor het ministerie van Defensie zijn een auto en `appels' nodig – mogelijk jargon voor handgranaten.

Samir A. is een bekende van justitie. In januari 2003 vertrekt hij met een medescholier richting Tsjetsjenië, om de `islamitische broeders' daar te helpen. De reis strandt in de Russische sneeuw, Samir keert onverrichterzake terug. In oktober 2003 wordt hij opgepakt. De AIVD is bang dat A. deel uitmaakt van een netwerk van radicale moslims dat een `mogelijke terroristische actie' aan het voorbereiden is. Na enkele weken moet het OM Samir laten gaan: er is onvoldoende bewijs om hem nog langer vast te houden. Dat wil overigens niet zeggen dat het OM de zaak heeft geseponeerd, zo zei officier van justitie R. Lambrichts gisteren.

Op 30 juni van dit jaar wordt Samir opnieuw gearresteerd. Justitie verdenkt hem van mogelijke betrokkenheid bij een gewapende overval op een vestiging van de Edah in Rotterdam-Spangen, waar Samir een bijbaantje heeft. Voor de overval wordt Ibrahim B. eerder dit jaar veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Samir was een bekende van B., zo blijkt uit het telefoonverkeer dat justitie heeft afgeluisterd. Bij het doorzoeken van B's belwinkel in Schiedam vindt de politie spullen van Samir. De patroonhouders en geluiddemper die de politie bij Samir aantreft, lijken te passen op de twee automatische wapens die de overvallers hebben gebruikt. Op de dagvaarding van Samir staat daarom niet alleen het plegen van `voorbereidingshandelingen' voor een aanslag, maar ook medeplichtigheid bij de roofoverval.

Rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en de Forensisch Psychiatrische dienst noemen Samir iemand die `volwassen' in het leven staat en geen tekenen van psychische stoornis vertoont. Samir komt volgens de rapporten ,,onverschrokken en fatalistisch'' over, zegt officier Lambrichts. Samir is in de ban geraakt van fundamentalistische ideeën. De psychiaters, zo zegt Lambrichts, omschrijven de ex-scholier ,,die strijdt voor een hoger doel''. De rapporten geven de indruk van een ,,jongeman die recht op zijn doel aankoerst'', zegt de officier, ,,en dat doel is kennelijk een aanslag''. Het OM wil graag dat Samir nader wordt onderzocht in het Pieter Baan Cenctrum in Utrecht. De rechtbank is het hier mee eens.

Maar Samir zal niet meewerken aan een dergelijk onderzoek, zo kondigt de verdediging aan. In zijn verhoren door de politie heeft de verdachte tot nu toe gezwegen als het graf. Het dossier, zo verzucht officier Lambrichts tijdens het voordragen van de zaak, ,,schreeuwt'' om nadere uitleg van Samir A. Volgens advocaat Victor Koppe is de inhoud van dat dossier uiterst summier. ,,Als mijn cliënt een antiglobalist zou zijn geweest dan had hij nu niet vastgezeten'', zegt de advocaat desgevraagd. ,,Maar omdat hij een moslim is, is hij een aanslag aan het voorbereiden.''

Bij de huiszoeking op 30 juni vond de politie ook een handgeschreven testament. Daarin bepaalt Samir A. dat zijn zoontje moet leven `in de geest van de jihad'. Een huisvriend draagt het kind in een maxi-cosy naar de ingang, maar de baby mag het gerechtsgebouw niet binnen. De man brengt de baby en Samirs gesluierde vrouw terug naar de auto.