Hoofdpijn van het oordelen

Al zijn er misschien niet veel mensen meer die het werk van Katherine Mansfield goed kennen, haar naam klinkt nog door. Zij was de Nieuw-Zeelandse die van 1908 af in Londen woonde, naam maakte als schrijfster van ongedwongen, gevoelsmatige korte verhalen en in 1923 op haar 34ste overleed aan tuberculose. Bliss, The Garden Party, The Doves' Nest: van sommige verhalen in die bundels is de frisheid licht vergeeld, andere zijn mooi gerijpt, zoals het titelverhaal van The Garden Party.

Maar om die verhalen gaat het hier nu niet direct. De bekende Nieuw-Zeelandse romanschrijver K. Stead heeft een boek over Mansfield geschreven dat geen biografie is, maar er op het eerste gezicht wel op lijkt. Het is een roman over drie jaar van haar leven, 1915-1918, waarin biografische gegevens van haar en van enige vrienden vermengd zijn met verzonnen gebeurtenissen en verzonnen gesprekken. Wie haar zo verantwoord mogelijk wil leren kennen moet hier niet zijn. De meest intense en de meest beeldende passages gaan soms over Mansfield, en soms over een van de anderen. Het geheel wordt overkoepeld door een begrip van het leven in oorlogstijd, en hoe de burgers zich vooral bezighouden met andere onderwerpen dan modderige loopgraven en lijsten van gesneuvelden.

Katherine Mansfield kampt met drie eigen problemen: liefde, geld en gezondheid. De hoofdpersoon in haar liefdesleven was de criticus John Middleton Murry, met wie zij getrouwd is na lange jaren van wisselende stemmingen. Hij is samen met haar behandeld in allerlei andere boeken waar het niet in de eerste plaats over henzelf ging; dan waren zij betrokken bij de Bloomsbury groep, of te gast in het huis Garsington van Ottoline Morrell, of bij andere bijeenkomsten. Het is gebruikelijk om hem af te doen als een weinigzeggende, hoewel spraakzame man: iemand die zo'n briljante vrouw maar half waard was. Vaak lijkt hij van het nageslacht te weinig kans te krijgen om een voordelige indruk te maken. En zo is het ook bij Stead die zonder bepaald iets tegen hem in te brengen, weinig model geeft aan zijn figuur.

Betere of in ieder geval charmantere indrukken maken de figuren van Fred Goodyear die graag met Katherine getrouwd zou zijn, en haar broer Leslie die niet voor bedgenootschap in aanmerking komt. Behalve hun innemende allure hebben deze mannen gemeen dat zij in Vlaanderen sneuvelen, zoals gememoreerd in meelevende en verstillende passages.

Mansfields beroemdste bewonderaar is Bertrand Russell, bekend als Bertie, die het jammer vond dat hij door haar beperkt werd tot intelligente conversatie. Na een diner toen hij haar naar huis had vergezeld en een doordacht oordeel gegeven had over haar werk, liet zij hem weten dat zij nu erge hoofdpijn had. Natuurlijk, wat dom van mij! zegt Russell die een beheerste verleider was; ik had bij je deur afscheid moeten nemen na onze geslaagde avond: `Such a pleasure! – and so on.' Het is een formule om te onthouden. Misschien heeft Russell hem werkelijk wel eens gebruikt.

Van Mansfields andere problemen was het financiële het meest eentonige, altijd aanwezig, altijd deels oplosbaar. Het probleem van haar gezondheid manifesteert zich pas met kracht tegen het eind van Steads boek, en richt daar de verbeelding van de lezer de toekomst in – naar haar dood vijf jaar later. Aan het slot van de roman ziet de lezer haar staan in Bandol, in een hotelkamer met uitzicht over de Middellandse Zee, beseffend dat haar jaren geteld zijn. Zij is dan een bekende geworden, vergelijkbaar met iemand die enige jaren in de buurt heeft gewoond en af en toe langskwam en vertrouwelijk praatte; en die verder een verre, aantrekkelijke, op haar werk gerichte vrouw bleef, naar wie wij zwaaiden als wij haar zagen aan de overkant.

Zo zal Stead het ook ongeveer bedoeld hebben. Het is hem gelukt in het algemeen, niet in alle onderdelen. Er zijn matte stukken hier en daar over de bijfiguren. Even later komen er dan weer scènes en passages die zo meeslepend zijn dat zij verdienen minstens een keer overgelezen te worden.

Wie dit boek uit heeft, is van het onderwerp nog niet af. Het lezen van een aantal van Mansfields verhalen hoort erbij, want zo mengen zich andere indrukken met die van Steads boek, vooral de voor haar zo typerende manier waarmee haar personen blijk geven van een uitbundige gevoeligheid voor alledaagse belevenissen: voor leuke mensen, bloeiende tuinen, heerlijke voorjaarsdagen. In sommige verhalen lijkt er weinig anders te bestaan dan die gevoeligheid, weldadig of verdrietig. In de beste worden er harde strepen door de rekening gezet, zoals in de bovengenoemde `Garden Party': over een tuinfeest op een prachtige dag dat verstoord dreigt te worden door een dodelijk ongeluk bij een arbeidersgezin even verderop, en dat de familie na heftige discussie veilig stelt door de kinderen een mand met feestelijke hapjes naar het getroffen huis te laten brengen.

Zulke verhalen gecombineerd met de Mansfield van Stead: dan komt er perspectief in een portret.

K. Stead: Mansfield. The Harvill Press, 246 blz. €30,75

    • J.J. Peereboom