Opinie

    • Youp van ’t Hek

Hazeslaapje

Een vriendin van mij vroeg zich af hoeveel dagen het zou duren voor de eerste Hazesgrap werd gemaakt. Donderdagmiddag om een uur of drie had ik het eerste mailtje al binnen. Een grafzerk met een uithangbord van Heineken er aan. Inmiddels begrijp ik dat de grap door heel Nederland gaat. Ik denk dat Hazes er wel om kon lachen. Hoewel? Kon de arme man nog lachen? Volgens mij was hij radeloos doof en totaal op. Als je vijfentwintig jaar lang twintig biertjes per dag drinkt dan heb je op een gegeven moment meer dan honderdtweeëntachtigduizendvijfhonderd biertjes tot je genomen. Da’s veel. Da’s heel veel. Dat is meer dan zestigduizend liter.

Ik denk dan ook dat niemand donderdag verbaasd was toen hij hoorde dat de lieve volkszanger was overleden. We hebben het collectief zien aankomen en volgens mij wist ook hij het als geen ander.

Wel mooi dat zo’n Amsterdamse jongen uit De Pijp met zijn dood het land even totaal heeft verlamd. Het mobiele telefoonverkeer nam tijdelijk met tien procent toe, de hele programmering op alle televisienetten moest worden omgegooid en heel journalistiek Nederland maakte overuren om alle zangers over de man te laten praten. Geen onvertogen woord. Ik zou ook niet weten waarom. Hazes was een ongelooflijk aardige man. Ik heb hem drie keer in mijn leven ontmoet en aan alle drie de keren bewaar ik goede herinneringen.

De eerste keer was vijfentwintig jaar geleden in de kantine van een platenstudio. We deelden een broodje. Hij had toen al een paar grote hits op zijn naam staan. Honderdduizenden platen waren er van hem over de toonbank gegaan en ik wist op dat moment precies wie de tot dan toe zeven verkochte exemplaren van mijn debuutelpee in bezit hadden. Het gesprek was leuk. Geen greintje poeha, geen seconde borstklopperij, niks van dat al. Integendeel. Ik sprak een schuchtere Amsterdamse jongen, die oprecht verbaasd was over zijn eigen succes.

De tweede keer zag ik hem in een Vinkeveens café. Laten we zeggen dat zijn carrière tijdelijk in een dipje zat. Hij zat aan de bar en vertelde een mop. Wel een leuke mop trouwens. Maar ook een mop die ik al kende. Dat was ons enige contact. Ik heb overdag nooit dorst en hij lag al wat bakkies op me voor. Ik vond hem toen een beetje zielig. Maar nog steeds even aardig.

De laatste keer hadden we het heel kort over de terecht veelgeprezen documentaire Zij gelooft in mij. Hij had getwijfeld, maar was inmiddels overtuigd. Vaak spelen in dit soort documentaires artiesten zichzelf en zie je tenenkrommende huiselijke tafereeltjes. Bij Hazes niet. Hazes hoefde niemand te spelen omdat hij nooit speelde. Hij was Hazes. En ik denk dat dat door iedereen feilloos herkend is.

Het mooie is dat je niet precies kan aangeven wat Hazes tot zo’n bijzondere figuur maakte. Het is een combinatie van heel veel. De man, zijn stem, zijn teksten, zijn schaamteloze drinken, zijn leven, zijn shit, zijn tranen en ga zo maar door. Je kan er niet precies je vinger op leggen. Hij doopte de pen in zijn hart en samen met het rijmwoordenboek maakte hij er een prachtig Hazeslied van. Door niemand anders te zingen. En door iedereen mee te zingen.

Donderdagnacht wandelde ik door Groningen richting mijn hotel. Uit alle kroegen klonk Hazes en iedereen lalde uit volle borst mee. Tot diep in de ochtend stommelden studenten richting hun kamers en stuk voor stuk floten of neurieden zij De Vlieger of Een beetje verliefd. Ik werd er telkens vrolijk wakker van.

Maandag is hij voor het laatst in de Amsterdam Arena. Zijn kist op de middenstip en ik hoop dat het stadion bomvol zal zijn. Terecht. En ik denk ook dat iedereen vrede met zijn dood heeft. De man was ziek, op en leeg. Een dove zanger kan niet verder. Het hazeslaapje is voor eeuwig en in zijn geval meer dan verdiend. De man is honderdzes geworden of misschien wel tweehonderdtwaalf. En in de hemel zal hij met een biertje aan de bar nooit pochen over zijn successen, maar zachtjes in zichzelf mijmeren: Het leven was wél leuk!

    • Youp van ’t Hek