Een schat aan wc-papier

HINTERZARTEN. Met het verstrijken der jaren gaat mijn moeder steeds meer lijken op een klein beest. Ook deze zomer bezocht ik haar een paar dagen in het Duitse bergdorp Hinterzarten. Anders dan andere jaren bracht ik niemand mee.

Een paar minuten na mijn aankomst vertelde ze me dat ze zich door een dokter had laten meten en dat ze nog maar één meter vijftig lang was. ,,Ik ben nu officieel een dwerg'', zei ze, niet zonder weemoed.

Als welkomstgeschenk stond in mijn kamer in het kleine pension waar mijn moeder al sinds jaar en dag bivakkeert een fles mineraalwater met citroensmaak.

Rustig pakte ik mijn koffer uit, probeerde mijn laptop te installeren en luisterde naar mijn moeder. Het begon te regenen. ,,Handschoenenweer'', zei ze. ,,Ik kan niet slapen zonder kruik.''

Met behulp van een dompelaar, waarmee ze zichzelf en de andere gasten in het pension nog eens zal ombrengen, maakt zij elke avond een kruik.

,,Laten we gaan eten'', zei ik.

De weken dat ik er niet was, had ze het niet gedurfd een restaurant binnen te gaan en had ze zich beperkt tot een kop soep die voor twee euro in het Kurhaus verkrijgbaar is. 's Avonds at ze twee boterhammen die in ze haar klerenkast verstopt.

,,Jongen'', zei ze, ,,heb je geen jas bij je?''

,,Nee'', zei ik, ,,een trui is beter dan een jas.''

,,Je zult kouvatten. Wat vreselijk. We kopen morgen een jack voor je.''

Door de regen liepen we de berg af. Het pension ligt iets buiten het dorp. Als altijd had mijn moeder een rode rugzak op haar rug en een lichtbruine tas om haar schouder. Tas en rugzak zijn allebei ruim twintig jaar oud.

Voor restaurant Stella bleven we staan. ,,Hier hebben ze wat voor mij'', zei mijn moeder. Hoewel ze nog geen restaurant had durven te betreden, had ze uitvoerig, bijna dagelijks, de menukaarten die in de ramen hingen bestudeerd.

Het was niet druk in Stella. We kregen een tafel bij het raam.

Rugzak en tas werden op de stoel naast haar gelegd. Maar haar jack, een sportjack dat ooit, in 1985, van mij was geweest, hield ze aan.

Ik bestelde een biefstuk, mijn moeder vroeg om cantharellen met gekookte aardappelen, en, omdat het lang geleden was dat ze een warme maaltijd had gegegeten, stelde ik voor een tomatensoep aan het menu vast te plakken.

,,Ga niet lachen'', zei ze.

,,Ik lach niet.''

,,Ik zou je aan iemand willen voorstellen.''

,,Aan wie dan?''

,,Aan een Iraans meisje.''

,,Waarom Iraans? Hoe kom je op dat idee?''

,,Ze is tweeëntwintig en beeldschoon.''

De soep kwam. Haastig begon mijn moeder erin te lepelen. Om zich na twee happen af te vragen: ,,Zou het van echte tomaten zijn gemaakt?''

,,Ik denk van wel'', zei ik.

,,Ja, anders zou het ook niet zo lang duren. Het komt niet uit blik.''

,,Mama'', zei ik, ,,je ziet eruit als een bedelares. Als je op het Roelof Hartplein gaat staan haal je makkelijk tweehonderd euro per dag op.''

Ze keek me aan.

,,Waarom niet'', zei ik. ,,Je komt misschien leuke mensen tegen, je houdt van de buitenlucht. En je verdient ook nog wat.''

Met een stukje tomatenschil op haar lip zei ze: ,,Ik heb me voorgenomen me dit keer niets van je agressie aan te trekken.''

Wij aten zwijgend verder.

,,Ik proef weer iets'', zei ze. ,,Ik heb heel lang niets geproefd. Alleen zoet en zout.''

,,Logisch, omdat je iedere dag dezelfde soep eet. Als ik dat deed zou ik ook niets meer proeven.''

Toen de soep op was, ging ze naar de wc. Met haar rugzak. Vijf minuten later was ze terug.

,,Ik heb wat wc-papier gestolen'', fluisterde ze.

,,Waarom steel je wc-papier?''

,,Omdat ik soms nodig moet als ik door de bossen loop, en dan heb ik altijd wc-papier bij de hand.''

Vroeger stal ze alleen papieren servetten en brood en boter uit restaurants, omdat we ervoor hadden betaald. Theoretisch gezien heb je als gast in een restaurant recht op wc-papier. Op zichzelf was er weinig mis mee dat papier in geringe hoeveelheden mee naar huis te nemen.

Onder de tafel, toen de serveerster even niet keek, liet ze me haar rugzak zien. Er openbaarde zich een schat aan wc-papier. ,,Ik doe het niet alleen hier'', zei ze. ,,Maar ook op andere plekken.''

Filosofisch gezien kon de daad van mijn moeder geen diefstal worden genoemd, maar praktisch gezien baarde deze ontwikkeling mij zorgen.

,,Vind je het leuk om wc-papier te stelen?''

,,Oh heerlijk'', zei ze. ,,Ik knap er van op.''

Toen kwamen de cantharellen. Ze telde de gekookte aardappelen. De kwantiteit kon haar goedkeuring wegdragen.

Ze proefde.

,,Is het lekker?'' vroeg ik.

,,Het gaat'', zei ze. ,,Ze hadden de cantharellen beter mogen wassen. Ik proef zand.''

,,Mama'', zei ik. ,,Ik denk dat je moet kiezen. Of je koopt nieuwe kleren of je wordt fulltime bedelares.''

,,De aardappelen zijn wel goed'', zei ze. ,,Weet je dat aardappelen gezonder zijn dan rijst?''

Mijn moeder verstaat de kunst het gesproken woord te negeren.

,,Misschien moet je met jezelf afspreken dat je alleen nog op maandag en woensdag wc-papier steelt en de rest van de week niet. Zo kun je het langzaam afbouwen.''

,,Houd op met die onzin. Ik luister niet naar je.''

Ze at haastig verder als een hond die vreest dat de etensbak van hem zal worden afgepakt.

Toen we klaar waren met eten bleek Restaurant Stella geen creditcards te accepteren. ,,Ik ga even naar de geldautomaat'', zei ik. ,,Als ik niet op tijd terug ben sluiten ze je op, maar dan kom ik je morgenochtend bevrijden.''

,,Oh god'', zei mijn moeder. ,,We hadden ook gewoon op de kamer uit de klerenkast moeten eten.''

In het pension was het dit jaar rustiger dan andere jaren. Behalve mijn moeder en ik logeerde er alleen een Rus, met een baard, geboren in de stad Gorki. Tegenwoordig heet die stad anders. Van Gorki verhuisde hij een jaar geleden naar Aken. Nu was hij een week in het Zwarte Woud. Hij maakte lange wandelingen, ook door de regen.

Mijn moeder was niet alleen door wc-papier geobsedeerd, maar ook door de Rus.

,,Hij ligt de hele nacht te lezen'', zei ze, bij het ontbijt.

,,Hoe weet je dat?''

,,Het licht blijft de hele nacht aan. Als ik uit het raam van mijn badkamer kijk kan ik het zien schijnen.''

,,Maar je moet niet midden in de nacht uit het raam van je badkamer kijken.''

Als de Rus weggaat zijn we hier helemaal alleen. Het vooruitzicht alleen met mijn moeder in het pension te zijn vond ik niet aangenaam. De eigenaresse was wel streng maar niet rechtvaardig.

De Rus vertrok.

Op de laatste avond, toen ik met een glas wijn naast mijn moeder in de tv-kamer was gaan zitten, kwamen twee Italianen op één motor aan. Het had weer de hele dag geregend.

,,Mijn vrouw wordt niet meer warm'', hoorden we de Italiaan in slecht Duits tegen de eigenaresse zeggen.

,,Wat zijn dat voor mensen?'', vroeg mijn moeder.

De Italianen hadden een kamer zonder badkamer genomen, zodat de vrouw gebruik moest maken van de douche naast de tv-kamer.

We hoorden het water lopen.

Na een half uur zei mijn moeder: ,,Dit wordt te gek. Misschien is ze verdronken.''

,,Bemoei je er niet mee, mama'', zei ik.

Maar na een uur hoorden we het water nog steeds lopen.

,,We moeten iemand waarschuwen'', zei mijn moeder.

Het was stil, zoals altijd in het pension. Alleen het geluid van de regen dat zich vermengde met dat van de douche. ,,Mijn vrouw wordt niet meer warm'', had de Italiaan gezegd, maar dat hoefde niets te betekenen.

Dit is niet meer normaal, zei mijn moeder. Geen mens staat meer dan een uur onder de douche.

Ik merkte dat ik rilde. ,,Ik doe het raam dicht'', zei ik. ,,Het tocht.''