De wrakken spreken

Het is gebeurd in de jaren dat de Noordoostpolder was drooggevallen. De scheepsarcheologen ontdekten en conserveerden de oude wrakken in de Zuiderzeebodem; niet allemaal, want er lagen er honderden. In het tijdschrift Antiquity and Survival deed een archeoloog verslag van een bijzondere vondst. In de buurt van Schokland had hij in een wrak tussen wat menselijke resten een leren geldbuidel gevonden met daarin een aantal vrijwel ongebruikte muntstukken. Bij de reconstructie van deze scheepsramp was hij tot de conclusie gekomen dat de eigenaar van de portemonnee bij zijn poging om het zinkende schip te verlaten tussen de deur van de kajuit bekneld was geraakt en dus meegenomen in de diepte. Waarschijnlijk de kapitein, die als laatste van boord had willen gaan. Een groot geluk, schreef de archeoloog, want anders waren deze munten verloren gegaan. Nu konden we, dankzij dit nieuwe geld, nauwkeurig vaststellen wanneer de gebeurtenis zich had voltrokken. In 1566, het jaar van de Beeldenstorm, twee jaar voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Toen ik dit verhaal las, werd ik vooral getroffen door de toon van ingehouden opgetogenheid waarmee deze man van wetenschap de vermoedelijke details van het ongeluk beschreef. Ik zag hem voor me, deze kapitein, reddeloos klem tussen de deurpost en de deur, die steeds sterker werd dichtgedrukt door het snel stijgende water. Misschien had hij zijn geld verborgen, te lang gewacht om het te pakken en was zijn angst voor het verlies van zijn bezit hem noodlottig geworden. Misschien had hij zich kunnen redden door te wachten tot de deur helemaal onder water was, zoals je dat volgens de theorie ook moet doen als je met je auto in de gracht bent gereden. Bij zo'n veronderstelling hoort altijd het misschien. De kapitein verdronk, en daardoor kwam hij vier eeuwen later weer tot leven in het artikel van een archeoloog.

Toen het wrak van de Titanic voor het eerst werd gefilmd, heb ik gefascineerd gekeken naar die wat wazige beelden, de herkenbaarheid achter de versluiering die er door de jaren is aangebracht. De speelfilm die een paar jaar geleden van de ondergang gemaakt is, vond ik interessant. Meer niet. Wat is `interessant'? Van alles en nog wat dat je ook had kunnen overslaan zonder het te missen. De scènes waarin het schip langzaam in de zee verdwijnt, die met de special effects, zijn de beste. Die geven de noodzakelijke toevoeging waar de verbeeldingskracht tekortschiet, namelijk in de finesse van het ruimtelijk drama. De herinnering aan het verhaal over de lotgevallen van een aantal opvarenden vervaagt. Pas als het wrak zou worden gelicht, en je zag de bewijzen van persoonlijke wanhoop en ondergang, zou je je voorstelling van het verleden kunnen voltooien. De nabestaanden willen dat niet. `Laat ze met rust in hun graf'. Pas als er geen sprekende nabestaanden meer zijn, komt de Titanic boven water, zoals de mummies van zeer oude Egyptenaren nu in het museum liggen.

De scheepsarcheoloog dr.Robert Ballard, degene die de leiding had bij het onderzoek naar de Titanic, was afgelopen week een van de belangrijkste gasten op een wetenschappelijke conferentie in Athene. Met enige trots noemde hij zijn schip `een van de best bewaarde wrakken', las ik in de Engelse editie van de Kathimerini, de slijpsteen voor de geest van Griekenland. De bodem van de Griekse zeeën ligt bezaaid met wrakken, van ver voor Christus tot vorige week, toen een helikopter met belangrijke Grieks-orthodoxe geestelijken in het water stortte. ,,Het grootste museum ter wereld ligt onder water'', zei Ballard. ,,Daar ligt een enorm terrein van onderzoek braak.'' De afgelopen vijf jaar zijn weer 25 ontdekkingen gedaan: tien uit de Romeinse tijd, vier uit de Byzantijnse, één uit de post-Byzantijnse, drie uit de laat-klassieke periode en zeven uit de negentiende eeuw.

Ballard stelde voor dat er een groot en lang durend programma zou komen, waarbij archeologen en oceanografen zich met de modernste middelen zouden verdiepen in de oude handelsroutes rond Kreta en in de Aegeïsche Zee. Nu ik het zo opschrijf, ziet het er alweer abstract, poldermodellig uit. Het gebrek van dit soort taal is dat de werkelijkheid die je wilt beschrijven, erin verdwijnt. Het gaat om de aanblik van het verleden, in het water versluierd, met jurken van algen en sieraden van schelpen, nader verklaard door een man die door zijn zinkend schip gevangen is genomen. ,,Weest zuinig op uw wrakken!'' zei Ballard.

    • H.J.A. Hofland