De toekomst in 1.500 gedroogde planten

Chemieconcern DSM kocht vorig jaar de vitaminetak van Roche. Het voorziet namelijk een sterke vraag naar gezonde ingrediënten voor voedsel. ,,Hoe goed die ingrediënten echt zijn voor de mens, valt moeilijk te bewijzen.''

De toekomst van chemieconcern DSM ligt op een Zwitserse laboratoriumtafel, in een plastic zakje. ,,Het zijn stukjes gedroogde pompoen'', zegt Manfred Eggersdorfer, hoofd onderzoek en ontwikkeling van het voormalige Roche Vitamins, dat DSM vorig jaar voor 1,6 miljard euro kocht. Eggersdorfers team onderzoekt de gedroogde stukjes, in de hoop er ingrediënten in op te sporen die de gezondheid bevorderen. En zoals deze pompoen hebben de Zwitsers de afgelopen drie jaar veel meer fruit, groenten, kruiden en specerijen van over de hele wereld verzameld. ,,We hebben nu 1.500 planten bij elkaar, en we blijven verzamelen'', zegt hij.

DSM voorziet een sterke groei van de markt voor gezonde voeding. ,,Consumenten willen niet alleen meer gemak en genot, maar ook steeds vaker gezondheid'', zegt DSM-bestuurslid Feike Sijbesma, die aan het hoofd staat van het voormalige Roche Vitamins – dat meteen na de overname is omgedoopt tot DSM Nutritional Products. Daarom proberen wetenschappers hier in de laboratoria in Kaiseraugst, vlakbij Basel, ingrediënten op te sporen die helpen tegen onder meer hart- en vaatziekten, botontkalking of overgewicht. Die ingrediënten verwerkt DSM vervolgens in supplementen of in voedingsmiddelen, zoals corn flakes en frisdranken. Sijbesma schat de markt voor gezonde ingrediënten op 20 miljard euro, met een groei van 3 tot 4 procent per jaar.

De overname van Roche Vitamins past in de nieuwe strategie die DSM in 2000 ontvouwde. Het bedrijf heeft sindsdien zijn petrochemie verkocht, om zich meer te richten op de productie van ingrediënten voor genees- en voedingsmiddelen. Op dat eerste gebied, ingrediënten voor geneesmiddelen, was het bedrijf door een serie overnames al uitgegroeid tot de grootste leverancier ter wereld. Door de overname van Roche Vitamins vorig jaar werd DSM ook de grootste producent van ingrediënten voor voedingsmiddelen. Het levert aan multinationals als Nestlé en Unilever, maar ook aan vlees- en visproducent Nutreco. Want de helft van de ingrediënten wordt verwerkt in vee- en visvoer.

Als marktleider probeert DSM de concurrentie, zoals het Duitse Basf en het Belgische Solvay, voor te blijven door onder andere zijn fabrieken te optimaliseren. Zo is een paar weken geleden een nieuwe vitamine-E-fabriek geopend in Sisseln, ook vlakbij Basel. Die kan drie keer zoveel produceren als de oude fabriek, met de helft aan mankracht. Maar ook Basf heeft net aangekondigd dat het zijn vitamine-E-productie fors opvoert, zo laat woordvoerder Christian Böhme via e-mail weten.

Tegelijkertijd probeert DSM te innoveren. Het zoekt bijvoorbeeld naar nieuwe formuleringen, dat is de manier waarop een ingrediënt wordt bewerkt voordat het in een voedingsmiddel kan. Zo moeten vitamines gestabiliseerd worden omdat ze anders snel uit elkaar vallen, onder invloed van licht, warmte en lucht. ,,Als je kijkt naar de opbrengst van innovaties zijn nieuwe formuleringen op dit moment het belangrijkst'', zegt Sijbesma.

DSM en Basf zijn er bijvoorbeeld in geslaagd om een formulering te maken voor astaxanthine, dat aan visvoer wordt toegevoegd, waardoor het beter te gebruiken is in koud water. Dat is handig voor viskwekerijen, die vaak in koude wateren zitten. Verder heeft Basf pasgeleden een vorm van vitamine C op de markt gebracht die in vet oplosbaar is, waardoor het niet zo snel uit het lichaam wordt gespoeld.

Ook zoekt DSM naar nieuwe ingrediënten, die met name de gezondheid bevorderen. In Kaiseraugst wordt duidelijk hoe dat in zijn werk gaat. De verzamelde planten worden vermalen tot een papje. Een speciaal apparaat scheidt vervolgens de belangrijkste ingrediënten en test hun biologische activiteit. Kan een van de ingrediënten tumorcellen doden, stimuleert het de groei van afweercellen, vernietigt het vetcellen?

Ook wordt gekeken welke genen een ingrediënt aan- of uitschakelt. Onderzoekers leiden daaruit af welke lichaamsprocessen worden beïnvloed en op basis daarvan proberen ze weer een verband te leggen met een ziekte. Interessante ingrediënten worden verder getest via proeven op dieren, voornamelijk muizen en ratten. Zo heeft DSM sinds kort een extract uit groene theebladeren op de markt. Uit tests blijkt dat het genen aanschakelt die onder meer de verbranding van vet versnellen, en de productie van bepaalde hormonen beïnvloedt. Het chemieconcern leidt daaruit af dat het extract wellicht helpt tegen overgewicht, en ook de afweer kan ondersteunen.

,,Maar dat is wel erg kort door de bocht'', zegt dr. Ben van Ommen van TNO Voeding desgevraagd over de telefoon. Hij leidt een net opgericht Europees onderzoeksnetwerk dat zich richt op de relatie tussen voeding en gezondheid. ,,Bedrijven als DSM en Basf kijken sinds kort op een heel mechanistische manier naar de werking van voedingsingrediënten. Dat is nieuw, en veelbelovend. Wij gebruiken die technieken ook. Maar je moet uitkijken om effecten in een reageerbuisje, of een rat, zo maar te vertalen naar de mens.''

Volgens Van Ommen brengt dat de bedrijven in een lastige situatie. Om echt een effect bij mensen aan te tonen, zul je ook proeven bij mensen moeten doen. Zoals farmacieconcerns dat doen met geneesmiddelen. Die worden getest bij honderden, zo niet duizenden proefpersonen. Maar dat soort experimenten kost enkele tot tientallen miljoenen euro's. Farmacieconcerns hebben dat geld, leveranciers van voedingsingrediënten over het algemeen niet. Van Ommen: ,,Maar wellicht dat ze kunnen samenwerken met de afnemers van hun producten, bedrijven als Coca-Cola, Kellogg's en Unilever.''

Volgens Sijbesma zijn de proeven wél betaalbaar, anders zou DSM ze niet doen. ,,Maar het wordt wel duurder naarmate je de claim sterker wil maken. Want dan moet ook de wetenschappelijke onderbouwing steviger zijn'', zegt hij.

Böhme, van Basf, merkt een groot verschil tussen Amerika en Europa wat betreft het accepteren van claims. De Amerikaanse Food and Drug Administration, die voeding en medicijnen keurt, is er veel makkelijker in. Als voorbeeld noemt hij de claim `vermindert het risico op hart- en vaatziekten'. Tot voor kort mochten alleen bepaalde supplementen die claim dragen. Maar dat is nu ook toegestaan voor voeding waarin omega-3-vetzuren zijn verwerkt. In Europa wordt, zover hij weet, die claim nog niet gebruikt. Hij betreurt het dat de goedkeuring van de voorgestelde nieuwe regels in Europa voorlopig is uitgesteld tot het nieuwe parlement zitting neemt, in november. Böhme: ,,Europa zou het Amerikaanse voorbeeld moeten volgen, zodat de consument een gezonde voedselkeuze kan maken.''

Dit is het laatste deel van een tweeluik over de vitamine-aankoop van DSM. Het eerste deel verscheen op 8 september en is na te lezen op www.nrc.nl.

    • Marcel aan de Brugh