De 30 miljoen van Dittrich

Eén vriend heeft de kunstwereld onder de drie machtigste mannen in Den Haag, de fractieleiders van de coalitiepartijen. Dat is Boris Dittrich, de voorman van D66, de partij die met Medy van der Laan ook de staatssecretaris voor Cultuur levert en met Winnie Sorgdrager de voorzitter van de Raad voor Cultuur. Tijdens de verkiezingsstrijd vorig jaar, maakte Dittrich zich dan ook sterk voor een verhoging van het rijksbudget voor cultuur.

CDA en VVD zagen daarvoor geen ruimte, maar waren net als vele andere partijen wel tegen bezuinigingen op kunst. Toen D66 mocht toetreden tot het kabinet met CDA en VVD werd niettemin besloten tot een bezuiniging op kunst van 5 procent, dat kwam neer op 35 miljoen euro. Een onderdeel daarvan was de afschaffing van de fiscale steun aan Nederlandse films.

Bij de Algemene Beschouwingen in 2003 was Dittrich tegen het afschaffen van de steun aan de filmwereld, die een bloeiende filmindustrie heeft opgeleverd en veel werkgelegenheid. En nog voor de Algemene Beschouwingen 2004, heeft Dittrich, samen met Verhagen en Van Aartsen, de film alsnog gered. De fiscale steun wordt ingeruild voor een rechtstreekse hulp van 20 miljoen euro.

Bovendien komt de coalitie op voorstel van Dittrich met een halvering van de bezuiniging van 19 miljoen op de kunstbegroting. Dat is een onderdeel van een herstructurering van 1 miljard op de begroting van het kabinet. De 10 miljoen vermindering van de kunstbezuiniging is 1 procent van dat miljard.

Het is bewonderenswaardig hoe de politici in Den Haag bij het omgaan met zulke megabedragen – de rijksbegroting bedraagt 136 miljard euro – nog oog hebben voor zulke details. Eerst dachten ze dat 19 miljoen bezuinigen op kunst essentieel was voor de redding van Nederland. Nu blijkt dat precies de helft toch nog steeds cruciaal is voor het definitieve welzijn van Nederland.

Want als dat niet het geval was, zouden zulke consciëntieuze fractievoorzitters, die dat zeker tot de laatste eurocent hebben doorgerekend, toch wel die hele bezuiniging op de kunst schrappen? Het werd hen vorige week nog dringend gevraagd door oud-premier Wim Kok, voormalig D66-leider Hans van Mierlo, SER-voorzitter Herman Wijffels en de banktopmannen Rijkman Groenink (ABN Amro) en Alexander Rinnooy Kan (ING).

Het zal toch niet zo zijn dat de fractievoorzitters Verhagen, van Aartsen en Dittrich zich een sublieme Raad voor Cultuur waanden en onder leiding van filmfan Dittrich besloten dat extra geld voor kunst een goed idee was, zolang het naar film ging? Waarom niet alle bezuinigingen opgeheven voor dat geld? Of nog beter: de staatssecretaris 30 miljoen gegund en háár haar werk laten doen: laten oordelen welke kunstsectoren steun verdienen. Dat zou getuigen van een consistent D66-kunstbeleid. Bij de Algemene Beschouwingen van 2004 heeft Dittrich nog alle kans om daar pal voor te staan.

    • Kasper Jansen