Dat komt nooit meer goed

Van tweede naar derde generatie. Zo zou je de ontwikkeling in het werk van Jessica Durlacher kunnen samenvatten. Het is een ontwikkeling die waarschijnlijk parallel loopt met haar eigen ervaringen. Eerst moest het leed beschreven worden van de dochters en zoons die hun hele jeugd gebukt gingen onder de onuitsprekelijke ellende die hun ouders in de kampen hadden doorstaan. In alle toonaarden beschreef Durlacher in Het geweten (1997) en De dochter (2000) de gevoelsverwarring die daardoor ontstond. Aan de ene kant probeerden die belaste kinderen hun ouders zoveel mogelijk te ontzien en zichzelf af te knijpen. Aan de andere kant moesten ze wel een zekere gewetenloosheid ontwikkelen om te kunnen leven en zoiets als een eigen persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen. Durlacher liet haar personages twee romans lang schipperen tussen opofferingsgezindheid en egocentrisme, tussen een leven gericht op `de oorlog van mijn vader' en een leven in het hier en nu.

In Emoticon, haar derde roman, zijn we duidelijk in een andere wereld en in een andere levensfase beland. Het is niet zo dat de `kampouders' nu definitief hebben afgedaan en alle schuldgevoelens zijn afgeschud. Maar er is enige afstand genomen. De blik is nu meer gericht op de toekomst dan op het verleden en ook meer op het nageslacht dan op de ouderen. Zoals Edna Mauskopf in Het geweten nog volop doende was met het bestuderen van oorlogsdagboeken, om haar vader en andere overlevenden beter te kunnen begijpen, zo wordt over Esther Michaels in Emoticon gezegd dat oorlogsdagboeken een `oud onderwerp' voor haar waren, dat zij na haar doctoraal examen `opgelucht' achter zich had gelaten. De holocaust is niet vergeten, maar moet hier wijken voor andere zaken die ook aandacht behoeven.

Het joodse element is nog steeds overal aanwezig, maar de scene heeft zich verplaatst. Van het oude Europa naar het Beloofde Land Israël, van die ene allesvernietigende oorlog naar een permanente oorlogstoestand, van oude naar nieuwe sores. Er zijn nog wel enkele Nederlandse locaties te vinden in het boek (Haarlem, Bloemendaal, Amsterdam) waar ook wel wat gebeurt, maar de beslissende episodes spelen zich af in Jeruzalem, Tel Aviv, Kibboets Afek en het Palestijnse Ramallah.

Vrijblijvend

De wereld is groter geworden, zou je kunnen zeggen, maar jammer genoeg meteen ook een stuk vrijblijvender. De urgentie, die in de eerste twee romans nog zo goed voelbaar was, de emancipatiedrang van de gemangelde en innerlijk verscheurde tweede generatie, heeft plaats gemaakt voor een royaal aanbod aan net iets anderssoortige verhalen. Die verhalen zijn stuk voor stuk braver en aanmerkelijk conventioneler dan de belevenissen van Xavier Radek in De Joodse Messias van Arnon Grunberg, zijn pas verschenen roman, die een vergelijkbare omvang heeft en op het eerste oog een vergelijkbaar thema. Zo opruiend wil Durlacher niet zijn. Zij choqueert met mate. Ze wil wel narigheid brengen, die nu eenmaal voor het opscheppen ligt in de contreien waar Emoticon zich afspeelt. maar toch ook lichtpuntjes laten zien, hoop op betere tijden, zoals ze dat ook al deed in Het geweten en De dochter.

Durlacher is geen provocateur, maar een verteller, al is het nog niet zo eenvoudig te zeggen waar Emoticon nu precies over gaat. Het boek waaiert naar verschillende kanten uit. De liefde? Vriendschap? Jaloezie? Zoektocht naar identiteit? Nationalisme? Deernis met het oude volk? Deernis met de verdrukte Palestijnen? Of zijn het vooral gevoelskwesties die hier aan de orde komen, zoals de titel suggereert, al of niet met behulp van de `emoticons' die in e-mailberichten en sms'jes gebruikt worden, als internationale codetaal voor jongeren? Die emoticons – tekentjes van het type :-) – leiden in al hun schijnbare onschuld of nietigheid tot moord: het emotionele hoogtepunt van Emoticon.

Het is een tamelijk los gevoelsgeheel dat Durlacher ons voorschotelt, van trouwe, maar uiterst moeizame vriendschappen, oude, nieuwe en vergeefse liefdes, goede en slechte huwelijken, sympathieën en jaloersigheden, mooie verzoeningsidealen en lelijke haatgedachten. Ze bracht daartoe een legertje van internationale romanfiguren op de been, onder wie de Nederlandse Ester, de half-Canadese Lola, de half-Israëlische Daniel, de Israëlische Arik, de Palestijnse Aisja, de Britse Raphael en de Palestijns-Amerikaanse Rasjid. Israël is de verbindende factor in Emoticon, het land waar alle romanfiguren bij betrokken zijn omdat ze joods zijn of Palestijns, omdat ze er ooit in een kibboets hebben gewerkt, een verhouding hebben gehad, of omdat ze door een Israëliër zijn verwekt.

Hoofdpersoon Ester brengt achttien jaar nadat ze er met vriendin Lola een lange vakantie heeft doorgebracht, in een kibboets, een hernieuwd bezoek aan Israël. Het is april 2001 en de tweede intifada, de hernieuwde Palestijnse opstand tegen de joodse bezetting, is een feit. `De rot zat erin', merkt Ester zorgelijk op, `en de kans op genezing was vrijwel nihil'. Dat zet de toon van Emoticon, zo lijkt het. Een kritische, genuanceerde blik op het land dat volgens Ester `ingewikkeld maar noodzakelijk' is. Zijzelf meent dat het mogelijk moet zijn om met twee volken vreedzaam in één land te leven. Ook de Palestijnse Rasjid, die Amerikaans georiënteerd is, gelooft in een `tweestatenoplossing'. Maar Aisja, die stenen heeft gegooid naar joodse soldaten en niet terugschrikt voor gedachten aan kalasjnikovs, is voor een radicale oplossing van het probleem: als de joodse bezetters zich niet goedschiks terugtrekken, dan maar kwaadschiks. En Lola, van joodse kant, vindt dat die `rotarabieren' maar snel het hazenpad moeten kiezen, en Daniel, haar zoon, is ook een echte zionist. Hij neemt als vrijwilliger dienst in het Israëlische leger.

Zelfmoordaanslagen

Aanvankelijk weet Durlacher nog de indruk te wekken dat zij de joodse én de Palestijnse kant van het conflict laat zien, onder meer door Aisja in haar dagelijkse omstandigheden te tonen: onderdrukt en mishandeld door haar eigen broer, maar de plot van Emoticon spreekt andere taal. Ik weet het fijne niet van de troebelen in en rond de bezette gebieden, of van de intellectuele gedachtewisseling daarover, maar ik kan me zo voorstellen dat de beschrijving van twee brute Palestijnse zelfmoordaanslagen – die in Emoticon niet beantwoord worden met geweld van joodse zijde – en, klap op de vuurpijl, van de laffe moord op een argeloze joodse jongen, niet bijdraagt aan een open discussie over het Palestijns-joodse conflict.

Toch zie ik dat niet als een groot bezwaar tegen Emoticon. Dat Durlacher op emotionele gronden vóór Israël is en het op een bepaalde manier beschouwt als haar vaderland, dat kan natuurlijk iedereen begrijpen die haar achtergrond kent. Bezwaarlijker is dat zij die aanslagen en die moord nodig heeft om te verhullen dat zij weinig interessants te melden heeft. De doden brengen, oneerbiedig gezegd, nog wat leven in de brouwerij. Want de breed uitgemeten geschiedenis rond Ester en Lola, hun puberale avonturen in de kibboets met de nodige onbeschermde seks en alle gevolgen van dien, en hun hele zogenaamde vriendschap, waarin om duistere redenen steeds maar van alles verzwegen moet worden, krijgt nergens enige psychologische diepgang en wil dus maar niet overtuigen.

Durlachers weinig kernachtige, vaak uitgesproken omslachtige taalgebruik helpt ook al niet. De roman gaat gebukt onder onheldere formuleringen (`een schandalig betaalbare flat'), herhaaldwang (een kop met `chaotische' krullen `die alle kanten opstaan', een boom met `helgele' citroenen) en een neiging tot mooischrijverij. Er heerst hier geen stilte, maar `letterlijke stilte'. Ester lijdt niet aan misselijkheid, maar aan `manifeste misselijkheid'. En als ze iets verzwijgt, dan zegt ze niet gewoon niets, maar duurt dat verzwijgen `minutenlang' en is het bovendien `uitputtend en monotoon'. Als ze een kaart van haar minnaar krijgt, dan wordt ze bezocht door merkwaardig tegenstrijdige gevoelens. `Haar hart stond stil van wroeging om de plotselinge opwinding die ze voelde'.

Met Emoticon heeft Durlacher vermoedelijk een hoogst moderne roman willen schrijven, maatschappelijk en politiek geëngageerd, internationaal georiënteerd en bovenal bruisend van gevoel. Maar na 436 bladzijden moet ik toegeven dat ik er niet erg heet of koud van ben geworden, niet blij dus en ook niet verdrietig. In emoticonschrift: :-

Jessica Durlacher: Emoticon. De Bezige Bij, 436 blz. €19,90