Brussel brengt Ankara tot inkeer

Met een bliksembezoek van de Turkse premier Erdogan aan de Europese Commissie en het Europees Parlement was alle commotie van de afgelopen tien dagen op slag voorbij.

Het lijkt erop dat 6 oktober dit jaar in Brussel twee weken eerder is gevallen. Al tijden staat die datum omcirkeld als de dag waarop `Het Besluit' moet vallen. Op 6 oktober zou de Europese Commissie het langverwachte rapport moeten uitbrengen waarin staat of Turkije voldoet aan de criteria om de onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie te beginnen.

Maar in feite is het besluit gisteren al gevallen met de zeer positieve uitlatingen van Europees Commissaris Günter Verheugen na afloop van zijn gesprek met de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan. Volgens Verheugen waren er geen voorwaarden meer waaraan Turkije moest voldoen om het dagelijks bestuur van de Unie een ,,duidelijke aanbeveling'' te laten doen. Lees: een positieve aanbeveling.

En daarmee loste een conflict tussen de Europese Unie en Turkije nog sneller op dan het was begonnen – met bovendien een verrassende ontknoping. Algemeen werd aangenomen dat Verheugen en Erdogan hun gesprek van gisteren zouden gebruiken om de eind vorige week ontstane ruzie van zijn scherpste kantjes te ontdoen. Maar het onderhoud liep, getuige de uitlatingen van Verheugen, uit op een verdere stap van Turkije in de richting van het definitieve lidmaatschap van de Europese Unie. Stralend poseerden Verheugen, Erdogan en commissievoorzitter Romano Prodi gisteren dan ook voor de foto. Alsof Turkije reeds in de Europese familie was opgenomen.

De botsing ontstond vorige week vrijdag nadat Turkije besloten had de parlementaire behandeling van de aanpassing van een aantal strafwetten op te schorten. Eerder was vanuit Europa te kennen gegeven dat de in één van de voorstellen opgenomen strafbaarstelling van overspel de wens van Turkije om tot de Unie toe te treden zou bemoeilijken. In Europa werd verbaasd gereageerd op de opschorting, want dat betekende dat de strafwet niet meer voor de cruciale datum van 6 oktober – de dag waarop het dagelijks van de Europese Unie de balans zou opmaken – zou worden aangepast.

De verbazing was des te groter, omdat de wet niet alleen de omstreden strafbaarstelling van overspel kende, maar ook artikelen die de Turkse rechtsregels meer in overeenstemming moesten brengen met de Europese. Zo werden racisme en andere vormen van discriminatie voor het eerst strafbaar gesteld, stond er langere gevangenisstraf aangekondigd voor politiefunctionarissen die schuldig waren bevonden aan martelpraktijken en werd de strafverlaging voor moorden uit eerwraak afgeschaft.

In Ankara bezigde premier Erdogan harde woorden aan het adres van de Europese Unie. ,,Wij zijn Turken en we nemen onze eigen beslissingen. Niemand mag de EU gebruiken om druk uit te oefenen op Turkije'', zei hij. Maar gisteren was er in Brussel opeens weer een heel andere Erdogan. Het Turkse parlement zou zondag in een extra zitting bijeenkomen en de strafwet zou zonder de veelbesproken overspelbepaling worden behandeld. En daarmee liet de Turkse premier zich weer van zijn meest coöperatieve kant zien. En met succes, zo bleek uit de positieve kwalificaties van Verheugen.

Kritische Duitse christen-democratische europarlementariërs zagen gistermiddag in de gang van zaken het bewijs van hun stelling dat het rumoer rondom de overspelbepaling niet meer was dan een afleidingsmanoeuvre. Doordat alle aandacht op dit punt was gericht en op de inschikkelijkheid van de Turken, is er geen aandacht meer voor de aanzienlijke andere tekortkomingen in het Turkse politieke systeem, luidt hun kritiek.

Maar in de gremia die het thans voor het zeggen hebben als het gaat om de Turkse toetreding, lijken deze critici weinig aanhang te vinden. In de dertig leden tellende Europese Commissie is een zeer ruime meerderheid aanwezig voor een positief oordeel over het openen van de besprekingen met Turkije. Het echte besluit daarover moet daarentegen in december worden genomen door de regeringsleiders van de 25 EU-landen. Zij zullen unaniem moeten uitspreken of en wanneer de onderhandeling met Turkije over toetreding kunnen beginnen. En voor hun beslissing is unanimiteit vereist.

Zoals het er nu naar uitziet zal geen van de regeringsleiders tegenstemmen als is aangetoond dat Turkije aan de zogeheten Kopenhagen-criteria voldoet. Dit zijn de minimumnormen op het terrein van democratie, rechtstaat, economie en bestuur waaraan kandidaatlanden moeten voldoen om de toetredingsgesprekken te kunnen beginnen.

De regeringsleiders hebben weliswaar te maken met een kritische publieke opinie – vooral in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk woedt een hevig debat – maar zij zoeken de oplossing voor dat probleem vooralsnog in de factor tijd. Zo zei de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder gisteren in een vraaggesprek met de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat het nog minstens 15 jaar zal duren voordat Turkije daadwerkelijk zal zijn toegetreden tot de Europese Unie.

Daarnaast wordt er nu al gezinspeeld op allerlei speciale overgangsmaatregelen, waardoor het nog langer duurt voordat Turkije zich een volwaardig lid van de EU kan noemen. Deze zouden onder andere moeten gelden voor het vrije verkeer van personen en de Europese subsidies voor landbouw en onderontwikkelde regio's.

Onder voorzitterschap van de Nederlandse premier Jan Peter Balkenende zal nu allereerst worden aangegeven wanneer de gesprekken kunnen beginnen. Het noemen van een einddatum zal daarbij zorgvuldig worden vermeden. Met enthousiasme voor een Turks lidmaatschap heeft het allemaal weinig van doen. Het gaat om het nakomen van eerder gemaakte afspraken. Een proces dat reeds in 1963 is begonnen. Daarna is de spreekwoordelijke, niet meer te stoppen trein gaan rijden. En daarmee is Turkije geworden tot ,,een onontkoombaar idee'', zoals de nieuwe Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht onlangs zei in een interview.

    • Mark Kranenburg