Bezeten door het beest

In de Amerikaanse televisieserie `Carnivàle', die zich afspeelt tijdens de Grote Depressie, is een belangrijke rol weggelegd voor het bovennatuurlijke. Het verhaal wordt verteld als in een briljante, trage roman.

Als er een hemel is voor televisieprogramma's kun je er elke dag kijken naar Twin Peaks. Hier op aarde daarentegen is alles smerig, stoffig, bruin en uitzichtloos. Het is 1934. We zijn in de `dust bowl', het droge Amerikaanse landschap van Oklahoma en John Steinbecks The Grapes of Wrath. Er is geen werk, geen eten. De mensen trekken in vergeefse hoop naar het westelijker Californië. Armoede, uitzichtloosheid en altijd die harde, stoffige wind.

De overheersende kleur in de nieuwe Amerikaanse televisieserie Carnivàle is bruin. Het overheersende gevoel is mystiek. Carnivàle, dat vorig jaar werd uitgezonden op abonneezender HBO, is totaal anders dan je zou verwachten. Zelfs van de zender HBO, die al dramaseries bracht over een twijfelende maffiabaas met familieproblemen en over een onvolledig gezin met een begrafenisonderneming. Carnivàle is indrukwekkend en traag; na twaalf delen is nog niet duidelijk waar het allemaal over gaat. En anders dan The Sopranos en Six Feet Under speelt de serie niet in de tegenwoordige tijd maar in de periode van de Grote Depressie, een van de moeilijkste episodes uit de Amerikaanse geschiedenis.

In de eerste aflevering zit een jongeman, de achttienjarige hoofdpersoon Ben Hawkins, aan het sterfbed van zijn moeder. Om zijn enkel een boei met de resten van een ketting. Buiten giert een stoffige wind rond hun boerderijtje op de kale akker. Moeder rochelt en hoest en Ben wil haar troostend aanraken. Vol angst en afschuw weert ze hem af.

Het is een van de merkwaardigste openingsscènes van een dramaserie sinds veertien jaar geleden in Twin Peaks het in plastic gewikkelde lijk van Laura Palmer werd ontdekt. De moeder van Ben sterft en terwijl hij naast haar lijk een kuil graaft in de harde grond, komt er een bulldozer aan. Banken jagen failliete boeren met geweld van hun land. Van de andere kant komt een stoet vrachtwagens van een kermis aangereden. Voorin de eerste wagen zitten een man met een kunstbeen en een dwerg. Vanaf dat moment ontwikkelt zich op het harde sociaal-realisme een tweede, mystieke laag. Meteen na de titelbeelden van tot leven gewekte tarotkaarten en schilderijen van Bosch en Breughel, waar elke aflevering mee begint, richt de dwerg het woord al tot ons en vertelt over de eeuwige strijd tussen Goed en Kwaad. Hij zei dat de jaren dertig het laatste tijdperk vol wonderen vormden. Dat met de uitvinding van de atoombom de mensheid voor de rede koos. En dat ,,in iedere generatie een schepsel van licht wordt geboren en een schepsel van duisternis''. Die dwerg, de leider van de kermis, wordt gespeeld door Michael J. Anderson, die iedereen zich herinnert uit Twin Peaks als de achterstevoren sprekende kleine man voor het rode, fluwelen gordijn.

Nachtmerrie

Dat deze serie anders is dan andere bleek ook uit de titelbeelden die eindigen met een close-up van de tarotkaarten `maan' (met de duivel) en `zon' (met god). De wind blaast ze weg en van onder het stoffige zand verschijnt de titel van de serie `Carnivàle' (Engels voor `kermis' maar met een extra e en een koket accent op de tweede a). Daarna volgde die toespraak van de dwerg Samson en die ging weer over in een nachtmerrie van beeldflarden met een man die door een maïsveld rent, donderslagen en bliksemschichten, soldaten in de Eerste Wereldoorlog, kanonschoten, verminkte mensen, revolvers en een man met een angstaanjagende tatoeage van een boom op zijn buik. Het blijkt de droom van hoofdpersoon Ben Hawkins die ontwaakt en zijn moeder op haar sterfbed ziet liggen, een kruis aan haar borst drukkend. Hij moet een van de twee schepselen zijn over wie de dwerg sprak, maar is hij goed of kwaad?

Na de begrafenis van Ben Hawkins' moeder rijdt de bulldozer in op het huis. Samson en een andere kermisklant vragen zich af of ze Hawkins mee zullen nemen als vanachter de heuvel een politiesirene klinkt. Hawkins draagt een boei met doorgezaagde ketting aan zijn enkel en is dus ontsnapt uit een gevangenis. Voor de jongeman ja of nee kan zeggen valt hij flauw en neemt de kermisstoet hem mee.

De jaren dertig en een stoet kermisgasten zijn een ongewone tijd en locatie voor een Hollywoodserie, maar HBO heeft er een fors budget tegenaan gegooid, zodat Carnivàle er schitterend uitziet. Oude vrachtwagens, prachtige kleding, honderden figuranten, stille dorpjes en sombere, stoffige landschappen. Vooral op de personages van de kermisklanten hebben de makers zich uitgeleefd. Als Hawkins eindelijk ontwaakt ligt hij in de woonwagen van Lila, de vrouw met de baard. Er loopt een man met een reptielenhuid rond, twee blonde meisjes die aan de heupen vergroeid zijn en een blinde dromenduider. Fellini deed het niet voor minder. Bedenker, schrijver en producent Daniel Knauf (1958) noemt – naast Steinbeck, Twin Peaks en The X-Files – ook de cultfilm Freaks van Tod Browning uit 1932 een inspiratiebron. Knaufs sympathie ligt bij het vreemde kermisvolk. De `burgers' hebben vaak van die hoekige gezichten zoals je die ziet op de jaren dertig foto's van arm blank Amerika van Walker Evans.

Het bovennatuurlijke is na de openingsscène al snel zichtbaar als in een van de andere kermiswagens een jonge vrouw antwoord geeft aan haar telepatische moeder die in coma ligt. ,,Nee, ik wil het niet. Hij is nog zo jong.'' Moeder is boos en gooit met de kracht van haar geest de tarotkaarten van tafel.

Goed en kwaad

Carnivàle is volgens Samson de dwerg een verhaal over de strijd tussen goed en kwaad. Of de mensen van de kermis goed of kwaad zijn, dat blijft nog lang de vraag. De andere kandidaat voor een van beide kwalificaties is een Californische priester die predikt onder de arme landverhuizers uit Texas en Oklahoma. Kort nadat we Hawkins hebben leren kennen, verplaatst het verhaal zich naar deze Justin Crowe, terwijl hij preekt in zijn kerk. Een van de gelovigen steelt uit het collectemandje. Na de dienst ondervraagt Crowe de vrouw en het duurt niet lang voordat ze zilveren dollars spuwt. Later zal de priester in een regen van bloed staan en de neonreclame van een louche bar zien veranderen in een kruis. En dat zijn nog maar een paar voorbeelden uit deel 1.

Belangrijk is dat de priester de nachtmerrie deelt met Ben Hawkins. Hij droomt hetzelfde en Hawkins ziet in de droom het gezicht van de priester. Zij moeten het goede en het kwade schepsel zijn, maar wie is wat? Of die vraag in de eerste reeks van twaalf afleveringen een antwoord krijgt is niet zeker. Het zoeken naar een antwoord door heel goed op te letten en ook de aanwijzingen in het beeld niet te vergeten, maakt het kijken tot een ongewoon tv-genot. Bedenker Daniel Knauf heeft wel eens laten vallen dat hij drie of vijf seizoenen nodig zal hebben om duidelijk te maken waar Carnivàle over gaat. ,,Je mag misschien niet alles begrijpen wat je ziet, maar ergens betekent het wel wat'', stelt hij gerust. Maar veel Amerikaanse kijkers en critici waren vorig jaar bang dat hij net als David Lynch in Twin Peaks wel erg veel overhoophaalt, maar uiteindelijk ook zelf verdwaalt tussen schijn en werkelijkheid.

Gelukkig toont de eerste aflevering al wel wat de geheime kracht is van Ben Hawkins en waarom hij thuishoort tussen de freaks van de kermis. In een flashback zien we hem tot ontsteltenis van zijn moeder een opgegraven poesje tot leven wekken. ,,Je bent getekend door het beest!'' schreeuwt ze angstig uit.

Carnivàle past in een hele reeks van moderne Amerikaanse series waarin het bovennatuurlijke een plaats heeft gekregen. Het is alsof liberaal televisiemakend Hollywood contact zoekt met het geloof dat de afgelopen jaren toch al zo veel terrein heeft gewonnen in de Verenigde Staten. De transcendente strijd tussen goed en kwaad was al een thema in Buffy the Vampire Slayer (1997). In Dead Like Me (2003) zijn de hoofdpersonen ondoden die de zielen van pasgestorvenen moeten begeleiden naar hemel of hel. In Joan of Arcadia (2003) verschijnt God als een knappe schooljongen die Joan goede daden laat verrichten. In Tru Calling (2003) hoort een medewerkster van een mortuarium stemmen van doden. In Dead Lawyers (2004) krijgen overleden advocaten de kans iets goed te maken. In Dead Zone (2002) ontwaakt een jongen als een helderziende uit een coma. Carnivàle past prima in dat rijtje van series die als uitgangspunt hebben dat er meer is tussen hemel en aarde en dat je daar televisie van kunt maken. Maar de uitwerking van Carnivàle is verrassend. Het is geen min of meer spannende serie met steeds een avontuur van een uurtje, maar een lang en traag vertelde roman die het moet hebben van de beelden, de sfeer en de personages. Of God en de rest nu wel of niet bestaan, het is in ieder geval spannend om je mee te laten slepen in een kermiswereld van zeventig jaar geleden waarin iemand van goede en iemand van kwade wil zal blijken te zijn. Ooit.

`Carnivàle' is vanaf vanavond wekelijks te zien op Canvas, 21.00 uur.

    • Dirk Limburg