Vreemdgaan in Turkije

Het Turkse eskader dat tot nu toe zo daadkrachtig opstoomde naar de onderhandelingen over de toetreding tot de Europese Unie dreigt in het zicht van de haven te stranden. Niet de doodstraf of het democratisch deficit in Turkije wierp onverhoeds een dam op, maar opschorting door het Turkse parlement van herziening van de strafwet – waardoor de mogelijkheid open blijft dat in Turkije overspel strafbaar wordt. De Turkse premier, Erdogan, ziet hervorming van de strafwet nadrukkelijk als een interne aangelegenheid waarmee de EU niets te maken heeft. De eisen waaraan aspirant-leden van de Unie moeten voldoen voordat onderhandelingen over toetreding kunnen beginnen, de zogeheten Kopenhagencriteria, spreken zich er volgens hem niet expliciet over uit – dus wat is het probleem? Het probleem voor Europa is dat het strafbaar stellen van overspel dichter bij het islamitisch recht staat, de sharia, dan bij Europese wet- en regelgeving. De aanstaande voorzitter van de Europese Commissie, de Portugees Barroso, en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bot, momenteel roulerend voorzitter van de Europese Unie, hebben dan ook terecht hun bezorgdheid over de `overspelwet' uitgesproken.

De Turkse regering en voorstanders van 's lands toetreding tot de EU beschuldigen de Unie van gelegenheidsargumenten waardoor op het laatste nippertje hindernissen voor het Turkse lidmaatschap ontstaan. Het verzet tegen toetreding van Turkije neemt inderdaad toe. Veel te laat is een politiek debat op gang gekomen over de vraag of dit grote en relatief arme land wel bij Europa hoort – op allerlei gebied: van historie en geografie tot economie, van cultuur tot religie. De toetredingsprocedures zijn al zo ver gevorderd dat het Turkse lidmaatschap nu vooral een kwestie van tijd is geworden. Het was overigens onvermijdelijk dat de discussie een politieke wending zou krijgen. Een zo principiële zaak kan niet louter procedureel worden afgedaan.

Op deze plaats is eerder gezegd dat alles welbeschouwd de (vele) nadelen van een Turks EU-lidmaatschap niet opwegen tegen de voordelen. Het is een wezenlijk Europees belang de westelijk georiënteerde, wereldlijke krachten in Ankara en Istanbul te steunen. De EU kan beter een in haar rijen opgenomen, geseculariseerde en gematigde moslimstaat op haar zuidoostflank hebben dan een afgewezen land dat radicaliseert. De Turkse bevolking heeft het vergrijsde Europa iets interessants te bieden: jeugd. Van een Turks lidmaatschap zou wereldwijd het signaal uitgaan dat de belangrijkste verworvenheden van de EU – vrede en welvaart – ook voor een moslimstaat bereikbaar zijn. In Turkije zelf werkt het perspectief op toetreding modernisering van de samenleving in de hand. Dit alles laat onverlet dat pas kan worden onderhandeld als Turkije aan de kernpunten heeft voldaan van de Kopenhagencriteria, het eisenpakket van de Europese Unie. Hoewel dat nogal breed is geformuleerd, valt ook herziening van de strafwet daaronder, evenals intrekking van alle wetten die straffeloosheid bevorderen van degenen die zich schuldig maken aan het gebruik van geweld tegen vrouwen. Het is juist de positie van de vrouw in Turkije die ruimte voor twijfel bij Brussel laat.

Het gaat te ver om te zeggen dat premier Erdogan en het Turkse parlement moeten kiezen `tussen overspel en Europa'. De soep wordt niet zo heet gegeten. Erdogan, die vandaag in Brussel is voor spoedoverleg, heeft nog even de tijd om een oplossing te zoeken. Maar voor de Unie is de wetgeving op vreemdgaan een testcase geworden, een politieke toetssteen die de vorderingen van Turkije in de richting van het EU-lidmaatschap in de schaduw dreigt te zetten. Het zou jammer zijn als dat laatste gebeurt, maar de wettelijke straf op overspel gaat te ver om er geen punt van te maken.