Verdeeldheid over terreurrol Donner

De coalitiepartijen in de Tweede Kamer (CDA, VVD en D66) zijn verdeeld over de vraag of minister Donner van Justitie het voortouw moet krijgen bij terrorismebestrijding. CDA en VVD steunen het kabinetsbesluit om Donner daartoe bij Koninklijk Besluit aan te wijzen. D66 is voorstander van één minister van Veiligheid.

Dat bleek vanochtend tijdens een debat in de Tweede Kamer over het pakket maatregelen dat het kabinet eerder deze maand voorstelde voor verbetering van het anti-terreurbeleid in Nederland. Voor dat beleid zijn de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken gezamenlijk verantwoordelijk. Maar in geval van acute dreiging krijgt de minister van Justitie `doorzettingsmacht'. Hij kan dan ook besluiten nemen waar andere departementen bij betrokken zijn.

PvdA en GroenLinks toonden zich in het debat bezorgd over de extra bevoegdheden die het kabinet wil geven aan inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zij mogen van het kabinet ook opsporingsactiviteiten als telefoontaps, volgen en observaties inzetten tegen personen waartegen nog geen concrete verdenking bestaat. Beide partijen vinden dat een ,,vrijbrief'' voor die opsporingsdiensten.

VVD, LPF en de groep-Wilders willen juist verdergaande bevoegdheden bij de bestrijding van potentiële terroristen. De VVD vindt dat Schiphol een permanent risicoveiligheidsgebied moet worden waar altijd gefouilleerd mag worden. Nu is daar nog een speciale aanwijzing van de officier van justitie voor nodig.

Donner en Remkes kondigden in een brief aan de Kamer aan dat opsporingsdiensten de bevoegdheid krijgen om personen die mogelijk tot terreurnetwerken behoren, hinderlijk te volgen, ook zonder concrete verdenking. Dat hinderlijk volgen mag er ook toe leiden dat het zo'n persoon `in het circuit' onmogelijk wordt gemaakt, omdat het duidelijk is dat hij in de gaten wordt gehouden. Ook moet het mogelijk worden om databanken met persoonsgegevens, inclusief die van particuliere instellingen, te raadplegen en te koppelen.