Palestijnse vrouw pleegt aanslag in Jeruzalem

Een 18-jarige Palestijnse vrouw uit Nablus heeft gisteren de eerste zelfmoordaanslag sinds zeven maanden in de Israëlische hoofdstad Jeruzalem gepleegd.

Bij een Palestijnse infiltratiepoging in de joodse nederzetting Morag in de Gazastrook werden vanochtend drie Israëlische militairen gedood. Ook twee aanvallers vonden de dood. Er waren vanmiddag nog gevechten aan de gang met een derde Palestijn.

In Jeruzalem werden twee officieren van de grenspolitie, die de de Palestijnse vrouw op een druk kruispunt bij de noordelijke wijk French Hill wilden aanhouden, gedood. Vijftien omstanders werden gewond. De aanslag is opgeëist door de Aqsabrigades in Nablus en werd veroordeeld door de Palestijnse autoriteiten. Premier Sharon zei niet alleen dat ,,deze terroristen met alle beschikbare middelen bestreden zullen worden'', maar ook dat de bouw van de betonnen muur die rond stadsdelen van Jeruzalem wordt aangelegd, versneld zal worden. Sharon oefende kritiek uit op het Israëlische Hooggerechtshof dat zich volgens hem te lankmoedig opstelt in de Palestijnse beroepsprocedures die bovendien de bouw van de muur vertraagd zouden hebben.

De 18-jarige Zayned Abu Salem is de achtste Palestijnse vrouw, die sinds het begin van de intifadah (de opstand tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) in 2000 een zelfmoordaanslag uitvoert. Op het French Hill-kruispunt van wegen naar het centrum van de stad, naar Ramallah, naar Tel Aviv en de Dode Zee, liep zij gistermiddag gesluierd in de richting van een bushalte en een liftersplaats voor soldaten. Patrouillerende grenspolitie en omstanders vonden dat zij zich verdacht gedroeg. Op het moment dat twee officieren haar papieren wilden bekijken en haar wilden fouilleren, bracht zij met een hoofdbeweging de explosieven tot ontploffing.

De grenspolitie en het leger bevonden zich al in de hoogste staat van paraatheid in verband met de joodse feestdagen en met de aankondiging van de Aqsabrigades en Hamas dat de 35 doden van de afgelopen drie weken in de vluchtelingenkampen van Nablus, Jenin en bij Gaza-stad gewroken zouden worden. Paracommando's en speciale eenheden voerden de afgelopen weken zoekacties naar leden van de extremistische groeperingen uit in deze drie plaatsen. Niet alleen werden leden van de Aqsabrigades en Hamas gedood; ook omstanders, onder wie kinderen, kwamen daarbij om het leven.

Israëlische ministers en regeringswoordvoerders grepen de aanslag aan om de bevolking te waarschuwen dat de gewapende intifadah niet voorbij is, hoewel die indruk bij velen wel is ontstaan na een maandenlange periode van betrekkelijke rust in Israël zelf. De aanslag in de zuidelijke woestijnstad Beersheva, waarbij eerder deze maand 16 joodse immigranten uit Rusland en Ethiopië werden gedood, gold ook als een waarschuwing.

Palestijnse ministers veroordeelden de aanslag, maar wezen er tegelijkertijd op dat de intifadah gevoed wordt door de Israëlische bezetting en dat alleen een politiek vergelijk een wezenlijke oplossing en voor Israël veiligheid kan bieden. Religieus-rechtse Israëlische politici wezen naar premier Sharon. Het plan van de Israëlische premier om de 21 joodse nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen, moedigen in hun ogen ,,de terroristen aan nog meer aanslagen te plegen''.

Die ontruiming zal, zo zei Sharon gisteren, gedurende twaalf weken in de zomer van 2005 plaatvinden en niet zoals hij eerst wilde al in februari.