Notulen

Mij bereikten, overigens geheel langs legale weg, notulen uit een verzorgingshuis, ergens in Nederland. Daar komen bewoners die op dezelfde gang wonen, regelmatig samen om de toestand in hun wereld te bespreken. Dit onder leiding van een heuse voorzitter, een verzorgster in het huis. Ik heb de tekst ingekort, maar verder zoveel mogelijk intact gelaten. De namen van de bewoners zijn vervangen door pseudoniemen.

De voorzitter zegt dat het leuk zou zijn als het personeel eens een complimentje van de bewoners kreeg in het huisblad. ,,Nou, dat is nogal een tendentieus verzoek'', zegt iemand, ,,alsof het hier allemaal rozengeur en maneschijn is.'' ,,Nee, maar we houden niet van klaagliedjes'', werpt mevrouw Vlootstra tegen.

Wat vonden we van het uitstapje naar de Keukenhof, wil de voorzitter weten. Een tóp-uitstap, is de algemene opinie. Helemaal geen klachten? ,,We zouden wel wat meer zakgeld willen'', zegt mevrouw Winters. Meneer Van der Weijden begint aan een verhandeling over de stamppot rauwe andijvie die hem deze middag slecht bekomen is. De voorzitter vraagt hem bij het onderwerp te blijven: ,,U bent verwarrend op deze manier.'' ,,Nee, mevrouw de voorzitter'', reageert meneer Van der Weijden, ,,u luistert niet goed, bovendien vind ik dat u deze vergadering slecht leidt. U heeft geen raamwerk voor deze discussie uitgezet. Zo wordt het een warboel.''

De voorzitter zucht en wil een discussie over de broeders in het huis. ,,Mevrouw Peters, heeft u liever een broeder of een zuster om u naar bed te brengen?'' Mevrouw Peters zegt niets, maar glimlacht wel even naar broeder Henk die net is aangeschoven. Mevrouw Beek vindt het leuk om zowel door een broeder als door een zuster naar bed gebracht te worden. ,,Ja'', zegt mevrouw Winters, ,,want dan kun je jonassen.''

Mevrouw Vlootstra kiest onomwonden voor Henk, maar broeder André, Wim of Johan kunnen er ook mee door. Meneer Van der Weijden maakt het niets uit, als zijn benen maar goed ingesmeerd worden.

Over naar de parkiet. Kareltje. Hij kwam vorig jaar pardoes binnengevlogen en woont nu in een kooitje in `de huiskamer'. Is dat niet een beetje zielig, zo'n eenzaam vogeltje, moet hij niet vrijgelaten worden? Vijf stemmen voor, vijf stemmen tegen. ,,Ik hoor hem nooit fluiten'', zegt mevrouw Kaanders. De voorzitter merkt op dat Kareltje uitsluitend communiceert met mevrouw Lodewijks. ,,En dan nog alleen als er verder niemand bij is'', beaamt mevrouw Lodewijks. Zij stelt voor een hondje erbij te nemen, die mag dan bij haar komen wonen. ,,Als het maar geen sint-bernardshond is, want die past niet op bed.''

Laatste onderwerp: dansen. Heeft er iemand vroeger dansles gehad? Ja, bijna iedereen. ,,Waar gaan we altijd dansen? Bij Jansen!'' zingt mevrouw Hietink. Ze heeft haar man op dansen ontmoet, net als mevrouw Beek. Mevrouw Leiten had geen tijd om op dansen te gaan, maar ze danste wel altijd achter het straatorgel aan.

Mevrouw Hietink begint weer te zingen: ,,Ik ga slapen ik ben moe,/ ik doe mijn beide oogjes toe,/ Heere houd ook deze nacht,/ bij ons allen trouw de wacht.''

,,Mevrouw de voorzitter, het wordt nu echt een zooitje omdat u geen structuur in het gesprek aanbrengt'', zegt meneer Van der Weijden.