Minister wil wet omzeilen voor Rwandese activisten (Gerectificeerd)

Een door Nederland gesteunde mensenrechtenorganisatie in Rwanda voelt zich bedreigd. Kamerleden en minister Van Ardenne zijn bereid de asielwetgeving aan te passen.

In de krochten van de Burundese hoofdstad Bujumbura houdt Emmanuel Nsengiyuma zich schuil. De voorzitter van de Rwandese mensenrechtenorganisatie Liprodhor is al sinds juli ondergedoken toen hij en zijn bestuur door het parlement in Rwanda zijn beschuldigd van het ,,uitdragen van een genocidaire ideologie'. In Rwanda staat daar, na de genocide van 1994, de doodstraf op.

Ook al heeft Nederland het invloedrijke Liprodhor altijd volop gesteund, op asiel in Nederland hoeven Nsengiyuma en zijn medebestuursleden niet te rekenen. De strenge asielwetgeving maakt dat feitelijk onmogelijk. De Tweede-Kamerleden Dittrich (D66) en Koenders (PvdA) waren onlangs op bezoek in het gebied van de Grote Meren. Zij vinden dat Nederland hulp moet bieden. In een gesprek met minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) zullen beiden er volgende week op aandringen om studie- of werkvisa te verstrekken.

De minister staat daar positief tegenover, laat ze desgevraagd weten. ,,Het is bijzonder kwalijk dat deze mensenrechtenorganisatie zo vervolgd wordt. Dat hebben we de Rwandese regering laten weten, maar er gebeurt weinig mee. Daarom vind ik dat de gevluchte bestuursleden op korte termijn geholpen moeten worden. Aan een visumaanvraag zal ik positief meewerken.'

De problemen voor Liprodhor begonnen in juli, nadat het Rwandese parlement de organisatie in een rapport had beschuldigd van ,,een genocidaire ideologie'. In Rwanda staat daar de doodstraf op. De ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Van Ardenne noemden het betreffende rapport in antwoord op Kamervragen vorige week ,,methodologisch zwak' Het ontbreekt aan bewijslast en het principe van hoor en wederhoor is niet toegepast.

Volgens Amnesty International en Human Rights Watch wil de Rwandese overheid Liprodhor monddood maken omdat de organisatie te kritisch is. Dat standpunt wordt gedeeld door de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties Novib, Cordaid en ICCO. Novib zelf is een belangrijke donor van Liprodhor.

Voorzitter Nsengiyuma vluchtte met een vrouwelijk collega-bestuurslid en haar vijf maanden oude zoontje naar buurland Burundi. De overige acht bestuursleden weken uit naar de Oegandese hoofdstad Kampala. Daar informeerden de laatsten bij de Nederlandse ambassade naar mogelijkheden om naar Nederland te kunnen vertrekken, want uit ervaring wisten ze dat de armen van de Rwandese veiligheidsdienst ook tot in Kampala en Bujumbura reiken.

Dat de Nederlandse ambassade werd aangezocht was geen toeval. In Rwanda had de Nederlandse ambassade de invloedrijke mensenrechtenorganisatie Liprodhor altijd openlijk gesteund, zowel diplomatiek als financieel. De bestuursleden tastten samen met de diplomaten van de Nederlandse vertegenwoordiging in Kampala de reismogelijkheden naar Europa af. Van asiel kon geen sprake zijn en een visum vereiste in ieder geval een uitnodiging uit Nederland. ,,Daarop hebben de mensenrechtenactivisten besloten eerst bij andere Europese landen te informeren', aldus een woordvoerster van Buitenlandse Zaken. Volgens voorzitter Nsengiyuma in Burundi en volgens zijn collega-bestuursleden in Kampala lag dat genuanceerder. ,,Ons werd duidelijk gemaakt dat we niet op veel steun konden rekenen', zo vat hij de gesprekken op de ambassade samen.

De houding van de diplomaten in Kampala wekte de woede van Human Rights Watch. Afrika-directeur Alison des Forges zei dat het ,,hoogst onverantwoordelijk is van een donorland om een organisatie niet te beschermen, terwijl ze eerder is aangemoedigd zich juist in het debat in Rwanda te mengen'.

De Nederlandse autoriteiten stellen echter dat het niet zomaar mogelijk is de Rwandezen asiel te bieden, omdat ze hun eigen land inmiddels verlaten hebben. Eenmaal in Burundi of Oeganda hadden ze zich als politiek vluchteling moeten vervoegen bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR. Inmiddels heeft deze organisatie zich over de Rwandezen ontfermd. Dat gebeurde nadat de toeristenvisa van de gevluchte bestuursleden waren verlopen en de Oegandese autoriteiten hen het land dreigden uit te zetten.

Waren ze in Rwanda gebleven dan hadden ze volgens de regels wel asiel kunnen aanvragen, namelijk bij de Nederlandse ambassade in Rwanda. Die had hen dan telefonisch in verbinding gebracht met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Den Haag, waar de uiteindelijke beslissing wordt genomen om de asielaanvragen al dan niet in behandeling te nemen. Zelf speelt de ambassade daar geen actieve rol in. Dat komt pas als de asielzoeker in Nederland aankomt en de IND aan de ambassade om een toelichtend onderzoek naar de asielmotieven vraagt.

Nsengiyuma en zijn collega's zagen weinig heil in zo'n bureaucratische procedure en evenmin in terugkeer naar het land waar ze juist vervolgd worden, om asiel aan te vragen op het terrein van de Nederlandse ambassade, gelegen op een steenworp afstand van de gebouwen van de Rwandese regering.

Kort na de vergeefse bezoeken aan de Nederlandse ambassade in Kampala arriveerde begin augustus in Burundi toevallig een delegatie van Nederlandse parlementariërs, onder wie Boris Dittrich (D66) en Bert Koenders (PvdA). In een gesprek met de ondergedoken voorzitter van Liprodhor werd hun al snel duidelijk dat deze en zijn medebestuursleden ernstig in de problemen zaten. Maar ook dat de Nederlandse asielwetgeving hen daarin niet kon helpen. ,,Die wet is helaas te streng', aldus Koenders. En Dittrich voegt daaraan toe dat ze ,,op basis van de huidige criteria binnen een minuut weer door de IND op straat worden gezet'. Maar de twee parlementariërs vonden dat Nederland moreel verplicht is de mensenrechtenactivisten te helpen. ,,We hebben als Nederlandse overheid die organisatie altijd gesteund en dus kunnen we ze nu niet laten vallen', aldus Koenders. ,,Als de asielwetgeving te streng is moeten we naar andere wegen zoeken.'

Het is niet de eerste keer dat de asielwetgeving wordt gepasseerd om een vluchteling in Nederland onderdak te bieden. Aan de Utrechtse Universiteit studeert al een Afrikaanse mensenrechtenactivist die in eigen land gevaar loopt.

Rectificatie

Rwandese activisten

De intro bij het artikel Minister wil wet omzeilen voor Rwandese activisten (23 september, pagina 9) meldt ten onrechte dat minister van Ardenne bereid is de asielwetgeving aan te passen. Zij wil de Rwandese mensenrechtenactivisten wel helpen, maar niet door aanpassing van de asielwetgeving. Als zij kunnen aantonen dat zij in levensgevaar verkeren, dan is de minister bereid mee te werken aan een visumaanvraag, ook als die bij een Nederlandse ambassade in een buurland van Rwanda wordt ingediend.

    • Jeroen Corduwener