Het wordt alsnog paardeNbloem

Volgend jaar zullen enkele lichte wijzigingen worden aangebracht in de officiële spellingregels voor het Nederlands. In plaats van `paardebloem', `duivekervel' en `kattekruid' wordt het `paardenbloem', etc. De regel van de `dier-plantnaam' bleek onwerkbaar. De regel van het befaamde `agentenuniformrokje' (alleen voor vrouwelijke agenten) wordt van een subhoofdregel gedegradeerd tot een uitzonderingsregel. Tegelijk zal men een paar honderd foutjes uit het Groene Boekje van 1995 rechtzetten.

Openbaar zijn deze voorstellen en het lijstje fouten nog steeds niet. Ze lekten eind augustus uit toen de Nederlandse Taalunie de voorstellen onder embargo naar een groep uitgevers stuurde. De algemeen secretaris van de Taalunie bezwoer de media dat de voorstellen nog niet definitief zijn en dat ze officieel bekendgemaakt zullen worden zodra ze dat wel zijn.

Inhoudelijk hoeft deze herziening niet op veel bezwaren te stuiten; tien jaar geleden waren juist de botanici nogal verrast dat `hun' woorden een uitzondering waren geworden op de hoofdregel van de tussen-n, dus zij worden nu alsnog bediend. Voor de rest heeft men zich bij de nieuwe regels neergelegd, en zondigen we er dagelijks tegen – en natuurlijk ook tijdens de jaarlijkse hoogmis van onze spelling, het Groot Dictee. (Men kan de ingewikkelde regels voor de tussen-n – waarom wél een n in hazenlip, klassenjustitie en zielenheil, en niet in spillebeen, hellevaart en gedachtegang? – beschouwen als een institutionele uitlokking tot het overtreden van de wet, maar er is hier geen Márquez die zoiets hardop durft te zeggen.)

Hoe is het mogelijk dat de spellingherziening, die toch alle burgers in Nederland en Vlaanderen aangaat, zo lang onder de pet kan worden gehouden? Degenen die bij dit onderwerp betrokken zijn, vormen een selecte groep van taalkundigen, ambtenaren van de Taalunie en uitgevers van woordenboeken en taalsoftware. Met name de uitgevers willen zo vroeg mogelijk absolute zekerheid over de regels, omdat zij hun uitgaven en producten hierop moeten aanpassen. Wie van hen het embargo heeft geschonden, is niet bekend.

De keuze van de Taalunie om het herzieningsproces in alle vertrouwelijkheid te laten verlopen, kan niet anders dan ingegeven zijn door de trammelant rond de herziening in 1995 en de heisa die een aantal jaren daarvóór ontstond rond voorstellen van de commissie-Geerts. Door een publicatie van Ludo Permentier in De Standaard werden de gedurfde, maar goed doordachte, voorstellen van prof. Guido Geerts (toen hoofdredacteur van Van Dale) van tafel geveegd voordat hij ze had kunnen verdedigen. Staatssecretaris Hedy d'Ancona speelde de rol van Brutus met verve. Toen moet de koudwatervrees zijn ontstaan om spellingvoorstellen in het openbaar te verdedigen voordat ze officieel worden ingevoerd. Alle inhoudelijke bezwaren tegen de laatste herziening in 1995 liepen stuk op het feit dat het Groene Boekje al was gedrukt. Alleen Van Dale hield er vervolgens een afwijkend regelsysteem op na.

Na deze zorgvuldig door Greetje van den Berg, de toenmalige algemeen secretaris van de Taalunie, geregisseerde operatie, volgde de Leuvense hoogleraar Koen Jaspaert haar op. Hij wilde met de spelling even niets te maken hebben. Op basis van zijn academische specialisme – Nederlands als tweede taal – vond hij de laatste herziening een gemiste kans. Opmerkelijk genoeg koos Jaspaert later opnieuw voor een herzieningstraject dat zo lang mogelijk zorgvuldig geheim wordt gehouden. Volgens eigen zeggen is de Taalunie als intergouvernementeel orgaan van de Nederlandse en de Vlaamse overheid niet eens onderworpen aan de wederzijdse wetten op de Openbaarheid van Bestuur.

Als de voorstellen verder geen wetswijziging inhouden (dat is alleen aan de orde als men de regels voor spaties, streepjes of apostrofs binnen de Spellingwet zou willen brengen), is er ook parlementair geen vuiltje aan de lucht. De Interparlementaire Commissie (waarin de Nederlandse en Vlaamse volksvertegenwoordigingen zijn afgevaardigd) kan alleen discussiëren over de ingangsdatum van de wijziging met het oog op het onderwijs en de examens Nederlands.

De gotspe van het nieuwe Groene Boekje zal zijn, dat de `leidraad' nu wordt geschreven door de oud-onthullingsjournalist Ludo Permentier. De vorige versie was van de hand van de Tilburgse hoogleraar Jan Renkema, bij velen bekend als de auteur van de Schrijfwijzer. Nog een autoriteit te grabbel gegooid.

Felix van de Laar is tekstschrijver en redacteur. Hij maakt deel uit van het taaladviesoverleg van de Nederlandse Taalunie.

    • Felix van de Laar