Euro lijdt onder Griekse perikelen

Griekenland lichtte de hand met zijn begrotingstekort. Dat maakt het er voor komende eurodeelnemers als Hongarije en Slowakije niet makkelijker op.

Is een gevechtsvliegtuig een investering die over langere tijd mag worden gespreid, of is het een betaling die rechtstreeks ten laste komt van de overheidsbegroting in het jaar dat de opdracht voor levering is gegeven? Dat lijkt misschien enkel interessant voor een gortdroge vergadering van actuarissen in grijze pakken. Maar het zijn wel dit soort kwesties die de Europese munt, de euro, rechtstreeks raken.

Gisteren maakte de in maart aangetreden conservatieve Griekse regering bekend dat onder de socialistische Pasok, die vanaf 1993 aan de macht was, de begrotingsregels stelselmatig zijn overtreden.

Griekenland trad destijds toe tot de euro, op basis van de begrotingssaldi over 1997-1999, die in lijn werden bevonden met de begrotingsdiscipline die nodig was om deel te nemen aan de gemeenschappelijke munt. Maar vanaf toen is met de regels massaal de hand gelicht, zo blijkt uit een onderzoek dat de conservatieven hadden gelast. In bijgaande grafiek wordt dat pijnlijk duidelijk. Er was geen tekort van 2 procent in 2000, en 1,4 procent in 2001 en 2002. Al die jaren was het tekort in werkelijkheid ruim boven het vereiste maximum van 3 procent dat is afgesproken in het Stabiliteitspact dat de eurolanden hebben gesloten. Een opgegeven tekort van 1,7 procent in 2003 werd al in mei van dit jaar opwaarts bijgesteld naar 3,2 procent. Uiteindelijk bleek het deze zomer 4,6 procent, en uiteindelijk 5,3 procent. De Europese Commissie startte al met een excessievetekortprocedure, die inhoudt dat Griekenland volgens Brusselse aanbevelingen zijn tekort moet gaan intomen. Griekenland zou graag de kosten van 7 miljard euro voor de Olympische Spelen, die vooral in 2003 en 2004 in het budget hakten, willen zien als uitzonderlijk en eenmalig, en dringt in dit geval aan op enige clementie.

President Trichet van de Europese Centrale Bank noemde de Griekse perikelen gisteren meteen al ,,zeer verontrustend'' en drong aan op eenduidige en consistente verslaglegging van de tekorten van de landen in de eurozone. Maar zo eenvoudig is dat niet. Ten eerste zijn de eurolanden zelf bezig om de regels van het Stabiliteitspact, dat het maximumtekort van 3 procent voorschrijft, te versoepelen, en de uitkomst daarvan is ongewis. Bovendien zijn er, net als bij de boekhouding van bedrijven, geen objectieve waarheden. De Pasok-partij zei gisteren niet alleen dat het conservatieve onderzoek naar de overheidsfinanciëbn is gedaan om haar in discrediet te brengen. Ze zei ook dat er destijds onderhandelingen waren geweest met Eurostat, het statische bureau van de EU, om een order van 45 gevechtsvliegtuigen direct ten koste te laten gaan van de staatsschuld, zonder ze van invloed te laten zijn op het begrotingstekort. Over een andere oorzaak van de uit de hand lopende tekorten van een paar jaar geleden, het veel te rooskleurig inschatten van inkomsten van de sociale fondsen, zweeg zij echter.

Boekhouden blijft zowel een kunst als een wetenschap, ook op staatsniveau. België mocht begin dit jaar van Eurostat het overnemen door de staat van de pensioenverplichtingen van Belgacom in mindering brengen op het begrotingstekort, hoewel er op de lange termijn volgens datzelfde Eurostat helemaal geen positieve of negatieve effecten zijn. De Oostenrijkse premier Schüssel zei afgelopen juni juist weer dat Eurostat veel te streng aan het worden is bij het beoordelen van de tekorten van de euro-overheden, zodat die 0,5 procentpunt hoger uitvallen dan onder de eerdere standaards het geval zou zijn geweest.

De kwestie Griekenland kan twee gevolgen hebben: een verdere standaardisering van de methodiek en het toezicht op de overheidsbegrotingen – waar centrale bankier Trichet op aandringt.

Tweede mogelijke gevolg is een nog grotere terughoudendheid om nieuwe EU-leden snel tot de euro toe te laten. De snelle manier waarop het financieel zwakke Griekenland zich voor de euro kwalificeerde blijkt inderdaad een tikje te wonderlijk te zijn geweest.

Hongarije presenteert volgende week zijn begroting voor 2005, en het wordt volgens analisten nog een hele klus om in 2010 of zelfs eerder in 2009 de euro in te kunnen, zoals de regering hoopt. De raming voor het begrotingstekort in 2004 zal waarschijnlijk fors worden opgehoogd vanaf het huidige niveau van 4,6 procent. Ook Slowakije heeft plannen voor toetreding rond het eind van dit decennium, maar het is de vraag of het plan om het tekort in 2006 onder de 3 procent te krijgen zal slagen. Landen als Hongarije, Polen en Slowakije krijgen het nu nog minder makkelijk. Met dank aan hun Griekse voorganger.

    • Maarten Schinkel