Een gat van vijf miljard

Het door de vakbeweging geleide verzet tegen de kabinetsplannen met lonen (nullijn) en sociale zekerheid (versobering) raakte deze week in een stroomversnelling. Mogelijk vormen de afgelopen maandag in ernst begonnen demonstraties en acties de opmaat tot massale sociale onrust.

Een `hete herfst' zou de levensvatbaarheid van de regerende coalitie in geding kunnen brengen. Hoogstwaarschijnlijk wordt de soep echter niet zo heet gegeten. De regeringspartijen denken een opstand tegen de voorgenomen aanslagen op sociale zekerheid, fiscale faciliteiten en subsidiecircuits te kunnen afkopen met een doorzichtig financieel handjeklap. De CDA-fractie zet in op enkele versoepelingen bij de afbraak van regelingen voor vervroegd uittreden. De VVD keert zich tegen de lastenverzwaring voor zakelijke gebruikers van auto's met een grijs kenteken. D66 ligt dwars bij de aangekondigde verhoging van het collegegeld. Achter de schermen lijken de drie betrokken partijen het al eens te zijn geworden dat zij elkaars wijzigingsvoorstellen zullen steunen. Daarmee is een krappe meerderheid verzekerd. Met de bedoelde amendementen is pakweg een miljard euro gemoeid. Dat is niet niks, maar zo'n bedrag dient in perspectief te worden gezien. Volgend jaar stroomt door de kassen van overheid en sociale verzekeringen in totaal 227 miljard euro. De wijzigingen waarover regeringspartijen een monsterverbond hebben gesloten maken van dat bedrag nog geen half procent uit. Bovendien is onduidelijk via welke andere bezuinigingen of lastenverzwaringen de regeringspartijen dekking voor hun alternatief denken te vinden.

Boven het budgettaire kortebaanwerk van dit najaar hangt inmiddels een pak donkere wolken. Tenzij de economie zich het komend halfjaar ongemeen krachtig herstelt, brengt het voorjaar van 2005 een nieuwe krachtproef op financieel-economisch terrein. Zowel begrotingsafspraken tussen de twaalf eurolanden als het geldende regeerakkoord eisen dat het tekort van de overheid elk jaar krimpt met een half procent van het bruto binnenlands product (2,5 miljard euro). Deze afspraken betreffen het structurele tekort. Dit is gelijk aan het werkelijke, feitelijke tekort op de begroting, nadat dit is geschoond voor tijdelijke invloeden van de conjunctuur. In een tijd van hoogconjunctuur, zoals in de tweede helft van de jaren negentig, – als de belastingen binnenstromen – is het feitelijke tekort kleiner dan het onderliggende, structurele tekort. In een recessieperiode, zoals we die hopelijk net achter de rug hebben, valt de opbrengst van de belastingen tijdelijk vele miljarden euro's lager uit. Hierdoor is het feitelijke tekort (dit jaar 2,9 procent) groter dan het structurele tekort (2 procent). De miljoenennota onthult dat het structurele tekort na 2005 niet verder slinkt. Daarbij veronderstelt het kabinet dat de economie verder aantrekt en vanaf 2006 weer met 2,5 procent per jaar zal groeien. Bij zo'n groei valt het tekort vanzelf al kleiner uit.

Deze aanname is kwetsbaar: in deze eeuw is de productie nog in geen enkel jaar met 2,5 procent toegenomen. Zelfs wanneer de economie zich zo voorspoedig ontwikkelt, stabiliseert het structurele tekort, in plaats van met 2,5 miljard per jaar te dalen. Dus dient de regering in de tweede helft van de lopende kabinetsperiode in totaal 5 miljard euro te vinden om het structurele tekort in het vereiste tempo te drukken. Daarvoor bestaan twee beproefde methoden: de belastingen verhogen of verder op de overheidsuitgaven bezuinigen. De bewindslieden hebben besloten dit probleem nog maar even voor zich uit te schuiven. Komend voorjaar zal een tussenbalans worden opgemaakt. Dat wordt een zware bevalling, omdat een aantal ministers langzamerhand bezuinigingsmoe raakt. Minister De Geus heeft al verklaard dat er wat hem betreft een eind is gekomen aan het snijden in de sociale zekerheid, de hoofdmoot van zijn portefeuille. Luttele dagen later deelde zijn collega Brinkhorst van Economische Zaken mee dat verder snoeien op de Werkloosheidswet zeker bespreekbaar is. Het zijn onder andere dit soort verwarrende signalen die de regering hebben bewogen voor volgend jaar 10 miljoen euro extra uit te trekken om de Rijksvoorlichtingsdienst op te tuigen. Inderdaad heeft het kabinet veel uit te leggen, maar dit geld zou misschien toch beter voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt.

Gehakketak tussen bewindslieden ondergraaft het toch al geringe vertrouwen in het regeringsbeleid. Het kabinet stelt zich als doel dat de economische groei in Nederland aan het eind van deze kabinetsperiode weer boven het Europese gemiddelde ligt. Daartoe wil de regeringsploeg de concurrentiekracht van Nederland versterken, onder andere door vermindering van administratieve lasten en via verlaging van het tarief van de winstbelasting. De beste oppepper voor de economie is echter herstel van vertrouwen. Wanneer consumenten hun geld laten rollen en ondernemers weer gaan investeren, kan onze economie een groeisprint trekken. Wellicht komt de groei in 2006 en 2007 dan zelfs boven de 2,5 procent uit en verdampt het gat van 5 miljard onder invloed van de gunstige economische ontwikkeling. 't Zou de mooiste uitkomst zijn die regering, oppositie en de

burgers van dit land zich kunnen wensen.

    • Flip de Kam