De paniek van Cat Stevens

Yusuf Islam, de tot moslim bekeerde oud-zanger Cat Stevens, is gisteren de Verenigde Staten uitgezet omdat hij staatsgevaarlijk zou zijn. Is deze brave Brit een fundamentalist?

Hij werd in 1948 geboren als Steven Demitri Georgiou en dinsdag, op weg van zijn woonplaats Londen naar Washington, uit een Amerikaans vliegtuig gehaald als Yusuf Islam. Ergens daartussen speelde hij twaalf jaar lang de popster Cat Stevens, de reden dat deze actie de kranten haalde.

Het is verleidelijk om nu aan een van de hits te denken die Stevens in de periode 1966-1968 had: `I'm gonna get me a gun' (you see the best of me when...). Dat is onzin. Cat Stevens was een vredelievende figuur, al kon zijn warme, mannelijke stem, in een up-tempo een beetje agressief klinken. Maar het bleef o zo keurig Brits.

Op zijn eerste foto's oogt Stevens als een schaapachtige puber en zo werd hij door de muziekindustrie ook behandeld. Na een maandenlang ziekenhuisverblijf vanwege tuberculose vond hij zichzelf en zijn muziek opnieuw uit en werd hij in 1970 – `Lady D'Arbanville' – het donkere, bebaarde idool van veel meisjeskamers. Ook dan oogt hij niet als iemand die een vlieg kwaad kan doen.

Vorig jaar nam Yusuf Islam de oude Cat Stevens-hit `Peace train' weer op en bewerkte hij `Lady D'Arbanville' tot `Angel of war'. Als protest tegen de Amerikaans-Britse invasie van Irak.

Het was de eerste keer in een kwarteeuw dat hij weer in het Engels had gezongen, nadat hij zich uit de muziekwereld had teruggetrokken. Moslim was hij al eerder en in die hoedanigheid zou hij voortaan met zijn unieke stem veel islamitische teksten reciteren. In moslimlanden, maar ook in Bosnië.

De gevolgen van die bekering betekenden uiteraard een groot verlies voor de popmuziek. Bovendien was Cat Stevens, net als collega-singer-songwriters Joni Mitchell en Laura Nyro, ook een begaafd schilder.

Maar geweld? Door één song weet ik zeker dat hij dat nooit zal propageren, laat staan gebruiken. Meer nog dan door de vredesliedjes van Cat Stevens of de brave verklaringen van Yusuf Islam na 9/11 en Beslan. Die zijn te direct.

Het gaat om `18th Avenue (Kansas City nightmare)' van de plaat Catch bull at four uit 1972. De verteller is in zijn auto op weg naar de Achttiende Straat, als de mensen en de omgeving hem plotseling zodanig deprimeren en verlammen dat hij bang is er aan onder door te gaan: ,,Don't let me go down.''

Middenin een regel wordt de stem onderbroken door een jachtig, onheilspellend instrumentaal stuk, gedomineerd door de piano van Stevens zelf. Dan hervat de verteller zijn verhaal: hij voelt zich een stuk beter als hij zijn wagen keert, terug naar het vliegveld. In de laatste regel spreekt hij zichzelf toe: ,,Boy, you've made it just in time.'' Op dezelfde melodie als de regel `Don't let me go down'.

Ik ken geen aangrijpender beschrijving van een manische paniekaanval – ook in muzikaal opzicht, door het instrumentale tussenstuk. Stevens was wel heel erg op zoek in die tijd. Misschien heeft de islam hem gered. Net op tijd. Wie zal hem dat kwalijk nemen? Nooit heeft hij zijn oude fans met vrome praatjes proberen te bekeren.

In het Engelse tijdschrift Mojo werd Yusuf Islam een paar jaar geleden geïnterviewd. Uiterlijk bleek hij onherkenbaar veranderd. Oogde als de eerste de beste islamitische slager van middelbare leeftijd. Maar wel een die het naar den vleze gaat. Fundamentalist was hij niet geworden: zijn publiek mocht naar hartelust van de oude Cat Stevens-platen genieten. Onlangs kwam de dvd van zijn Majikat-tournee uit, waar de bekende songs in een muziektheaterspektakelsfeer werden uitgevoerd. Dat was 1976, een jaar vóór Stevens' bekering.

Die heeft hem zijn verdere leven achtervolgd. In 1989 maakte Yusuf Islam een onhandige opmerking over de Rushdie-fatwah. Hij steunde ook de mujahedeen in Afghanistan. Maar daarin bevond hij zich in het gezelschap van Bush sr. Zijn islamitische school was de eerste die in Engeland de zelfde overheidssubsidie kreeg als christelijke en joodse.

Een brave man. En tegenstander van de oorlog in Irak. Dat is uiteraard de reden waarom hij tegenwoordig op een Amerikaanse zwarte lijst staat. Want de fundamentalistische christen Bush meent dat wie niet voor hem is, tegen hem is in de strijd tegen `terrorism'.

Als ik naar de oudste platen van Cat Stevens luister, denk ik aan het Londen van 1965. Uit Denmark Street komen Jimmy Page en Nicky Hopkins, op weg naar weer een opnamesessie waar zij als anonieme musici de platen van The Kinks of The Who gaan `opluxen'. Misschien gaan ze een pint drinken in Soho. Onderweg, op de Shaftesbury Avenue, passeren ze het Grieks-Cypriotische restaurant Moulin Rouge. In een kamertje boven dit restaurant van zijn ouders maakt de zeventienjarige `Steve' Georgiou liedjes. Aan de overkant staan mensen in de rij voor Film van Samuel Beckett.

Dat beeld bezorgt mij een hevige nostalgie naar die tijd. Ik hoop dat Yusuf Islam die af en toe ook voelt.