`Berecht Murat D. als minderjarige'

Advocaat A. Moszkowicz vindt dat Murat D. moet worden berecht volgens het jeugdstrafrecht. Daarvoor zal hij morgen bij de start van de zaak in hoger beroep pleiten.

De 17-jarige Murat D. werd eind april volgens het volwassenenrecht veroordeeld tot vijf jaar celstraf en tbs met dwangverpleging voor de moord op onderdirecteur Hans van Wieren van het Haagse Terra College. Moskcowicz, die de verdediging van Murat D. kort na diens veroordeling heeft overgenomen, wil zijn pleidooi laten ondersteunen door elf getuigen. Ook wil de advocaat aantonen dat er geen sprake was van moord met voorbedachte rade. De aanklacht moord moet volgens hem daarom worden omgezet in doodslag.

Tijdens de rechtszaak in april pleitten vier deskundigen die Murat D. hadden onderzocht ook al voor een veroordeling volgens het jeugdstrafrecht. Murat D., door een van de deskundigen bestempeld als `zwakbegaafd', zou volgens hen meer gebaat zijn bij behandeling in een jeugdinrichting dan bij celstraf en tbs. De strafmaat in het jeugdrecht is maximaal twee jaar jeugddetentie en maximaal zes jaar plaatsing in een jeugdinrichting.

De rechtbank koos echter voor het volwassenenrecht op grond van de ernst van het delict, een motivatie die berechting van 16-en 17-jarigen als volwassene mogelijk maakt. In het vonnis stelde de rechtbank dat bij de veroordeling het gedrag van Murat D. tijdens de zitting heeft meegespeeld. Hij toonde geen enkel blijk van berouw en bleek nog steeds verontwaardigd over hetgeen anderen hem hadden aangedaan.

De zogeheten regiezitting morgen bij het Haagse gerechtshof is niet toegankelijk voor pers en publiek. Bij deze zitting beoordeelt het hof de verzoeken van het openbaar ministerie en de verdediging om getuigen te horen. Tevens wordt besloten of het vervolg van het hoger beroep achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Strafzaken tegen minderjarigen zijn normaliter besloten. Bij de eerste behandeling werd een beperkt aantal journalisten toegelaten. Voor de rechtbank woog het belang van de openbaarheid zwaarder dan de privacybescherming van de verdachte en diens familie.