Atjeh-oorlog wordt nog steeds `vergeten' 1

Het wordt liever ontkend en vergeten: `Nederland als bezetter'. Ook in de column van J.L. Heldring van 16 september wordt de Atjeh-oorlog, waarbij Nederland zich op den duur schaamteloos aan terreur overgaf, niet met name genoemd. Deze oorlog begon Nederland in 1873 en die duurde in zekere zin totdat in 1942 de laatste Nederlanders uit Atjeh verdwenen.

Een van de weinige Kamerleden die er telkens aandacht voor vroegen was kapitein Lodewijk W.J.K.Thomson (1869-1914). Hij was in 1905 gekozen als afgevaardigde voor het kiesdistrict Leeuwarden voor de linkervleugel van de Liberale Unie. Een van zijn doelstellingen was het Nederlandse leger te democratiseren. Later sneuvelde hij als eerste Nederlandse militair voor de Internationale Rechtsorde tijdens de eerste Nederlandse `vredesmissie' 1913-1914 naar Albanië.

Deze Thomson had de Militaire Willems-Orde in de Atjeh-oorlog verdiend in 1897 en wist dus waar hij het over had. Maar vooral na het Atjeh-schandaal in 1904 vroeg onder anderen Thomson (deel uitmakend van het trio De Stuers en Van Kol) in de Kamer ononphoudelijk aandacht voor het Nederlandse schrikbewind op Atjeh, waarbij de pacificatie van dat gebied er sinds 1904 op achteruitging.

Ik citeer Thomson uit de Kamerhandelingen van 1906: ,,...De oorlog maakt onmenschelijk en met verbitteringwekkende wreedheid pacificeert men geen volk als het Atjehsche. Daarom moet dat stelsel van barbaarschheid verlaten worden, daarom behoeft men in Atjeh een zeer hoogstaande persoonlijkheid (Thomson bedoelt dus: niet het `sabelregime' van Gouverneur Van Daalen, ook wel Vandaalisme genoemd) en daarom is noodig de aanwezigheid van een beschermende macht in stede van een die louter tot schrik aanjagen in staat is. Daarom is vermeerdering van onze troepen een klimmende eisch, evenzeer als vermeden moet worden al wat de bevolking tot tegenstand prikkelt en haar meer en meer van ons vervreemdt.''

Ook stelde Thomson: ,,De pacificatie gaat niet verder dan den kring, dien gij maken kunt, wanneer gij als straal gebruikt de draagkrachtlengte van onze karabijn.''

    • Jolien T.C. Berendsen-Prins
    • Voorzitter Thomson Foundation