`Werkplaats blijft open'

Nederlands oudste werkplaats kan wat de staatssecretaris betreft verdwijnen.

Van 899.801 euro naar niets: De Ateliers is een van de zwaarst getroffen instellingen in de nieuwe Cultuurnota. Met het negatieve oordeel van de staatssecretaris verliest Nederland's oudste werkplaats zijn enige subsidiebron. Maar, zegt directeur Dominic van den Boogerd: ,,Wij gaan niet dicht.''

De Ateliers werd in 1963 opgericht door een groepje kunstenaars, uit onvrede over het academie-onderwijs. Gemiddeld twintig jonge kunstenaars werken er maximaal twee jaar in vrijheid op hun eigen atelier, met als enige inbreuk de wekelijkse bezoeken van vakbroeders en critici, met wie zij over hun werk praten. De helft van de deelnemers is van buitenlandse komaf. De vaste staf bestaat uit vier mensen.

Volgens de Raad voor Cultuur is De Ateliers overbodig geworden. Naast drie werkplaatsen (ook de Jan van Eyck Academie in Maastricht en de Amsterdamse Rijksacademie) kent Nederland sinds 1991 ook tweede fase-opleidingen, waar op vergelijkbare wijze wordt gewerkt. Die vallen onder de `O' van OCW en worden als zodanig al jaren door bezuinigingen getroffen. Het ruime gezamenlijke budget van 8,5 miljoen euro van de werkplaatsen steekt daar schril bij af. Het werd tijd dat zij zich een duidelijker ,,onderwijsprofiel'' aanmeetten, aldus de Raad: wat deden ze precies? En waarom zoveel buitenlanders?

Van den Boogerd: ,,Wij maken geen onderwijsprofiel, want we zijn geen educatieve instelling. Dat is het hele punt. Wij zien ook wel dat er een overschot aan matige kunstopleidingen is, maar dat wordt niet opgelost door een van de goedkoopste en best renderende de nek om te draaien. Iemand in het parlement moet inzien dat dat niet efficiënt is.'' En wat de buitenlandse studenten betreft: ,,Het niveau van de uitstroom hier is laag. Dát moet OCW eens goed onderzoeken.''