Persstemmen

Het Financieele Dagblad

Na het mislukken van het Voorjaarsoverleg staan regering en vakbeweging recht tegenover elkaar. Daar is in een democratie niets mis mee; sterker nog, dat kan een heel verfrissende werking hebben. Tamelijk uniek in de huidige situatie is echter dat er in de discussie uitzonderlijk fel op de man gespeeld wordt.

De teleurstelling die na het mislukken van onderhandelingen vaak functioneel wordt aangedikt, slaat nu om in bitterheid. Een hervatting van het overleg later dit jaar kan hierdoor extra bemoeilijkt worden, omdat de stemming vergald is.

De regering wil met een veelheid aan maatregelen de sociale zekerheid omvormen tot een stelsel dat mensen prikkelt na ziekte of verlies van baan weer snel aan de slag te gaan. [...] Uit de alternatieven die de oppositiepartijen hebben gepresenteerd, blijkt een keuze voor het min of meer in stand houden van het stelsel van sociale voorzieningen. [...] De oppositie biedt de regering de kans haar beleid helder over het voetlicht te brengen, omdat zij teruggrijpt op maatregelen die op korte termijn de pijn moeten verzachten, maar die in feite neerkomen op het verdelen van de koek en het ontmoedigen van persoonlijk initiatief. Dat is een weg die doodloopt, omdat burgers niet bereid zullen zijn via nivellerend beleid de hoge kosten te betalen van een steeds duurder stelsel van sociale zekerheid in een vergrijzende samenleving.

Trouw

Elk kabinet dat aan het bezuinigen slaat, is impopulair en heeft oorlog met de vakbeweging, zei vice-premier Zalm gisteren in zijn toelichting op de hervormingsagenda die het kabinet-Balkenende II uitvoert.

Hij haalde voorbeelden uit de recente geschiedenis aan om het gelijk van deze waarneming aan te tonen en bovendien te laten zien dat de politieke kleur van de bezuinigende ploeg er weinig toe doet. [..] Duidelijk is dat Zalm deze voorbeelden aanhaalde om de protesten tegen het kabinetsbeleid wat te relativeren. Hij mag dat doen – het kan geen kwaad eraan te herinneren dat bezuinigen geen exclusieve `rechtse' bezigheid is – zolang hij aan de historie maar geen excuus ontleent zich volledig op te sluiten in het eigen gelijk. Helaas vertonen de ministers van dit kabinet nogal eens die neiging. Zalm bewees dat gisteren ter plekke met zijn opmerking dat ,,de burgers het verhaal van het kabinet eigenlijk niet willen horen''. Dat is voor een politicus een brug te ver, want zo ontkent hij dat de keuzen wel degelijk een politiek karakter hebben en maakt hij zich immuun voor elke kritiek.

Nederlands Dagblad

[...] De grote vraag is of deze door een hard ideologisch liberalisme geïnspireerde stap het werken aan een herstel van gezamenlijk vertrouwen niet ernstig bemoeilijkt. Het kan nodig zijn dat de regering zich terugtrekt. Maar waarom moet werkgevers en werknemers daarbij de kans ontnomen worden zelf een antwoord te formuleren op bijvoorbeeld de vergrijzing? Een soortgelijk voorbeeld doet zich voor ten aanzien van de asielzoekersproblematiek. Ook daar wil het kabinet samenwerken. Maar tegelijk dringt het de betrokken organisaties en gemeenten in een rol waarin ze zich allesbehalve prettig voelen.

Werken aan vertrouwen betekent ook: burgers en maatschappelijke organisaties de ruimte gunnen verantwoordelijkheid te nemen op een manier die hun het beste voorkomt. Als de regering daarvoor niet meer oog krijgt, maakt ze het de samenleving onnodig moeilijk de uitgestoken hand aan te pakken.

De Telegraaf

De overgrote meerderheid van de burgers is ontevreden met het kabinetsbeleid. Dat is menselijkerwijs te begrijpen. Diep insnijdende ingrepen zijn, zeker als de voordelen daarvan nog niet zijn te zien, ook niet prettig. Maar dat kortetermijngevoel mag het langetermijnbelang van het land niet in de weg staan en dat vereist dat het verbouwen van Nederland wordt voortgezet. De tijd voor lapmiddelen en kunstmatige oppeppers of lijdzaam wachten tot het ooit beter wordt, is voorbij. Het kabinet moet dat de burgers met veel meer kracht duidelijk maken dan het tot nu toe heeft gedaan. De presentatie van de ministersploeg laat te wensen over. Het beleid komt veel te verbrokkeld naar buiten waardoor de gedachten achter de maatregel en het zicht op de toekomst verloren gaan. Ook moet het kabinet veel harder weerwoord leveren tegen het verkeerde en angstaanjagende beeld dat vooral de vakbonden, maar ook de oppositie van het beleid schilderen. Die zijn kortzichtig bezig hun eigen kortetermijnbelang veilig te stellen door hun leden op te zetten tegen het kabinet.