Memorabele verkiezing

In zijn huis in Bogor, pal ten zuiden van Jakarta, ontving de Indonesische kandidaat-president Susilo Bambang Yudhoyono gisteren de aanvoerders van de bonte verzameling politieke partijtjes die zijn kandidatuur voor de hoogste functie hadden gesteund. Onderwerp van gesprek: de samenstelling van het nieuwe kabinet. Want inmiddels staat wel vast dat Yudhoyono het presidentschap niet kan ontgaan: bijna 100 miljoen van de stemmen die afgelopen maandag werden uitgebracht, zijn inmiddels geteld en de oud-viersterrengeneraal staat stabiel op ruim zestig procent. Bij de voorverkiezingen op 5 juli brachten ruim 118 miljoen Indonesiërs hun stem uit, ook toen won Yudhoyono – zij het niet beslissend. Het zijn gedenkwaardige verkiezingen omdat het de eerste keer is dat Indonesische burgers rechtsstreeks hun president mogen kiezen. Yudhoyono wordt de zesde president van Indonesië na Soekarno, Soeharto, Habibie, Wahid en Megawati. Gedenkwaardig ook omdat Yudhoyono zonder steun van een van de twee grote massapartijen is gekozen. Memorabel is verder dat hoewel voorafgaand aan de verkiezingen berichten naar buiten kwamen over gerommel met stembiljetten op verschillende plaatsen, buitenlandse waarnemers deze week concludeerden dat de verkiezingen eerlijk hebben plaatsgehad. Indonesische kranten melden trots dat ook het relatief vredige verloop van de campagnes erop duidt dat de Indonesische democratie een voorbeeld is voor Azië. En daar valt veel voor te zeggen.

De uitgaande president Megawati Soekarnoputri is verpletterend verslagen en dat heeft zij grotendeels aan zichzelf te danken. De dochter van Indonesië's eerste president kon, toen zij zo'n tien jaar geleden politiek actief werd, bogen op brede steun onder de wong cilik, de kleine man. Haar belofte om te vechten voor de verbetering van de positie van de onderklasse is zij niet nagekomen. Ze geldt als weinig doortastend bij het oplossen van de talloze problemen van de archipel, en burgers vinden haar te afstandelijk. Bovendien drijft haar regering op corruptie en dat was juist het kwaad waartegen de reformasi-beweging ageerde die in 1998 de langjarige autocraat Soeharto tot aftreden dwong. Overigens blijft het de verdienste van Megawati dat zij, tezamen met andere politici als Abdurrahman Wahid en Amien Rais, leiding gaf aan die beweging.

Yudhoyono kan bogen op een gunstige pers. Hij geldt als intellectueel, communicatief, redelijk onkreukbaar en als een moderne hervormer. Deze politicus zonder partij is de droomkandidaat voor het Indonesische leger, al was het maar omdat Yudhoyono zelf in diepste wezen een militair is onder zijn burgerkleding. De toekomst zal leren hoe ver hij wil gaan met de verdediging van de pancasila, de staatsleer, en van de territoriale integriteit van de eenheidsrepubliek als het gaat om opstandige provincies als Atjeh en Papua.

De VS hebben de kandidaat-president al voorzichtig gefeliciteerd. De Amerikanen kunnen hem zien als een stevige bondgenoot in hun wereldwijde strijd tegen islamistische terreurorganisaties. Yudhoyono is wel moslim, maar zoals zoveel Javanen, zeer gematigd. En het Indonesische leger heeft in het verleden bewezen korte metten te maken met fundamentalistische islamitische groeperingen in eigen land. Voor de Nederlandse relaties met de Indonesië kan de nieuwe president en zijn regering een impuls betekenen. De verhoudingen stonden de laatste tijd enigszins onder druk bijvoorbeeld door het invoeren van een visumplicht voor Nederlanders. Ook de uitlatingen van minister Yusril Izha Mahendra, nu een jaar geleden, die verklaarde Nederlanders te haten wegens het koloniale verleden, droegen niet bij aan goede verhoudingen.

Op vijf oktober komt de uitslag van de presidentsverkiezingen naar verwachting definitief vast te staan. Vijftien dagen later zal Yudhoyono zijn kabinet presenteren. De verwachtingen zijn hooggespannen, in Indonesië – en daarbuiten.