Meevaller van 700 miljoen? Dat ruikt!

Minister Zalm was op zijn hoede toen hem vijf jaar geleden een meevaller van 700 miljoen gulden (318 miljoen euro) werd aangeboden. Dat zou de fiscus overhouden aan de overname van een reeks beursgenoteerde beleggingsfondsen voor zo'n 13 miljard euro, waarbij onder meer de Goudse vermogensbeheerder Veer Palthe Voûte (VPV) was betrokken, waarvan een aantal (voormalige) directieleden worden verdacht van voorkennis.

,,Dit ruikt'', schreef Zalm in de kantlijn van een ambtelijke memo van 4 oktober 1999, ,,Wie betaalt?'' Om zijn gekrabbel in de kantlijn voor het nageslacht te bewaren, voegde hij daar aan toe: ,,Tbv AR [Ten behoeve van de Algemene Rekenkamer]: dit is geschreven door Zalm.''

Uiteindelijk keurde Zalm de belastingafspraak hoogstpersoonlijk goed en presenteerde hij in 2000 een ,,niet geraamde'' meevaller van 700 miljoen gulden. Dat geld verdiende Financiën met de fiscale afwikkeling van een afspraak uit 1999 met VPV in verband met een bod op houdstermaatschappij Dordtsche Petroleum, die aandelen Koninklijke Olie beheerde.

De overname stond gisteren centraal in de voorkenniszaak die de rechtbank in Amsterdam behandelt. VPV onderhandelde in 1999 maandenlang met ambtenaren van Financiën over een fiscale naheffing, mocht de vermogensbeheerder een aantal beleggingsfondsen overnemen. Tijdens die besprekingen handelden de directieleden privé in de beleggingsfondsen.

Voor de verdediging van de verdachten zijn Zalms bedenkingen een steun in de rug. Het toont volgens hen aan dat de onderhandelingen met Financiën nog niet in een vergevorderd stadium waren, en dus niet koersgevoelig. Justitie stelt dat de onderhandelingen op dat moment al wel in een serieuzer stadium waren, waardoor privé-handel van de directeuren handel met voorkennis was.