Liegen en schoppen voor de persvrijheid van China

Persvrijheid is in China een zeer relatief begrip. Veel binnenlands nieuws dat de overheid onwelgevallig is, komt gewoonweg nooit in de kranten. Dat is nog steeds goed af te dwingen als het om gebeurtenissen gaat waar geen buitenlandse pers bij is betrokken.

Hoe gaat zoiets in de praktijk in zijn werk? Een Chinese milieuactivist vertelde deze krant eens dat hij een persconferentie had georganiseerd waarbij een hoge ambtenaar bereid was gevonden om een overheidsplan te verdedigen. De ambtenaar zou uitleggen waarom het plan om de natuurlijke bedding van een rivier onder een laag beton te storten juist heel gunstig was voor het milieu. De aanwezige journalisten en vertegenwoordigers van milieuorganisaties bleken alleen veel beter op de hoogte dan de ambtenaar en zij konden zijn verhaal met groot gemak ontkrachten.

Dat irriteerde de ambtenaar enorm. Hij ontstak in woede en gebood alle aanwezigen om hun notitieboekjes en geluidsopnamen onmiddellijk bij hem in te leveren. En zo gebeurde. De `mislukte' persconferentie had formeel nooit plaatsgevonden, en er verscheen geen enkel bericht over in de media.

Lastiger wordt het als er buitenlandse journalisten bij onaangename incidenten betrokken zijn. Zo waren er ruim een maand geleden voetbalrellen in het Arbeidersstadion van Peking. China verloor tot grote teleurstelling van het Chinese publiek van aartsvijand Japan, en niet alle Chinezen konden die vernedering zomaar accepteren. Een groep Chinese supporters stak een Japanse vlag in brand, en sommigen gooiden met stenen naar de bus van een groep Japanners die het stadion probeerde te verlaten.

Twee buitenlandse fotografen waren daarbij aanwezig. Zij meldden na afloop wat er volgens hen gebeurd was aan de Foreign Correspondents Club in China (FCCC), een informele beroepsvereniging van buitenlandse verslaggevers. Informeel, want het verbod op het vormen van verenigingen geldt in China niet alleen voor Chinezen, maar ook voor buitenlanders.

Volgens een brief die de FCCC vervolgens aan Kong Quan, de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde, was het zo gegaan: toen de Chinese oproerpolitie de relschoppers achteruit drong, maakte fotograaf Fred Brown van het Franse persbureau AFP daar foto's van. Dat was niet naar de zin van een Chinese agent in burger, die Brown beetpakte. Zijn collega, de Singaporese fotograaf Han Guan Ng van het Amerikaanse persbureau AP maakte op zijn beurt foto's van de acties van die `stille'. Daarop werd hij zelf aangevallen door vier of vijf andere agenten in burger. Ze riepen ,,Wie denk je wel dat je bent?'' en gooiden een van zijn camera's stuk op de grond. Ze ramden er zo stevig op los met hun politieknuppels dat zijn hoofd hevig begon te bloeden. Hij viel op de grond. De agenten probeerden hem herhaaldelijk te schoppen, waarbij ze ook op zijn hoofd mikten. Hij bedekte zijn hoofd met zijn handen en riep dat hij voor AP werkte, maar ze bleven schoppen. Toen hij bloedend overeind kwam, vroeg hij geüniformeerde agenten of ze soms een ambulance voor hem wilden bellen. Dat weigerden ze, en daarom liet hij zich uiteindelijk maar door een fietstaxi naar het ziekenhuis fietsen. Daar bleek hij acht hechtingen in zijn hoofd nodig te hebben.

Kong Quan reageerde meteen op de brief van de FCCC. Dat is uitzonderlijk, omdat de FCCC geen officieel erkende organisatie is. Het ministerie voelt zich meestal niet geroepen om te reageren op brieven van de vereniging. Kong toonde zich in zijn antwoordbrief bezorgd over het gebeurde, en een andere medewerker van het ministerie belde de FCCC met de mededeling dat men de zaak had voorgelegd aan de politie.

Daarna bleef het stil. Totdat er opeens, precies een maand na de beruchte wedstrijd, een bericht verscheen van het officiële Chinese persbureau Nieuw China. Daarin werd het incident wel beschreven, maar dan nèt even anders. ,,Een buitenlandse verslaggever is gewond geraakt temidden van een massa geagiteerde fans direct na de finale van de Azië-cup op 7 augustus'', zo heette het nu. Dat de fotograaf niet gewond raakte door het publiek, zoals wordt gesuggereerd, maar juist door het onbeheerst agressieve gedrag van de politie, werd in dit bericht zonder echt te hoeven liegen toch netjes onder het vloerkleed geveegd.

Toch lijkt het bericht juist bedoeld als een tegemoetkoming naar de buitenlandse journalisten, die hier over vier jaar immers ook in groten getale de Olympische Spelen komen verslaan. ,,De Chinese regering zal zich tot het uiterste inzetten voor de wettelijke rechten op verslaggeving en voor de belangen van buitenlandse verslaggevers'', zo belooft Kong Quan de journalisten even verderop in het bericht.

Het is de vraag hoeveel vertrouwen zo'n uitspraak nog kan inboezemen als die wordt gedaan in een bericht dat zelf een schoolvoorbeeld is van verhullende en misleidende verslaggeving. De juistheid van dergelijke berichten kan alleen worden ontkracht door beelden zoals de fotografen van AP en AFP ze nu juist wilden maken.