Kabinet regeert desnoods vanuit de loopgraven

Regering noch oppositie is er tot dusverre in geslaagd de publieke opinie te winnen in hun onderlinge strijd. Op prinsjesdag werden gisteren de opnieuw messen geslepen.

Het meest beladen woord van hoop dat het kabinet zich met oog op volgend jaar gisteren permitteerde, zat in het slot van de troonrede: `keerpunt'.

Volgend jaar zal, zo zijn de verwachtingen, de werkgelegenheid weer licht toenemen. En vanaf dat `keerpunt' zijn er volgens het kabinet kansen dat alles beter gaat. Dan is er hoop op aanhoudende en sterkere economische groei, dan kunnen de `structurele hervormingen' van het kabinet vruchten gaan afwerpen, dan komt er ,,meer samenhang in de maatschappij''. Dan komen langzaam ook de verkiezingen weer in zicht die zijn voorzien in 2007. Net als in de jaren tachtig het kabinet-Lubbers, hoopt het kabinet Balkenende dat het loon voor een paar jaar hard ingrijpen tijdig zal komen om aan de macht te blijven.

Maar de weg naar succes lijkt voor de christelijk-liberale coalitie van Balkenende, Zalm en De Graaf niet makkelijk. Nu kan het kabinet niet terugvallen op een sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers – en dan was de toestand toen nog ,,veel erger dan nu'', memoreerde toenmalig CDA-minister van Financiën Ruding deze week nog eens fijntjes. Lubbers had vakbondsleider Kok en `Wassenaar', Balkenende is niet eens meer in gesprek met FNV'er De Waal en CNV'er Terpstra. De vakbonden zijn inmiddels begonnen te demonstreren, vorige week voor eerst met enkele tienduizenden.

Het kabinet wil zich daardoor niet van de wijs laten brengen. Steunend op een krappe meerderheid in de Kamer, worden met grote overtuiging hervormingen aangekondigd. Langer werken, dwingender regels voor werklozen en arbeidsongeschikten om te gaan werken, meer concurrentie in de zorg, met hogere bijdragen voor minder diensten, minder geld voor gemeenten, maar ook een harder veiligheidsbeleid, waarbij voor mogelijke terroristen het normale strafrecht op de helling gaat, hervorming van de politie en de invoering van vernieuwingen als de direct gekozen burgemeester en een nieuw kiesstelsel.

Dat die hervormingen niet alleen bij vakbonden, maar ook bij werkgevers, gemeenten en maatschappelijke instellingen steeds meer verzet oproepen, lijkt voor het kabinet eerder een aansporing tot grotere vastbeslotenheid dan aanleiding voor twijfel en concessie. Het kabinet is bereid desnoods vanuit de loopgraaf te regeren, is de boodschap. Het regeringsprogramma is een ,,ambitieuze hervormingsagenda'', oordeelt het kabinet zelf, maar er is geen andere weg. Het gaat om ,,noodzakelijke inspanningen''.

Toch lijkt het kabinet zich wel in toenemende mate zorgen te maken dat deze boodschap door de burger in het land niet begrepen wordt. Vorig jaar kondigde vice-premier Zalm nog aan vanuit het ministerie van Financiën te zullen zwaaien naar verwachte demonstranten op het Malieveld – toen bleven ze trouwens weg. Gisteren sprak hij, als invaller voor de zieke premier Balkenende, zijn zorgen uit over de ,,beeldvorming'' over het kabinet. Het kabinet slaagt er naar het oordeel van Zalm niet in overtuigend over te brengen waarom de hervormingen nodig zijn – hoe vaak premier Balkenende ook heeft gesproken van de dreigende gevolgen van de vergrijzing over tien jaar. Daarom zal de premier de komende maanden, als hij hersteld is van zijn ontstoken voet, krachtiger de beeldvorming ter hand nemen.

De zelfkritiek van het kabinet kan worden gelezen als een niet al te vriendelijke boodschap van Zalm aan Balkenende. Maar ook de troonrede – waar Balkenende zelf tot op zijn ziekbed bij betrokken is gebleven – getuigt van een nieuw offensief om de gunst van de burger te winnen. Het kernwoord daarbij is: vertrouwen. En dan niet het vertrouwen dat het kabinet heeft in de eigen hervormingen – vorig jaar kreeg het kabinet het verwijt arrogant te zijn. De vraag om vertrouwen is een moreel appel aan de burger om door te bijten en bereid te zijn tot ,,forse inspanningen''. De hoop van het kabinet is gevestigd op de bereidheid van burgers, bedrijven en sociale partners om vertrouwen te hebben dat de hervormingen, ook al doen ze pijn, uiteindelijk iedereen ten goede komen. ,,Vertrouwen geeft een samenleving veerkracht en daadkracht'', leert de troonrede dit jaar.

In de komende weken staat het kabinet voor de opdracht ook anderen te overtuigen dat het een echt `hervormingskabinet' is met een missie die offers rechtvaardigt. De oppositiepartijen hebben deze inzet begrepen, zo is de afgelopen dagen gebleken. De tegenbegrotingen van PvdA, SP, GroenLinks en ChristenUnie dienen om te overtuigen dat het kabinet juist als hervormingskabinet te kort schiet. Ten dele lokt de oppositie daarmee ook weer juist debat over zichzelf uit. Volgens vice-premier Zalm schieten juist de alternatieven te kort, vooral op de lange termijn.

Om het kabinetsbeleid aan te passen, gokt inmiddels ook de grootse oppositie- en middenpartij PvdA niet meer op deals met coalitiepartijen, maar op een aanval over de hele linie. PvdA-leider Bos aarzelt ook niet meer over demonstreren met GroenLinks-leider Halsema en SP-leider Marijnissen. Hij verwacht nu dat alleen een pact van de oppositie met de `straat' zal leiden tot onrust bínnen de coalitie die het kabinet ten val kan brengen.

Maar de loopgraven worden ook aan de andere kant betrokken. Terwijl de LPF dit jaar meer dan vorig jaar voor oppositie kiest, trekken de coalitiepartijen dit jaar nadrukkelijk samen op. De afspraken die de fractieleiders van CDA, VVD en D66 vooraf maakten over wie welke aanpassingen bij de algemene politieke beschouwingen mag claimen, getuigen daarvan. Een mogelijk buitenkansje voor het regeringskamp is dat premier Balkenende voorlopig onttrokken is aan de strijd. Als Zalm het als invaller in de Kamer te moeilijk krijgt, kan hij, buiten schot van de oppositie, altijd nog proberen `staatsmanachtig' verzoenend te interveniëren.

    • René Moerland