Historische blunders

,,De oorlog in Irak heeft een crisis van historisch formaat veroorzaakt'', zei kandidaat Kerry. ,,De vergissingen die president Bush erkend heeft, waren geen rekenfoutjes; het was een kolossaal falen van zijn oordeelsvermogen. Als we niet van koers veranderen, daagt het perspectief van een eindeloze oorlog.'' Zijn rede was een requisitoir tegen de Republikeinse buitenlandse politiek. Een opluchting voor het Democratische kamp, waar ze al bang waren, op een ziek paard te hebben gewed; en een verfrissing voor de tegenstanders van Bush in het buitenland. Voorlopig. Kerry heeft gelijk: het is een crisis van historisch formaat. Of beter, Irak is aan de crisis toegevoegd. Door een ,,eindeloze oorlog'' zou de crisis dieper worden en zich uitbreiden. Maar zal dit inzicht bijtijds tot de Amerikaanse kiezers doordringen? De vragen voor de volgende Amerikaanse president zijn eenvoudig. Waaruit bestaat de crisis, en wat valt eraan te doen? De antwoorden zijn te ingewikkeld om tot munitie in een verkiezingsstrijd te dienen.

Het grote, op het ogenblik uitzichtloze vraagstuk is de groeiende tegenstelling tussen de Arabische wereld en het Westen. De belangrijkste factoren daarin zijn de economische en politieke achterstand van de Arabische wereld; het feit dat het Westen voor een belangrijk deel afhankelijk is van de daar geproduceerde olie; de emigratie van moslims uit de regio naar Europa waar ze er in toenemende mate van worden verdacht een godsdienstig gemotiveerde vijfde colonne te vormen; de internationale terreur die uit deze regio afkomstig is, van daaruit geïnspireerd en gefinancierd wordt. Daarbij komt dat de Arabische wereld staatkundig geen eenheid is, maar bestaat uit 21 naties die stuk voor stuk hun eigen politiek voeren, hun eigen belangen en programma hebben. Er is één punt waarop ze verenigd zijn: hun grotendeels theoretisch beleden solidariteit met de Palestijnen en hun afkeer van Israël.

De historische vergissing bestaat hierin dat de regering van Bush, haar neoconservatieve denkers volgend, heeft gedacht dat met de hervorming van Irak tot een democratie naar westers model de toon zou zijn gezet voor de politieke en economische herbouw van de hele regio. Dat was driemaal een vergissing.

De eerste vergissing: met een politiek van shock and awe wordt een land van een zo ingewikkelde structuur als Irak niet omgetoverd. Eerder heeft de voortgezette oorlog met alles wat daarbij komt, de schandalen, de collateral damage, in de regio het tegendeel van het effect dat de neoconservatieven indertijd voor ogen stond. De oorlog werd mogelijk doordat de Amerikaanse regering zich het slachtoffer had gemaakt van zelfoverschatting.

De tweede vergissing: met Irak is de verkeerde vijand gekozen. Iran is, met zijn conservatief godsdienstig bewind en de geheime vorderingen van zijn kernindustrie, gevaarlijker. Hetzelfde geldt op het gebied van de kernbewapening voor Noord-Korea. Maar met handen en voeten gebonden aan Irak, kan Amerika zich geen volgend conflict veroorloven. Onder Clinton gold de theorie dat het land twee, desnoods drie oorlogen tegelijk moest kunnen voeren. Met de ervaringen in Irak is die opvatting in stilte ontkracht.

De derde vergissing: Amerika kan zich geen nederlaag veroorloven. De oorlog in Irak valt niet te vergelijken met die in Vietnam. Wat daar toen gebeurde was wel groot in omvang, maar het drama speelde zich af aan de periferie van de Koude Oorlog. In Irak gaat het precies andersom. Het land waar Saddam Hussein de baas was, had met het internationaal terrorisme weinig of niets te maken. Na Saddam is Irak het frontgebied van de terreur geworden. Een aftocht uit de nu en straks heersende chaos is ondenkbaar, want zou, na 11 september, als de volgende historische nederlaag tegen het terrorisme worden beschouwd. Hiermee is de historische vergissing voltooid. Irak is op dit ogenblik een wereldprobleem waarvoor geen oplossing bestaat en dat niet aan zijn lot kan worden overgelaten.

Dit alles is binnen drie jaar onder leiding van George W. Bush gegroeid. In het kamp van de president – in Amerika en hier – wordt wel geschreven over de `Bush-haters', alsof het een kwestie van persoonlijke antipathie zou zijn. En over een ,,ongeneselijk anti-Amerikanisme'' dat daarmee onverbrekelijk verbonden zou zijn. Het zijn drogredenen. Al was hij de innemendste mens ter wereld, dan zou daarmee niets veranderen aan de rommel die onder zijn bewind internationaal is aangericht. De naam van de president is een logo geworden, de merknaam voor een machtig gevaarte dat zich, voorzien van alles wat hypermodern is, voortdurend in de verkeerde richting beweegt. Verliest hij de verkiezingen, dan zijn daarmee niet de gevolgen van de historische vergissingen verdwenen, maar de Verenigde Staten hebben een ander logo gekregen, en daarmee de Amerikaanse buitenlandse politiek de kans op een nieuwe ontplooiing.

Natuurlijk is het ook een Europees belang dat de oorlog of oorlogen in Irak ophouden en dat er iets zal ontstaan dat hoop geeft op een soort democratie. Maar Irak na Saddam is deel geworden van een mondiaal complex, een doolhof van problemen. Het wankel evenwicht in Saoedie-Arabië, de onoplosbaarheid van het Israëlisch-Palestijns conflict, de tegenstellingen tussen religieus conservatisme en wat we de moderniteit noemen, het hoort er allemaal bij.

Dat valt niet met mokerslagen tot overzichtelijkheid en begaanbaarheid te rammen. Deze politiek van het keiharde aanpakken heeft, zoals al in het voorspel tot de oorlog duidelijk was, het averechts effect. De tegenstanders van de oorlog hebben het gezegd, maar weinigen, in Europa en Amerika, hebben erbij verteld wat er dan wél moest worden gedaan. `Europa' doet het nog niet, en John Kerry, zes weken voor de verkiezingen evenmin. Historische blunders in wording.