Flick-collectie eindelijk te zien

Na een emotioneel debat over schuld en boete is in Berlijn eindelijk de omstreden ,,Friedrich Christian Flick Collection'' geopend.

Gisteren werd in Berlijn de grootste tentoonstelling hedendaagse kunst geopend die ooit in Duitsland te zien was. Ruim 400 kunstwerken van veertig kunstenaars op 13.000 vierkante meter. Hallen vol kleurrijke, agressieve, saaie, grappige, onbegrijpelijke, vertederende, beroerde, provocerende kunst – en vooralsnog spreekt niemand erover.

De kunst werd overschaduwd door haar eigenaar en diens familiegeschiedenis. De eigenaar is een forse man met een kalm voorkomen, witte haren en een voorkeur voor koltruien. Een verzamelaar met ernstige verzamelwoede. Ruim 2.500 werken omvat de hele collectie die hij voor een periode van zeven jaar aan Berlijn heeft uitgeleend. Het geld voor zijn `hobby' heeft hij grotendeels zelf verdiend. Maar het basiskapitaal heeft hij geërfd van zijn opa, wiens naam hij draagt: Friedrich Flick, grootindustrieel en oorlogsmisdadiger.

De opening van de semi-permanente ,,Friedrich Christian Flick Collection'' stond in het teken van een emotioneel debat over schuld en boete. De collectie is met besmet geld samengesteld, de eigenaar wil zich als mecenas presenteren en zo de besmeurde naam van de familie reinigen, aldus het verwijt uit joodse kring. Ook voormalige dwangarbeiders tekenden protest aan: Flick heeft niet meebetaald aan een fonds voor schadeloosstelling. Pikant werd de zaak toen Flicks zus zich openlijk distantieerde van de expositie, de kant van de critici koos en bekendmaakte wel aan het fonds mee te betalen.

Het debat werd op hoge toon gevoerd, met beladen trefwoorden als ,,belastingvlucht'', ,,bloedgeld'' en ,,Sippenhaft'', een woord uit het nazi-vocabulaire, waarmee gevangenisstraf werd bedoeld voor familieleden van tegenstanders van het nazi-regime. Nu werd Flick collectieve verantwoordelijkheid voor de familie toegedicht. De kunstige provocaties van Bruce Nauman, Jeff Koons en Paul McCarthy komen in een dergelijke opgewonden sfeer al snel op het tweede plan.

De aanvallen op zijn persoon hadden van de afgelopen jaren de zwaarste van zijn leven gemaakt, zei Flick gisteren. Een paar keer had hij overwogen het hele project af te blazen. Uiteindelijk overheerste de wens om zijn kunst de plek te gunnen waar ze eigenlijk voor bestemd is. ,,Ik wilde de kunst uit de depots halen en toegankelijk maken voor het publiek.''

Over zijn familie zei hij: ,,Ik heb nooit gezegd dat ik de geschiedenis van mijn familie wil oppoetsen. Dat kan ook helemaal niet en zeker niet met kunst. Ik heb als Flick een bijzondere verantwoordelijkheid, maar ik ben niet schuldig aan de daden van mijn grootvader.'' Toen zijn grootvader in '45 werd gearresteerd was Flick net negen maanden oud.

Flick wilde zijn kunstwerken eerder in Zürich tentoonstellen, in een eigen museum. Maar in Zürich stuitte een kunstverzameling die mede dankzij het geld van opa-Flick tot stand is gekomen op fel verzet. Berlijn durfde het gewaagde project wel aan. Flick legde 8 miljoen euro op tafel zodat een immense opslagloods naast het bestaande museum voor moderne kunst, Hamburger Bahnhof, verbouwd kon worden. Gisteren werden de zogeheten Rieckhallen feestelijk geopend, in aanwezigheid van duizenden gasten, onder wie bondskanselier Schröder.

,,Kunst'', zei Schröder, ,,is geen gedenkteken. Het zou een straf zijn voor de mensheid als men deze collectie niet zou tonen.'' Over de historische rol van Flick zei hij: ,,Ik maak onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid. Schuld kan men niet erven, verantwoordelijkheid wel. Het staat buiten kijf dat Friedrich Christian Flick zich van deze verantwoordelijkheid bewust is.''

Als bewijs voor zijn maatschappelijke engagement verwees Flick zelf naar een stichting tegen racisme en xenofobie die hij in Potsdam heeft opgericht en die een kapitaal van 5 miljoen euro meekreeg. De bezoekers van de expositie ontvangen een krant waarin het debat is samengevat. Flick legt daarin uit dat hij niet aan het officiële fonds voor dwangarbeiders betaalde omdat voormalige Flick-ondernemingen dat al gedaan hadden en zijn bijdrage in mindering zou worden gebracht op de betalingen van andere bedrijven.

Grootvader Friedrich Flick was voor de Tweede Wereldoorlog de ongekroonde koning van het Roergebied, eigenaar van kolenmijnen, hoogovens en machinefabrieken. Hij was de rijkste man van Duitsland, gulle sponsor van de nazi's en Hitlers belangrijkste wapenleverancier. Zijn joodse concurrenten werden door de nazi's onteigend, Flick lijfde de bedrijven in. Hij was lid van de vriendenkring van Himmler, een club die uitstapjes maakte naar concentratiekampen. In zijn bedrijven werden 50.000 dwangarbeiders te werk gesteld die als slaven werden behandeld.

In Neurenberg werd Flick tot zeven jaar veroordeeld, maar hij kwam al na drie jaar vrij. Niet veel later was Flick weer de rijkste man van Duitsland. Met zijn kleinzoon, die hem bewonderde en van hem hield, sprak hij nooit over politiek. In die jaren zwegen Duitsers halsstarrig over het verleden, de familie Flick was daarop geen uitzondering.

De kunst die Friedrich Christian verzameld heeft zouden de vrienden van zijn grootvader als ,,entartete Kunst'' hebben vernietigd, aldus minister van Cultuur, Christina Weiss. De expositie vult een lacune in het kunstaanbod van Berlijn die door de nazi's is achtergelaten. De cirkel is echter pas helemaal gesloten als de kunst niet meer overschaduwd wordt door het debat over de verzamelaar.

    • Michek Kerres