EPO is te vinden, transfusie terug

Wielrenner Tyler Hamilton is betrapt op een transfusie met andermans bloed. Een splinternieuwe testmethode bestempelde hem als dopingzondaar.

Al sinds de Olympische Spelen claimen dopingjagers dat er sluitende bloedtests zijn om EPO-gebruik – ook weken na de laatste spuit – op te sporen. Die tests zijn nog niet waterdicht, maar die dreigende nieuwe tests hebben het EPO-gebruik echter wel teruggedrongen, vermoeden de dopingonderzoekers. Illegale prestatiebevordering verdwijnt er echter niet mee, blijkt aan het geval van Tyler Hamilton.

,,Het meest verontrustende, en vanuit een medisch gezichtspunt bezien ontstellend ,is de terugkeer van bloedtransfusies in de sport.'' Dat schreef de Australische onderzoeker Michael Ashenden, coördinator van het project Science and Industry Against Blood Doping (SIAB) vorige maand in een redactioneel commentaar in Haematologica (www.haematologica.org). Dat is het wetenschappelijke tijdschrift waarin onderzoekers bijna altijd hun nieuwe bloeddopingtets wereldkundig maken. Ashenden beschrijft dat duursporters zo bang zijn voor de toegenomen EPO-controles dat ze teruggrijpen naar een jaren-zestig-methode om hun aantal rode bloedcellen en daarmee hun ademcapaciteit te vergroten: bloed van een bloeddonor, of transfusie van eigen bloed dat eerder was afgenomen.

Bloedtransfusies zijn verboden in de sport. Er zijn medische risico's verbonden aan een transfusie met het bloed van anderen. Normaal gesproken wordt voor een bloedtransfusie bloed gebruikt van een donor met dezelfde bloedgroep (A, B, AB of 0) en dezelfde resusfactor. Maar er zijn meer moleculaire kenmerken op de rode bloedcellen die een forse, maar meestal niet levensbedreigende afweerreactie kunnen opwekken.

Hamilton had daar kennelijk geen last van, want hij won de Olympische tijdrit en daarna nog een etappe in de ronde van Spanje. Hamilton is betrapt met een test die vorig jaar is ontwikkeld door Australische onderzoekers. De Australische test kijkt of in een afgenomen monster rode bloedcellen van twee verschillende personen aanwezig. De test berust op moleculaire kenmerken op het oppervlak van rode bloedcellen die ook door het afweersysteem worden opgemerkt. Transfusies met eigen bloed zijn nog niet op te sporen.

Wielrenners hebben een tiental jaren tamelijk vrijuit EPO kunnen gebruiken om hun prestaties op te vijzelen. De bloedtransfusies verdwenen daardoor buiten beeld. In de weken na een EPO-kuur nemen de duurprestaties met ruim 5 procent toe. EPO-injecties waren verboden, maar alleen een urinetest tot drie dagen na de laatste EPO-spuit was tot nu toe waterdicht. Renners liepen daardoor alleen een echt risico tijdens out of competition tests. Verder konden ze voor aanvang van een wedstrijd bij een gezondheidscontrole worden uitgesloten, maar werden dan niet als dopingzondaar bestraft.

Die situatie verandert slechts langzaam. Australische onderzoekers hebben in maart van dit jaar een sterk verbeterde EPO-test gepubliceerd, maar waterdicht is de controle nog steeds niet. Het wachten is op genetische tests.