Auteursrecht uit de hand gelopen

Als tamelijk productief auteur krijg ik jaarlijks vreemdsoortige vergoedingen voor gebruik van mijn werk door derden. Reprorecht, leenrecht, thuiskopierecht, kabelrecht om maar te zwijgen over de ouderwetse royalties. Het gaat altijd om bescheiden bedragen; ik kan er een paar keer lekker van uit eten. Wat mij tegenstaat is de creativiteit van de organisaties die mij als auteur zeggen te vertegenwoordigen om uit de meest onbenullige toepassingen van míjn creativiteit geld te slaan. De consument moet het opbrengen (ook als ik de vergoeding weiger) en het is de vraag of dat terecht is.

Royalties staan voor mij niet ter discussie. Zij compenseren het bedrijfsrisico van de auteur: sls een boek of cd flopt krijg je niets. Als iemand probeert winst te maken met mijn werk (bijvoorbeeld hergebruik van een gepubliceerd artikel) is het normaal dat ze een prijs betalen. Maar de rechtvaardiging voor reprorecht (voor kopietjes uit kranten), leenrecht en thuiskopierecht (van toepassing op audio en video) is zwak. Derving van omzet door de auteur is onbewezen; een rechtstreeks verband tussen gebruik van het werk en winst door een derde partij ontbreekt. Heffingen op blanco dragers als cassettes en cd's zijn helemaal vreemd. Ze belasten een illegale activiteit die niet eens door alle kopers wordt bedreven.

Verfoeilijk zijn naburige rechten (van toepassing op muziek in cafés en dergelijke) en kabelrechten. Het zijn constructies waardoor auteurs dubbel worden betaald. Neem kabelrecht: ooit werden tv-programma's landelijk uitgezonden door etherzenders. Betrokken auteurs, nemen we aan, werden netjes gehonoreerd. Kabeltv veranderde niets aan het bereik van de programma's. Toch hebben auteursrechtenorganisaties afgedwongen dat de kabelmaatschappijen moesten betalen voor doorgave van een signaal waarvoor de auteursrechten al waren voldaan. Het oorspronkelijke doel van het auteursrecht, creatievelingen een redelijke beloning bieden voor hun werk, is hier zoek. De consument betaalt het gelag via het kabeltarief.

In het digitale tijdperk gaat dit spelletje landveroveren door. Ook Digitenne, dat een digitaal pakket zenders door de ether doorgeeft, kan qua doorgifterechten een poot worden uitgedraaid. Radiostations op internet moeten betalen voor de muziek die ze draaien, terecht, maar de auteursrechtenorganisaties hebben de kans gegrepen een veel hoger tarief op te leggen dan voor etherstations. Omdat het kan.

Nieuw zijn de digitale technieken voor rechtenbeheer, het zogeheten digital rights management (drm). Muziek die via internet legaal wordt verkocht, is met dit soort technieken `beschermd'. Onnodig, want alle muziek is ook gratis te vinden als illegale bestanden. De muziekliefhebbers die zich desondanks wenden tot legale diensten, worden gestraft met de noodzaak speciale software te installeren, met muziekbestanden in obscure formaten en met beperkingen in het gebruik. Cd's met kopieerbeveiligingen zijn vaak niet normaal af te spelen in apparaten als dvd-spelers en pc's. Een cd die niet meer bevalt, kun je tweedehands doorverkopen; met op internet gekochte digitale bestanden gaat dat niet.

Het volgende slachtoffer is video. Over een jaar moeten in de VS alle digitale videorecorders kunnen omgaan met een `vlaggetje' dat aan digitale videoprogramma's is gekoppeld en dat aangeeft welke kopieerbeperkingen er gelden. Een opname meenemen naar een ander apparaat en daar bekijken zal dan niet meer mogelijk zijn – tenzij je extra betaalt. Het is een kwestie van tijd voor ook de Europese regelgevers zoiets voorschrijven. Mochten digitale boeken ooit in zwang raken, dan zullen zulke beperkingen daar ook voor gaan gelden. Iemand een boek lenen is dan niet vanzelfsprekend meer.

Het auteursrecht geldt voor een lange tijd (ten minste 50 jaar) maar niet oneindig lang. Maar geen kopieerbescherming ontsluit zichzelf na welke periode dan ook. De Amerikaanse Digital Millennium Copyright Act maakt het illegaal een kopieerbescherming te doorbreken, of de rechten vervallen zijn of niet. Een Europese pendant staat op stapel. De eigenaar van een digitaal werk kan dus van het vervallen van de rechten geen gebruik maken. Het auteursrecht wordt zo de facto eeuwig.

Het auteursrecht moet worden herzien op zo'n manier dat aan het oorspronkelijke doel recht wordt gedaan: het redelijk honoreren van de auteur zelf, niets meer, niets minder. Het zou onvervreemdbaar moeten zijn, en moeten vervallen met het overlijden van de auteur. Auteurs die zelf bepalen hoe ze met hun rechten omgaan, kunnen redelijke standaardlicenties vinden op de website www.creativecommons.nl.

Herbert Blankesteijn is publicist.

    • Herbert Blankesteijn