Als de varkens maar tevreden zijn

Sommige beroepen hebben hun imago niet mee. Vandaag een kijkje in de wereld van de intensieve varkenshouderij. ,,Kleinschaligheid is passé.''

In de stal met de grootste varkens, die varkenshouder Siem Kon (56) heel toepasselijk `Keuensteijn' heeft genoemd, is het rustig. De dieren hebben net gegeten en liggen gevloerd op de betonnen grond. Sommige varkens hebben een rode streep op hun rug staan; ze zijn met ruim 80 kilo zwaar genoeg en gaan deze week naar het slachthuis. In een stal verderop zijn de jongere varkens ondergebracht. De honderd biggen, die over tien hokken zijn verdeeld, krijgen over enkele minuten te eten. Hun gepiep is vanaf de gang al goed te horen.

Ondanks hun vreugde over het voedsel stoppen de biggen met piepen als Kon binnenloopt. Nieuwsgierig lopen ze naar het hek. Dat de beesten aan de bezoekster willen snuffelen, bewijst volgens Kon dat ze het fijn hebben. ,,Je kan het ook aan ze zien, want ze bijten elkaar niet en slapen rustig.'' En als de dieren het naar hun zin hebben, is de varkenshouder ook tevreden.

Siem Kon is al 34 jaar varkenshouder. Hij werkte op het boerenbedrijf van zijn vader, die naast rundvee ook wat varkens bezat. Kon en zijn broers besloten het aantal biggen uit te breiden. ,,Ik ben er ingerold, maar ik vond het werk ook erg leuk'', zegt hij in zijn keuken waar tientallen varkensbeeldjes prijken.

Veel mensen denken volgens Kon dat varkenshouders dieronvriendelijk zijn, dat hun bedrijven stinken en dat zij het land vervuilen. Maar dat valt allemaal wel mee, zegt hij. ,,Alles in deze sector is aan regels gebonden en wij houden ons daar gewoon aan. Bovendien wil je als varkenshouder dat je beesten gezond blijven en niet doodgaan.'' Dat de hokken een bepaalde grootte hebben en dat de varkens nooit buiten lopen, heeft ook een economische reden. ,,Een varken dat buiten loopt, verliest energie door beweging. Zo'n beest heeft 30 procent meer voer nodig. Binnen in de stal is er ook minder kans op besmettingen. We pakken het zo rendabel mogelijk aan.''

Kon is met vierduizend varkens een van de grotere varkenshouders in Nederland, maar veel keus is er volgens hem niet. ,,Kleinschaligheid kan niet meer. Kleine winkeltjes verdwijnen ook. In de landbouw heeft vooral de automatisering meegeholpen aan de schaalvergroting. We kunnen niet meer zonder computers. Het mengen van het voer, het voederen, de ventilatie en de temperatuur gebeurt door computers.'' Bovendien, zegt hij, moet elke varkenshouder aan tal van overheidsregels voldoen. ,,En regels kosten geld. Die kosten drukken harder op honderd dan op duizend varkens. Als kleiner bedrijf ben je ook meer afhankelijk van goede marktprijzen. Wij leveren elke week dieren, maar iemand met minder varkens verkoopt misschien maar zes keer per jaar varkens. Als je dan een slechte periode treft, tikt dat hard aan.''

Als de dieren een half jaar zijn, worden ze opgehaald door het slachthuis. Een half jaar is niet oud voor een varken, want die kunnen volgens Kon wel tien jaar worden. ,,Maar na die periode is het vlees mals, en de consument wil mals vlees. Bovendien gaat het vlees van oudere varkens naar de snackindustrie en dat brengt minder op voor mij'', zegt Kon, die jaarlijks 12.000 varkens levert.

Zelf heeft Kon nooit iets gemerkt van scheve gezichten. ,,De mensen hier in Heenvliet kennen me wel. Ik zit er al heel lang.'' Hij hoorde laatst wel van een Brabantse varkenshouder die last had van een negatief imago in Zierikzee, waar hij zich net had gevestigd. ,,Vriendjes van de kinderen van de varkenshouder mochten van hun ouders niet bij hem thuis komen.''

Kon zou het liefst zien dat het imago van de intensieve varkenshouderij verbeterde. Tot 1992 deed hij daarom mee met Kom in de Kas, de open dagen voor de land- en tuinbouw, om de mensen te laten zien wat een varkenshouderij precies inhoudt. ,,In 1997 zouden we ook meedoen, maar dat ging niet door, wegens de varkenspest. Daarna werden de regels aangescherpt en dat betekent onder meer dat bezoekers andere kleren en schoenen aan moeten en een bezoekerslijst moeten ondertekenen. Als er bij controle iets mis zou zijn, verlies ik mijn vergunning. Het is helaas te risicovol geworden om mensen in de stallen te laten kijken.''

Dit is een serie over beroepen met een negatief imago. Volgende week: de exploitant van 06-sekslijnen.

    • Marleen Luijt