Zorg kan nog doelmatiger

Meer macht voor de consument en meer aandacht voor de kwaliteit van de zorg. In 2006 komt er een nieuw verzekeringsstelsel.

Voor de zorg wordt 2005 een overgangsjaar. Er gaat veel op de schop om er voor te kunnen zorgen dat burgers ook over tien jaar nog beschikken over betaalbare adequate gezondheidszorg en verzorging. De overheidsbemoeienis gaat overboord ten gunste van de consument. Om diens gunst moeten hulpverleners en verzekeraars meer dan op dit moment gaan dingen. Marktwerking komt in de plaats van overheidssturing.

De wetgeving voor die cultuuromslag, waarvoor de eerste schreden ruim dertig jaar geleden werden gezet, is voor een groot deel vrijwel afgerond. Een aantal wetten moet op 1 januari van kracht worden, voor andere geldt 1 januari 2006 als invoeringsdatum. Het gaat bij deze laatste onder meer om twee belangrijke ingrepen: de invoering van een voor iedere burger gelijke standaardverzekering tegen ziektekosten (waarvoor het voorstel deze week bij het parlement wordt ingediend) en om de wet die de zorg voor een belangrijk deel van de (huishoudelijke) hulp en ondersteuning naar de gemeenten overhevelt (waaraan nog wordt gewerkt).

Op de grotere macht die de verzekeraars straks krijgen mag niet worden gewacht. Nu al moeten de doelmatigheid en kwaliteit fors omhoog. Op het terrein van de doelmatigheid zijn de eerste stappen inmiddels gezet. De ziekenhuizen zullen effectiever gaan werken, waardoor in 2005 120 miljoen en daarna 240 miljoen per jaar wordt bespaard. De minister denkt dat verzekeraars straks in de vrije prijsonderhandelingen een aanzienlijk hogere doelmatigheidswinst afdwingen. Daar is, aldus Hoogervorst, nog alle ruimte voor.

Ross heeft met organisaties in de verzorgingsector afgesproken dat die komende jaren 1,25 procent meer hulpvragers zullen verwerken zonder dat daar extra geld tegenover staat. Op haar beurt zal Ross de instellingen, als ze binnen het beschikbare budget blijven, tot 2007 niet extra korten.

Ook dit is slechts een eerste stap. Ross werkt ook aan een scherpere indicatiestelling voor de hulp die (nog) uit de kas van de AWBZ wordt betaald. Niet alleen stijgt de vraag nog steeds sterker dan op grond van de vergrijzing zou mogen worden verwacht, in vergelijking met de omringende landen is de drempel om collectief betaalde hulp te krijgen erg laag.

Na 1 januari kunnen eisen worden gesteld aan de instellingen. De prestaties van instellingen en individuele hulpverleners kunnen dan beter onderling worden vergeleken. Maar ze kunnen dan ook leren van beter presterende collega-instellingen.

De kwaliteit van de zorg is een tweede speerpunt. Veel wordt ingezet op goede uitwisseling en elektronisch beschikbaarheid van patiëntinformatie. Niet alleen werkt dat doelmatiger, het kan voor de patiënt ook veel ellende voorkomen: zeker 170.000 mensen zijn jaarlijks de dupe van gebrekkige informatie-uitwisseling tussen medici.

    • Quirien van Koolwijk