WAO moet leger door herkeuring

Vanaf oktober begint een grote herkeuringsoperatie, waarna een groot deel van de WAO'ers weer aan het werk moet. Wie geen Nederlands spreekt, moet dat in een half jaar leren. Deeltijdwerkers moeten fulltime-banen accepteren

Zo'n 110.000 mensen zullen geen of een lagere WAO-uitkering krijgen na de herkeuringen die het UWV vanaf oktober gaat uitvoeren. Dat verwacht het kabinet, dat voor de herkeuringen strengere criteria opstelde.

Bijna een half miljoen WAO'ers moeten hiervoor opnieuw door de keuringsmolen. Het UWV keurt de komende 2,5 jaar arbeidsongeschikten onder de 55 jaar die niet in een eerdere ronde zijn afgekeurd, bijvoorbeeld omdat ze terminaal ziek zijn of in een inrichting zitten. Wie in deze 2,5 jaar wordt afgekeurd zal nooit meer een oproep krijgen. Wie wel wordt afgekeurd, moet werk zoeken.

Het nieuwe uitgangspunt is niet kijken hoe ziek iemand is, maar hoe gezond. Hiervoor worden niet de medische criteria aangescherpt, maar mensen worden met dezelfde kwalen eerder geschikt bevonden voor een baan. Volgens Annette Dümig, lid van de raad van bestuur van het UWV, is er vooral sprake van ,,voortschrijdend inzicht over wat iemand nog kan met zijn beperkingen''.

Zo wordt er op dit moment nog rekening gehouden met de taalbeheersing en computervaardigheden van werkzoekenden. Bij de herkeuringen vanaf oktober wordt ervan uitgegaan dat iedereen bepaalde basisvaardigheden bezit, waaronder beheersing van de Nederlandse taal en het kunnen omgaan met een computer. Ook als dit niet het geval is, wordt iemand niet in de WAO toegelaten – of uit de WAO gezet – als er wel kans op een baan zou zijn mét deze vaardigheden. Die persoon krijgt dan zes maanden een uitkering en de tijd om zich vaardigheden of taalbeheersing eigen te maken.

Deeltijdwerkers worden op dezelfde manier uit de WAO geweerd. Ook voor fulltime-functies moet de voormalige deeltijdwerknemer beschikbaar zijn. Volgens WAO-belangenorganisaties uit Rotterdam (BOAR) en Leeuwarden (LOV), waarvan de medewerkers op verzoek van de WAO'ers aanwezig zijn, wordt hier nu al uitvoering aan gegeven. Deze maand nog wilde een arts geen urenbeperking geven aan een cliënt omdat dit ,,alleen nog wordt gedaan voor mensen met een hart- of longaandoening'', aldus een BOAR-medewerkster. UWV-woordvoerster Fanny Bod zegt dat hier geen sprake van kan zijn. ,,De verzekeringsartsen lopen een vaste lijst door met de beperkingen die iemand kan hebben. Dat is helemaal gestandaardiseerd. Aan de hand daarvan wordt gekeken wat een werknemer nog kan.''

De kritiek op deze standaardbenadering is fors. Helga Zuidema, oprichter van het Landelijk Overleg Vrouwen in de WAO, maakt er een karikatuur van: ,,Als je plat op je rug ligt en je kunt alleen je tong nog bewegen, word je ingezet bij het postkantoor om postzegels te likken.'' Zij meent dat vooral vrouwen benadeeld worden door dit ,,keiharde turfsysteem''.

Wat misschien nog wel een groter gevolg zal hebben, is de verandering in de regelgeving, die voorschrijft dat iemand niet in de WAO thuishoort als er voor die persoon met de beperkingen die er door ziekte zijn, minimaal negen banen te vinden zijn in drie verschillende functies. Tot 1 oktober schrijft de wet voor dat een zieke aanspraak kan maken op de WAO als er na de keuring niet minimaal drie functies overblijven waar tien bestaande banen bij horen.

Wie zullen hier de gevolgen van ondervinden? Het UWV kan hierover geen enkele voorspelling doen, maar de regels verraden de doelgroep. Zo zal het duidelijk zijn dat de talen- en computervaardighedeneis voornamelijk van toepassing zal zijn op mensen die niet in Nederland geboren zijn of laag zijn opgeleid. Voor hen zijn er twee mogelijke uitkomsten. Een mogelijkheid is dat de WAO'er na de herkeuring een talen- en computercursus krijgt en vervolgens succesvol een baan vindt. Een ander mogelijk scenario is dat betreffende persoon wordt goedgekeurd, meedoet aan een cursus, maar vervolgens niet aan de slag kan. Als diegene een voldoende lang arbeidsverleden heeft, is er een tijdelijke werkloosheidsuitkering beschikbaar. Is dit niet het geval – en ook de voorwaarden hiervoor zijn aangescherpt – dan rest nog het recht op bijstand. In het zwartste scenario heeft de oud-WAO'er ook hier geen recht op, omdat het vermogen te hoog is, of de partner voldoende verdient.

Dat er niet meer rekening gehouden wordt met het toekennen van deeltijdwerk, zal voor het grootste deel op vrouwen betrekking hebben. Vorig jaar werkte tweederde deel van de vrouwelijke werknemers in deeltijd, tegen 14 procent van hun mannelijke tegenhangers. Volgens Zuidema houden arbeidsdeskundigen geen rekening met persoonlijke omstandigheden. Zij merkt dat veel vrouwen om verschillende redenen bewust voor deeltijdwerk kiezen. Door geen rekening meer te houden met werktijden, zullen er veel in de knel komen. Een mogelijk gevolg kan zijn dat een alleenstaande vrouw die eerder nachtportier was om overdag voor haar kind te kunnen zorgen en van daar uit in de WAO is gekomen, verplicht een baan overdag aan moet nemen.

Door deze teruggang van een eis om in dertig banen terecht te kunnen, naar negen banen, blijft er volgens het BOAR vooral productiewerk over dat verplicht gesteld wordt. ,,Dat is voor bijna iedereen nog wel geschikt. Je hoeft er vaak nauwelijks voor opgeleid te zijn.'' Het BOAR verwacht dat vooral mensen die lager opgeleid zijn en WAO'ers met psychische klachten hierdoor saai en eenvoudig werk moeten gaan doen.

Zuidema verwacht dat het moeilijk wordt om geschikte banen te vinden. Maar als het lukt, is iedereen daarmee gediend: ,,De WAO'er kan weer aan het werk, het rijk hoeft geen uitkering meer te betalen en de werkgever krijgt premies.''

    • Karen Zandbergen