Van douchen word je niet vrolijk

Er gaat te vaak iets mis in verpleeghuizen, meldde onlangs de inspectie. Dat klopt maar ten dele, vinden de verzorgers zelf. ,,De maatschappij verwacht veel te veel van verpleeghuizen.''

Voorzichtig strooit teamleider Sandra Altewischer van het Haagse verpleeghuis de Lozerhof de vijf vermalen pillen op een soeplepel. Ze bedekt het pillengruis met wat appelmoes en loopt de slaapkamer in. Het is kwart voor acht 's ochtends. Fluisterend wekt ze mevrouw Drenth; een mager, bleek gezicht in een groot bed. De vrouw, tachtig jaar oud en diep dement, werkt moeizaam haar ochtendportie medicijnen naar binnen. Ze mompelt, Altewischer streelt haar blootgewoelde schouder.

In heel Nederland helpen zo elke ochtend verzorgenden 67.000 ouderen de dag door. Daarbij gaat geregeld iets mis, concludeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg in haar rapport, dat anderhalve week geleden verscheen. De inspectie constateerde een waslijst aan tekortkomingen: er is te weinig toezicht, waardoor medewerkers patiënten te vaak `fixeren' en soms leidt dit zelfs tot vastbinden; er zijn te weinig gekwalificeerde medewerkers; patiënten hebben te weinig invloed op hun dagindeling; en er zijn te weinig mogelijkheden om te douchen.

Het rapport leidde tot veel maatschappelijke kritiek. Maar brancheorganisatie Arcares beet van zich af. De kritiek van de inspectie gaf geen juist beeld, het was te ,,zwart-wit'' en daarmee ,,maatschappelijk onverantwoord''. Maar wat denkt het veld er zelf van? Waar gaat het mis, en waarom? Betrokkenen schetsen een beeld van hardwerkende mensen, die zich tegengewerkt voelen door verkeerde regels, regelmatig zelf vinden dat ze niet kunnen zorgen zoals ze dat zouden willen, zich overvraagd voelen door de buitenwereld en niet altijd goed weten hoe ze hun werk het beste kunnen doen.

Pim Nederstigt, locatiemanager van de Lozerhof, zucht diep. ,,Tien jaar geleden moesten onze bewoners meer privacy krijgen. Dus kwamen er meer eenpersoonskamers, en meer kleine huiskamers. Ik heb toenmalig staatssecretaris Terpstra persoonlijk gewaarschuwd dat het toezicht op al die ruimten een probleem zou worden. Weet je wat ze zei? Daar vindt u wel een oplossing voor.'' Waarmee Nederstigt maar wil zeggen dat er bij de regelgevende instanties ontzettend weinig kennis is over de werkelijkheid in de zorg. ,,Als wij ons allemaal aan de regels zouden houden, werd het hier een groot drama.''

Nederstigt, die benadrukt op persoonlijke titel te spreken, lacht schamper bij de gedachte dat de regels toch ter bescherming van de patiënt zijn. Het is juist de behandelaar die zich door het volgen van de regels beschermt tegen problemen. ,,Echte kwaliteit is als je durft af te wijken van die regels en je daarvoor ook verantwoordt.''

Toch ligt het niet alleen aan verkeerde regels, de branche roept de problemen ook over zichzelf af, denkt Trudie Beers, nachthoofd in een verpleeghuis voor dementerende ouderen. Ze wijst op haar bureau naar een stapeltje glanzende foldertjes waarin haar verpleeghuis zichzelf aanprijst. ,,We beloven allemaal dingen die we absoluut niet waar kunnen maken.'' Beers denkt dat managers van verpleeghuizen zich te veel richten op fusies en andere mooie externe plannen. ,,Ze vergeten hun eigen organisatie te sturen, en dan krijg je problemen.'' Geregeld krijgt haar verpleeghuis conflicten met familieleden van nieuwe bewoners, vaak al na een paar dagen. Omdat de medewerkers de zorg niet kunnen leveren die door de leiding werd toegezegd.

Die familie wordt ook veeleisender. Nederstigt: ,,De maatschappij verwacht veel te veel van verpleeghuizen. Vaak zijn die eisen op lucht gebaseerd.'' Neem het dagelijks douchen, een eis van veel familieleden. Het is niet alleen organisatorisch lastig, maar voor de bewoners zelf niet altijd eerste keus. ,,Douchen in een verpleeghuis is een tamelijk koude, oncomfortabele en soms vernederende bedoening, daar word je echt niet vrolijk van'', vertelt Beers. Ook het veel genoemde permanente toezicht is een fictie, zegt Beers: ,,Dat kán dus gewoon niet.''

Een kwart van de verzorgenden vindt dat er genoeg tijd bestaat voor goede zorg. Driekwart denkt dat ook dat de kwaliteit van zorg niet altijd voldoende is, zo blijkt uit een recente steekproef van de vereniging voor verpleegkundigen.

Cora van der Kooij begrijpt die cijfers wel. Zij liep jaren rond in verpleeghuizen en promoveerde op een onderzoek naar `belevingsgerichte zorg'. Volgens Van der Kooij werken verzorgenden ontzettend hard, maar niet altijd even doordacht. Zij vindt dat veel van hen hun werk te veel vanuit het lichamelijk-medisch perspectief benaderen. Van der Kooij: ,,Het werk in verpleeghuizen is van oudsher gebaseerd op een medisch model, iemand is ziek en moet verzorgd worden.''

Maar, legt Van der Kooij uit, de werkelijkheid in de meeste verpleeghuizen is inmiddels totaal anders. Je moet er vooral voor zorgen dat bewoners de laatste jaren van hun leven zo aangenaam mogelijk slijten. En daar komt veel meer bij kijken dan medicijnen toedienen, wassen en brood smeren. ,,Je komt soms in psychologisch en sociaal ontzettend complexe situaties terecht. Daar kan niet iedereen zomaar mee overweg.''

Het is voor de sector dan ook steeds moeilijker om geschikte mensen te vinden. Opleidingen leveren te weinig geschikte krachten af. Toen tijdens de hoogconjunctuur vier jaar geleden de spoeling helemaal te dun werd, moesten verpleeghuizen geregeld met moeilijk te plaatsen jongeren aan de slag. Met te veel van zulke medewerkers blijft het ,,gewone leven van vroeger'' dat verpleeghuizen zo graag aan hun bewoners zouden aanbieden, ver weg.

In het verpleeghuis van Trudie Beers valt de nacht. 180 dementerende bewoners keren terug van hun dansavond. Aarzelend, soms hand in hand, vinden de bewoners hun weg door de lange gangen van het verpleeghuis, op weg naar de gedeelde huiskamer of het eigen bed. Beers loopt door het complex, op zoek naar verdwaalden. In een van de gangen komt ze mevrouw Van Trigt tegen, die met een riem in haar rolstoel zit verankerd. Schuifelend met haar voeten probeert ze vooruit te komen. Met zachte drang draait Beers haar terug de goede kant op. ,,Zullen we lekker gaan slapen?'' Zonder morren laat mevrouw Van Trigt zich meevoeren.

De namen van mevrouw Drenth en Van Trigt zijn om redenen van privacy gefingeerd

    • Derk Stokmans