Van der Laan mist een visie op cultuur

Vandaag was het moment waarop de staatssecretaris van Cultuur kon laten zien waar ze voor staat. Medy van der Laan koos voor rust.

Het samenstellen van een Cultuurnota is de belangrijkste daad in de bestuursperiode van een staatssecretaris van Cultuur. In de Cultuurnota presenteert de bewindsvoerder de subsidietoekenningen voor een periode van vier jaar. De inhoudelijke oordelen worden genomen door de Raad voor Cultuur, maar deze leiden tot niet meer dan adviezen. De staatssecretaris behoudt uitdrukkelijk het voorrecht af te wijken. Mocht de Raad haar beleidsvoornemens onvoldoende steunen, dan kan ze ingrijpen.

Uit de Cultuurnota 2005-2008 blijkt nu dat Van der Laan nauwelijks heeft ingegrepen. ,,Het overgrote deel van de toezeggingen in deze cultuurnota is gebaseerd op het advies van de Raad voor Cultuur'', schrijft ze. Terwijl er alle reden was tot correctie. Want wat wil Van der Laan? Dat bleek uit haar `beleidsbrief' Meer dan de som van november vorig jaar. Ze wilde de onrust vermijden die haar voorgangers in de kunstwereld veroorzaakten met persoonlijke eisen (zoals culturele diversiteit, een vast percentage Nederlands product). Kwaliteit was het uitgangspunt. Maar daarbij vroeg ze uitdrukkelijk om drie dingen: heldere keuzes, desnoods harde ingrepen, om versnippering en doublures tegen te gaan; meer bezuinigen op cultuurondersteunende dan op -producerende instellingen en regionale spreiding van cultuur. Het zijn wensen die vooral van bestuurlijke aard zijn en nauwelijks een politiek profiel opleveren, laat staan een visie op cultuur.

Dat gebrek aan gezicht werd benadrukt door de Raad, die haar wensen opzichtig negeerde: nauwelijks aandacht voor de regio, niet 5,7 maar 2,7 miljoen euro bezuinigen op ondersteunende instellingen en geen scherpe keuzes, maar een algemene korting op de duurste sectoren: musea, orkesten en opera. Er was alle kans voor Van der Laan iets recht te zetten. Maar dat laat ze na. Haar kritiek op raadsadviezen is spaarzaam en onderkoeld en blijft meestal zonder gevolg. Enkele regionale instellingen krijgen toch meer geld, enkele instellingen steekt ze de hand toe omdat ze van belang zijn voor de culturele diversiteit, maar bakens worden niet verzet. Vasthoudend is ze alleen in de bezuiniging op ondersteunende instellingen.

Typerend is haar scherpe kritiek op de raadsadviezen over de algemene korting op orkesten en operagezelschappen. Ze spreekt van onaanvaardbare bedrijfsrisico's en gefrustreerde ambities. Die woorden blijven zonder consequenties, want de kaasschaaf blijft. Wel wordt de korting teruggeschroefd van 4,3 naar 3 procent. Alsof dat geen ambities frustreert. Getalsmatig gezien profiteren veel instellingen, maar in feite is de aanpassing gering. De mogelijkheid om zelf scherpe keuzes te maken, door bijvoorbeeld de boegbeelden in deze sector te ontzien, laat ze aan zich voorbijgaan. Dat had heel goed gekund zonder aan het Thorbecke-woord te morrelen, namelijk onder verwijzing naar ruim bemeten loftuitingen van de raad. De andere door de raad geadviseerde, algemene korting, van 2,5 procent op musea, blijft ongemoeid.

Kortom, de staatssecretaris wil wat, krijgt het niet en laat het erbij.