Samen tegen terrorisme

Na de aanslag in Madrid heeft de bestrijding van terrorisme de hoogste prioriteit. Het kabinet vertrouwt op de bondgenoten.

Met een bloedige terroristische aanslag op eigen grondgebied is Nederland nog niet geconfronteerd. Toch heeft het kabinet dit jaar de strijd tegen het terrorisme tot hoogste prioriteit verheven in het buitenlands en defensiebeleid.

In de miljoenennota, waarin de beleidsvoornemens van het kabinet zijn samengevat, prijkt dit punt op de eerste plaats bij de doelstellingen op het gebied van vrede en veiligheid. Een jaar eerder gold de drastische omvorming van de eigen krijgsmacht nog als prioriteit nummer één.

De aanslagen in Madrid en elders in de wereld hebben het kabinet kennelijk tot andere inzichten gebracht. Terrorismebestrijding is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zeker voor een klein land als Nederland, dat maar over beperkte eigen middelen beschikt en voor een belangrijk deel is aangewezen op de samenwerking met grote bondgenoten.

Die onmacht van Nederland weerspiegelt zich ook in het bescheiden hoofdstukje dat in de begroting van Buitenlandse Zaken is gewijd aan dit onderwerp. Het staat bol van de verwijzingen naar samenwerking in EU- en NAVO-verband. Wie de passages over dit thema in de begroting voor 2005 naast die voor dit jaar legt ziet bovendien dat er weinig nieuwe ideeën zijn. Wel heeft de EU een actieplan aangenomen dat onder meer voorziet in betere samenwerking tussen inlichtingendiensten. Voorts is de Nederlander Gijs de Vries aangesteld als EU-coördinator voor de terrorismebestrijding.

Het kabinet spreekt de hoop uit dat het EU-plan met succes kan worden uitgevoerd. Veel hangt daarbij af van de uitwisseling van informatie van inlichtingendiensten. Daarvan is echter bekend dat die doorgaans weinig animo tot samenwerking hebben, tenzij de vragende partij zelf ook iets interessants heeft te bieden. De inlichtingendiensten van een klein land als Nederland hebben meestal betrekkelijk weinig te bieden.

De buitenlandse en binnenlandse terreurbestrijding lopen op veel terreinen in elkaar over. Al kort na de aanslagen van 11 september 2001 besloot het kabinet extra middelen ter beschikking te stellen van de veiligheidsdiensten en meer mensen met kennis van het Arabisch en andere talen in dienst te nemen. De AIVD krijgt echter de komende tien jaar te maken met een grote uitstroom van ervaren personeel, zo schrijft minister Remkes van Binnenlandse Zaken in zijn begroting. Remkes trekt daaarom extra geld uit voor het intern op peil houden van kennis en vaardigheid. Verder zijn reserveringen gemaakt om het internationale netwerk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten optimaal te kunnen benutten.

Nationale veiligheidsdiensten gaan verder de bemoeienis van vreemde mogendheden bij de ondersteuning van terrorisme in kaart brengen. Zulke activiteiten moeten worden gefrustreerd.

Met medewerking van Jos Verlaan