Ontwikkelingssamenwerking

WIE: A.M.A. van Ardenne (CDA)

WAT WIL ZIJ? De effectiviteit van de ontwikkelingshulp vergroten door een flexibele inzet van sociaal-economische, diplomatieke en eventueel ook militaire middelen.

HOE? Agnes van Ardenne lijkt zich na twee jaar op haar post minder te bekommeren om haar eigen `rijkje' dan haar voorgangers. Ze steunt de geïntegreerde aanpak van het kabinet van harte, ook als dat ten koste gaat van haar eigen begroting. Vrede en veiligheid, goed bestuur en mensenrechten, handel, armoede, milieu en migratie zijn immers nauw met elkaar verbonden, stelt het kabinet. ,,Alles hangt met alles samen`', vindt ook Van Ardenne. Haar concrete beleidsvoornemens hangen samen met de zogeheten Millennium-doelstellingen van de VN. Die beogen de armoede in de wereld in uiterlijk 2015 met de helft terug te brengen. In verband hiermee wil van Ardenne in de periode tot 2007 het budget voor de bestrijding van aids, tbc en malaria verdubbelen. In 2007 moet voorts 0,1 procent van het bbp, dat wil zeggen een achtste van haar begroting, worden besteed aan water en milieu. Daarnaast wil ze dat 15 procent van haar budget tegen die tijd wordt besteed aan onderwijs. Bovendien wil ze dat de helft van de gelden die ze voor bilaterale hulp heeft naar zwart Afrika gaat.

WAT IS ER AL GEBEURD? De minister heeft zich sterk gemaakt voor het oprekken van de criteria van de OESO voor ontwikkelingssamenwerking. Van Ardenne betoogt dat in crisishaarden zo snel mogelijk een zekere mate van rust nodig is om met ontwikkelingswerk te kunnen beginnen. Daarom is het volgens haar nuttig niet alleen noodhulp te geven maar in sommige crises ook te faciliteren bij vredesoperaties, op kosten van Ontwikkelingssamenwerking. Mede hierom heeft het kabinet een zogeheten stabiliteitsfonds in het leven geroepen. De OESO heeft de criteria iets verruimd, onder meer om de inzet van kindsoldaten te bestrijden, maar wil nog niet zover gaan als Van Ardenne.