Ontvoeringsindustrie in Irak bloeit

Shi'itische ontvoerders in Irak sparen hun gijzelaars doorgaans. Sunnitische extremisten niet. Verder is de situatie hoogst onduidelijk.

Gijzelaars van shi'itische groepen in Irak hebben tot dusverre geluk. Die komen doorgaans met de schrik vrij. Gisteren werden 18 ontvoerde soldaten van de Iraakse Nationale Garde – het leger voorzover dat voor binnenlandse taken wordt gebruikt – vrijgelaten. Een groep die zich de Mohammed bin Abdullah Brigades noemde had gedreigd hen te vermoorden als de autoriteiten een opgepakte medewerker van de opstandige geestelijke Muqtada Sadr niet lieten gaan. Maar Sadr eiste dat de gijzelaars meteen werden vrijgelaten. Het is zijn belang als politicus in spe om als een verantwoordelijk leider over te komen. De Brigades gehoorzaamden.

Maar gijzelaars in handen van sunnitische extremisten moeten voor hun leven vrezen. Tawhid wal Jihad (Monotheïsme en Heilige Oorlog) van de Jordaanse terrorist Abu Musab al-Zarqawi, Jaish Ansar al-Sunna (het Leger van de Metgezellen van de Sunna) en het Islamitisch Leger in Irak, om er maar een paar te noemen hebben, er geen enkele moeite mee hun gevangenen te vermoorden. Zij hebben niets te verliezen. Met gruwelijke beelden van onthoofdingen, zoals gisteren die van de Amerikaan Eugene Armstrong, en andere moordvormen op internet zetten zij kracht bij aan hun eisen. Meestal gaat het daarbij om oproepen aan buitenlandse regeringen en bedrijven om hun activiteit in Irak te staken, maar ook wordt er gewoon geld geëist. Wie de voorwaarden inwilligt, krijgt zijn mensen terug. Een Turks transportbedrijf staakte vanochtend zijn activiteit in Irak om tien gegijzelde vrachtwagenchaufeurs te redden.

De ontvoeringsindustrie bloeit omdat de eisen vaak worden ingewilligd, rebellen en criminelen overal hun vrijplaatsen hebben, de bevolking in het algemeen niet geneigd is de Amerikaanse troepen te tippen en de Iraakse veiligheidsdiensten nog steeds weinig voorstellen. Er blijven berichten komen over het overlopen van door de Amerikanen opgeleide Iraakse politiemannen en soldaten, zoals vorige week toen meer dan 150 Iraakse soldaten plus de lokale politiechef deserteerden bij het offensief tegen rebellen in de noordelijke stad Tal Afar. Het Amerikaanse magazine Time schreef deze week over een Amerikaans trainingskamp, India Base, bij het rebellenbolwerk Falluja waar de mariniers beseffen dat ze ook vijandelijke strijders opleiden. De sergeants zeggen spottend dat ze T-shirts gaan maken met de tekst `India Base: Amerika's enige officieel toegestane opleidingskamp voor terroristen', aldus Time.

Af en toe wordt er, zoals zondag in het noorden en gisteren in het zuidelijke Basra, een plaatselijke groep ontvoerders opgerold die voor geld Irakezen gijzelt – buiten de schijnwerpers van de publiciteit worden er veel meer Irakezen dan buitenlanders ontvoerd. Maar ontvoerders van buitenlanders gaan tot dusverre allemaal vrijuit.

Wie die daders precies zijn, is nauwelijks bekend. Gespeculeerd wordt dat gewone misdadigers ontvoeren en hun buit doorverkopen aan de meestbiedende extremisten. Steeds nieuwe namen duiken op bij claims van ontvoerders: de `Gemeenschappelijke Operaties tegen Spionnen en Agenten', de `Brigade van de Verschrikking van het Geheime Islamitische Leger', de `Brigades van Goddelijke Wraak'. Tijdens de Libanese gijzelingscrisis in de jaren tachtig gaven dezelfde groepen zich steeds andere namen; soms ging het om verschillende facties van één overkoepelende organisatie.

Iraakse en Amerikaanse politici wijzen als het gaat om het geweld in Irak in het algemeen en de ontvoeringen in het bijzonder naar een hoofdrol van buitenlandse terroristen, zoals de Jordaniër Zarqawi. Maar een hoge Amerikaanse functionaris gaf deze week nog tegenover persbureau AP toe dat ,,een heel, heel klein aantal'' van de rebellen buitenlanders zijn die aan Zarqawi en/of Al-Qaeda zijn gelieerd. Hij zei dat de veiligheidssituatie in het land zonder de buitenlandse extremisten niet veel anders zou zijn dan nu.

    • Carolien Roelants