Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

WIE: M.J.A. van der Hoeven (CDA)

WAT WIL ZIJ? Aantal voortijdig schoolverlaters met een derde verminderen. Scholen veiliger maken. Het vmbo verbeteren. Meer vrijheid voor scholen. Meer bèta- en techniekstudenten en een efficiëntere besteding van het hogeronderwijsbudget.

HOE? Veel scholieren vallen uit in het vmbo en mbo, omdat het onderwijs onder de maat is en de scholen in de grote steden soms onveilig zijn. Van der Hoeven steekt daarom vijftig miljoen euro in het verbeteren van de veiligheid op school. Het geld om de onderwijsachterstanden weg te werken zal meer ten goede komen aan vmbo-scholieren in de steden. Honderd miljoen euro komt vrij om meer leraren voor de klas te krijgen. Scholen krijgen ook meer vrijheid om zelf het onderwijs vorm te geven. Het aantal kerndoelen eisen waaraan een leerling aan het einde van zijn schoolcarrière moet voldoen gaat omlaag. Vanaf 2006 krijgen scholen een eigen budget, de lumpsum. Komend jaar is daar al 57 miljoen euro voor.

Bezuinigd wordt met name in het hoger onderwijs. Het collegegeld gaat met honderd euro omhoog, de bekostiging voor studenten buiten de EU houdt op, net als die voor mensen die na hun dertigste beginnen met een studie. Een deel van dit geld gaat naar het stimuleren van toponderzoek. Ook bezuinigt het kabinet honderd miljoen euro op het gemeentelijk budget om achterstanden bij allochtone leerlingen weg te werken. Het geld voor achterstanden wordt bovendien anders verdeeld: niet langer is de etnische achtergrond een criterium voor geld dat een school krijgt, maar de gemeten achterstand.

WAT IS ER AL GEBEURD? Met het extra budget van 185 miljoen euro is onder meer het Innovatieplatform betaald, waarin overheid, bedrijfsleven en instellingen samenwerken voor de kenniseconomie. Met een bedrag van 71 miljoen euro is het lerarentekort bestreden. Met succes, want het aantal vacatures is gehalveerd naar een landelijk gemiddelde van ongeveer 1.200.