Litanie van zwakke schilderijen

Franse kunst heeft geen goede naam in Nederland. Zoals Nederlandse kunst in het buitenland vaak wordt afgedaan als subsidiekunst, worden de Franse artistieke producten hier ten lande al snel beschouwd als zelfingenomen, conceptueel en overdadig filosofisch. Roep `Franse kunst' en de meeste beschouwers zien een kunstenaar voor zich die zich eerst met een ernstige blik door een zompig moeras van Derrida-Lacan-Baudrillard-teksten ploegt voor hij een penseel of camera durft vast te pakken.

Alleen om die reden al is het opmerkelijk dat het GEM in Den Haag nu een tentoonstelling organiseert van de Franse kunstenaar Bruno Perramant (1962). Opvallend, niet alleen omdat De tuin der lusten `worldwide' Perramants eerste museale solo is, maar vooral omdat Perramants grote tentoonstelling (zeker 120 schilderijen) glunderend voldoet aan alle Franse kunstcliché's – al na een paar doeken klauteren de werkelijkheden als bronstige olifanten over elkaar. Daarbij is er één werkelijkheid dominant: die van (moderne) beeldcultuur.

Perramant maakt niet alleen schilderijen die zijn gebaseerd op voorgangers als Hiëronymus Bosch, Picasso (Les Demoisselles d'Avignon) en Manet (Olympia), hij schildert ook aftitelingen van films na, foto's uit tijdschriften (Catwoman) en zelfs een beeldensequentie van een open-hartoperatie op televisie – en dat hangt hij het liefst allemaal door elkaar op. Zo biedt hij de toeschouwer de gelegenheid naar hartelust te speuren, te associëren en over de kenbaarheid van de werkelijkheid te twijfelen. De chaos van het hedendaagse leven, gevangen in schilderijen.

Natuurlijk leidt dat meteen tot de vraag wat Perramant heeft toe te voegen aan die chaos, die eenieder tenslotte dagelijks om zich heen kan ervaren. Het antwoord daarop is niet anders dan zijn manier van schilderen, zijn stijl – en daar beginnen de problemen. Want ondanks (of misschien wel dankzij) zijn filosofische bagage is Perramant een opvallend middelmatige schilder. Voor de keuze van z'n beelden leunt hij zwaar op foto's; soms monteert hij daar wat mee of vervaagt hij wat, maar zijn voornaamste ingreep bestaat er uit dat hij die foto's ruw of slordig naschildert – veel van zijn doeken wekken een ongeïnteresseerde, lukrake indruk. Dat kun je als toeschouwer natuurlijk beschouwen als een onderdeel van het concept: de kunstenaar die werkelijk twijfelt moet die twijfel ook op zijn eigen werk durven betrekken. Maar bij Perramant werkt het niet. Tijdens het bekijken van De tuin der lusten viel het me op dat ik vooral aan Luc Tuymans moest denken. Diens oeuvre staat bol van dezelfde paradoxen en werkelijkheidsgoochelarijen als dat van Perramant, maar Tuymans durft die twijfels recht in het gezicht te kijken om er vervolgens overweldigende en onontkoombare schilderijen mee te maken. Want Tuymans heeft het lef de kunst tot `laatste' werkelijkheid uit te roepen. Wat moet je anders, als kunstenaar?

Maar precies voor die stap mist Perramant de kracht. De Fransman is zo tevreden met z'n eigen twijfelconcept dat hij oprecht lijkt te geloven dat het maken van zwakke schilderijen een serieuze artistieke stellingname is. Als toeschouwer word je ondertussen geconfronteerd met een lange litanie van middelmatige doeken, gemaakt door een schilder die niet in z'n eigen medium gelooft. Waardoor je met lege handen achter blijft.

Tentoonstelling: Bruno Perramant, De tuin der lusten. GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di t/m zo 12-20u. T/m 7 nov.

    • Hans den Hartog Jager