Hockeybond kiest met Oltmans voor veiligheid

Met de keuze voor Roelant Oltmans als bondscoach en technisch directeur valt de hockeybond terug op een beproefd recept.

Zijn voorganger Terry Walsh zat nog stevig in het zadel of zijn naam lag al op ieders lippen: Roelant Oltmans. Hij en niemand anders zou na de Olympische Spelen in Athene de opvolger worden van de tussenpaus uit Perth. Geen twijfel mogelijk.

Het was dat hij vorig najaar, na de revolte tegen de als `onbekwaam' afgeschilderde Joost Bellaart, al zijn jawoord aan Pakistan had gegeven, omdat de gewezen succescoach dolgraag nog eens een buitenlands avontuur wilde beleven. Anders was hij in de aanloop naar `Athene' al teruggekeerd op het oude nest.

Andere, geschikte kandidaten zijn in eigen land in geen velden of wegen te bekennen, luidt een veelgehoorde mening in hockeykringen. En bovendien: heeft de trainer-coach met de veelzeggende bijnaam Goldmans in de jaren negentig niet bewezen een geslepen tacticus te zijn? Zijn erelijst spreekt boekdelen: één olympische en twee wereldtitels (mannen en vrouwen) en twee Champions Trophy's.

Het laatste is waar, het eerste maar ten dele. Andere, geschikte kandidaten zijn wel degelijk voorhanden, al is de spoeling dun. Maar het koningskoppel Roger van Gent/Toon Siepman van Oranje Zwart staat op het bondsbureau niet hoog in aanzien. De gedachte van het naar voren schuiven van een gelouterde oud-international (Marc Delissen, Jacques Brinkman), zoals de zo vaak als conservatief bestempelde voetbalbond onlangs wel deed met Marco van Basten, stond de hockeybond (KNHB) al helemaal niet aan. Vrouwenbondscoach Marc Lammers (35) wordt te jong en (dus nog) te licht bevonden.

Dat laatste geldt ook voor Michel van den Heuvel. De loyale assistent die eerst onder Bellaart diende en vervolgens onder Walsh de bui al voelde hangen, en toen hoofdklasser Bloemendaal zich in april meldde, wist de oud-speler en voormalige coach van Oranje Zwart niet hoe snel hij moest toehappen. Op een promotie à la Maurits Hendriks, de voormalig assistent van Oltmans, hoefde hij niet te rekenen.

Hockey mag zich graag profileren als een vooruitstrevende en dynamische tak van sport. Een sport die de laatste jaren gedurfde regelwijzigingen (afschaffing buitenspel, vliegende wissel) doorvoerde, in een (geslaagde) poging de inzichtelijkheid ook voor de leek te vergroten. Een sport ook die in rap tempo is geprofessionaliseerd, en die voorop loopt als het gaat om het gebruik van technologie.

Maar gewaagd kan de aanstelling van Oltmans (50) niet worden genoemd. Het is vooral een veilige keuze, gebaseerd op het verleden. En ingegeven door de noodzaak om na zeven jaar weer eens serieus werk te maken van het lange-termijnbeleid. Vandaar de dubbelrol die Oltmans toebedeeld heeft gekregen: bondscoach én technisch directeur. Hij moet structuur aanbrengen in het overleg met de clubcoaches, ruggespraak houden met de begeleiders van de nationale jeugdteams en de scholing van oefenmeesters een welkome, nieuwe impuls geven.

Zelfs bondsvoorzitter André Bolhuis ontkwam gisteren niet aan de conclusie dat de bond op technisch vlak een lichtzinnige koers heeft gevaren. Sinds de breuk met Gijs van Heumen, in juni 1997, was het bewaken en het uitstippelen van de lange-termijnvisie bijzaak. Een taak die de bondscoach `er wel eventjes bij kon doen'. Hendriks verstond die kunst, zijn opvolger Bellaart niet. Sterker: de koppige Zeeuw nam, met instemming van de bond, zoveel hooi op zijn vork dat het zijn ondergang werd.

Een vlotte inventarisatie leerde gisteren dat bij de achterban alom begrip bestaat voor ,,de logische maar weinig creatieve en conservatieve keuze'' voor Oltmans. In zijn voordeel pleit dat hij over anciënniteit beschikt en een garantie is voor stabiliteit. En als de selectie ergens behoefte aan heeft, zo kreeg Bolhuis vorige week te horen van drie internationals (Guus Vogels, Geert Jan Derikx en Teun de Nooijer), dan zijn het wel die twee eigenschappen. De tumultueuze en roemloze aftocht van Bellaart ligt nog te vers in het geheugen.

Maar de dubbelrol van de oud-gymnastiekleraar uit Oegstgeest roept ook vragen op. Het een (technisch directeur) zou het ander (bondscoach) wel eens in de weg kunnen zitten, zoals Thijs Libregts en Louis van Gaal ooit bij de voetbalbond ondervonden. ,,Ik kijk elke dag in de spiegel'', zo verweerde Oltmans zichzelf gisteren. Bovendien heeft hij ,,een bekwaam bestuur'' dat over zijn schouders meekijkt.

Maar ook als bondscoach staat Oltmans voor een hels karwei. Het afscheid van vier gezichtsbepalende internationals (Erik Jazet, Jeroen Delmee, Bram Lomans en Marten Eikelboom) weegt zwaar. Meer dan ooit zal de ploeg teren op de ingevingen van sterspeler De Nooijer. Wie de recente prestatiecurve van Jong Oranje (achtste bij WK, derde bij EK) beziet, wordt ook niet vrolijk.

Niet voor niets stagneert de toestroom van jeugdig talent, mede omdat in de hoofdklasse meer en meer (middelmatige) spelers uit het buitenland onderdak vinden. Tijdens een forumdiscussie op het bondsbureau sprak Herman Kruis, trainer-coach van landskampioen Den Bosch (vrouwen), gisteravond namens vele collega's toen hij opriep tot waakzaamheid. ,,Want op sleutelposities spelen tegenwoordig steeds vaker buitenlanders, en dat is zorgelijk met het oog op de eigen jeugd en dus op de toekomst.''

    • Mark Hoogstad