Het Irak-debat is eindelijk begonnen

De Democratische presidentskandidaat John Kerry heeft zijn stem weer gevonden. Bush nam ,,catastrofale beslissingen'' inzake Irak. Het is nu een duel van man tot man geworden.

Het is september en opnieuw gaat president George W. Bush naar de Verenigde Naties. Net als in het najaar van 2002, voordat hij Irak de oorlog zou verklaren. Dit keer is het gebouw van de volkerenorganisatie vrijwel uitsluitend een pleisterplaats op een binnenlandse verkiezingstournee.

De president zal spreken over nut en noodzaak van zijn missie in Irak, een dag nadat zijn Democratische uitdager John F. Kerry hem in de zelfde stad beschuldigde van ,,een serie catastrofale beslissingen'' inzake Irak en het structureel ,,niet vertellen van de waarheid aan het Amerikaanse volk''.

De wereld mag meeluisteren, en kan ook niet meer doen dan getuige zijn van het Amerikaanse Irak-debat dat nu pas, zes weken voor de presidentsverkiezing, in volle hevigheid is losgebarsten. Na weken schemergevechten over ieders rol in die andere traumatische Amerikaanse oorlog – die in Vietnam – gaat het alsnog over de toekomst van Amerika's huidige nachtmerrie.

Senator Kerry heeft er lang over gedaan voordat hij zijn stem had gevonden. Praat toch over de binnenlandse economie, daar heeft Bush niets om mee te pronken. Zo luidde de eerste ronde advies van stuurlui aan de wal nadat Kerry in augustus zijn krappe voorsprong was ontnomen door deels leugenachtige aanvallen op zijn integriteit als Vietnam-held.

Kerry schakelde over op gezondheidszorg, werkloosheid en het sappelen in de oude industriestaten. Het werkte niet. De `post-Vietnam' schade aan Kerry's imago als geloofwaardig alternatief opperbevelhebber gaf president Bush de kans te demarreren met het punt waar hij eerder in het jaar het meest kwetsbaar op leek te zijn: de dramatisch uit de hand lopende post-conflict-oorlog in Irak.

Opiniepeilingen van de laatste weken geven aan dat George W. Bush weer tien tot twintig procent voorligt op Kerry waar het gaat om het `kunnen oplossen van de situatie in Irak' en `de oorlog tegen het terrorisme'. Gevoegd bij een herwonnen aanzien als de aardigste van de twee (`met wie zou u het liefst in een café een pilsje drinken?') heeft de geheelonthouder Bush een gewonnen race op zak. Op twee voorwaarden: dat hij de realiteit in `Mess O'Potamië' tot verkiezingsdag 2 november aan het zicht weet te onttrekken en de angstfactor op peil houdt. De `soccer moms' van 2000 zijn opgevolgd door de `security moms' van 2004.

Daarom restte John Kerry niets anders dan terug te keren naar het strijdterrein waar de Republikeinen zich het sterkst voelen, de oorlog. Daarom voer hij gisteren in een grote toespraak aan New York University met alle kracht uit tegen een president die inzake Irak ,,te veel beloofde en te weinig presteerde'', die ,,alle beslissingen verkeerd nam'', die ,,arrogantie paarde aan incompetentie''. Als conclusie van zijn ingebrekestelling constateerde Kerry dat ,,de president niemand aan zijn verantwoordelijkheid heeft herinnerd, ook zichzelf niet''. ,,De enigen die moesten vertrekken waren degenen die de waarheid hadden gesproken''.

De Bush-campagne liet er geen gras over groeien. De medewerkers van de president bekeken de toespraak 's morgens op de televisie en schreven aan boord van het presidentiële vliegtuig de aanvalszinnen waarmee de president 's middags in New Hampshire terugsloeg. Nadat hij weken makkelijk in zijn vel had gezeten, was Bush voor het eerst aan te zien dat het nu een duel van man tot man is geworden.

,,Vandaag heeft mijn tegenstander opnieuw gedaan waar hij het best in is: nieuwe varianten bedenken op eerdere tegenstrijdige opvattingen over Irak.'' Volgens Bush had Kerry nu de positie ingenomen die hij in december nog aan zijn Democratische uitdager Howard Dean verweet, tegen het gewapend ingrijpen in Irak. De Kerry-campagne verweet Bush daarop regelrechte misleiding.

Kerry noemde `Irak' een grote afleiding van de oorlog tegen het terrorisme. Hij had als senator destijds vóór gewapend ingrijpen gestemd om de president in staat te stellen maximale druk op Saddam uit te oefenen. Het hem gegeven vertrouwen had Bush beschaamd. De Amerikanen werden niet als bevrijders bejubeld, de Amerikaanse vredesstrijdmacht was veel te klein, zoals landmachtcommandant Shinseki had voorspeld, voordat hij moest vertrekken.

Bush verweet Kerry dat hij 43 dagen vóór de verkiezingen de zelfde aanpak had voorgesteld die de regering al toepast. Kerry somde op hoe kolossaal de onveiligheid en de achterstand met de wederopbouw in Irak waren. Hij pleitte opnieuw voor het internationaliseren van beveiliging en reconstructie van Irak. En dat is waar partijdige en ongebonden deskundigen in Amerika zeggen dat Kerry evenmin een geloofwaardige aanpak heeft als president George Bush.

Terwijl Republikeinse buitenlandwoordvoerders Kerry verweten dat hij de oorlog in Irak halsoverkop in de steek wil laten, schreef de vaak goed ingevoerde conservatieve columnist Robert Novak gisteren dat in het Witte Huis al wordt overwogen de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Irak. Dat wil zeggen: na de verkiezingen, zowel die in de Verenigde Staten als in Irak (januari 2005).

Het Nationale Veiligheids-team van een tweede regering-Bush zou het daar over eens zijn. Novak speculeert over Paul Wolfowitz op defensie (waar hij nu onderminister is), Condoleezza Rice (de huidige Nationale Veiligheidsadviseur) op buitenlandse zaken, en Rice's huidige twee man, Stephen Hadley, als nieuwe Veiligheidsadviseur. De opvatting van president Bush wordt in dit verhaal niet vermeld.

De ironie is dat Bush in deze versie eerder de troepen zou terugbrengen dan Kerry, die voor een politieke uitdager een uitzonderlijk verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag legt voor de problemen die zijn eventuele voorganger heeft gecreëerd. Hij spreekt er waardig over, in steeds fellere bewoordingen, maar zijn gehoor voelt nog niets trekken rond de ruggengraat.

Voor de meeste Amerikanen is dit verharde gevecht op eigen bodem moeilijk te koppelen aan de realiteit van dood en verderf in Bagdad of een feitelijke wapenstilstand in Falluja. Voorlopig volstaan grootse verwijzingen naar `democratie' door president Bush en verwijten van `misleiding, misrekening en mismanagement', steeds klemmender geformuleerd door uitdager Kerry.

Zolang de vraag `Met wie neemt u er nog één?' de enige blijft waar bijna iedere Amerikaan een antwoord op heeft, zit George W. Bush op rozen.

    • Marc Chavannes