Een tuin op het dak

Begroeide daken kunnen niet alleen milieuvoordelen hebben, ook uit esthetische overwegingen zijn dit soort daken aantrekkelijk. Met een beetje handigheid is het eigen dak om te toveren tot een vegetatiedak.

Het grootste grasdak van Nederland dat vanaf de openbare weg goed te bezichtigen is, is waarschijnlijk dat van de Universiteitsbibliotheek van Delft. Hier gaat een aangrenzend horizontaal grasveld bijna onmerkbaar over in het schuine dak dat met 1.000 vierkante meter wel zo groot is als een half voetbalveld. Hoewel de volksmond vaak praat over grasdaken, zijn er ook vegetatiedaken die begroeid zijn met vetplanten, struiken en zelfs bomen. Een van de grotere voorbeelden hiervan is het dak van een parkeergarage van 1.350 vierkante meter aan de Burgemeester Patijnlaan in Den Haag.

Het voordeel van een begroeid dak is groot. Zo biedt de laag aarde en de beplanting bescherming tegen te grote temperatuurwisselingen, in de winter houdt het dak de warmte vast, in de zomer voorkomt het oververhitting.

Ook voor de levensduur van de dakconstructie zelf is de relatief constante temperatuur gunstig. Het gazon of de beplanting heeft een bufferende functie voor regenwater, wat de overbelasting van rioleringen voorkomt, vegetatiedaken kunnen leiden tot schonere buitenlucht en een begroeid oppervlak kan helpen het verkeerslawaai te dempen. Wanneer een vegetatiedak in een lawaaierige omgeving is toegepast, zoals bij de geluidswalwoningen in de wijk Oudelandshoek in Dordrecht, dan valt er binnenshuis een aanzienlijke geluidsisolatie te behalen, met reducties tot 50 dB.

In tegenstelling tot andere landen heeft ons land betrekkelijk weinig begroeide daken. Amsterdam heeft bijvoorbeeld 80.000 tot 100.000 vierkante meter groene daken, steden van vergelijkbare omvang als Stuttgart en München komen met respectievelijk 1.200.000 en 1.300.000 vierkante meter minstens tien keer hoger uit. Voor de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam (020-552 79 27) is het grote areaal ongebruikt dakoppervlak in de hoofdstad aanleiding geweest om een handleiding te publiceren waarin staat hoe de aanleg van een daktuin betrekkelijk eenvoudig in zijn werk kan gaan. Overigens beperkt deze `Handleiding daktuinen' zich tot platte daken.

Wie een vegetatiedak wil aanleggen, moet zich allereerst afvragen of het de bedoeling is dat mensen op het dak kunnen lopen of niet. Bij niet-beloopbare daken valt onderscheid te maken tussen een overgroeid dak met klimplanten die vanaf het maaiveld tot over de daken groeien, een ecologisch dak met een voedingsbodem (substraat) voor spontane flora en als derde optie het sedumdak met vetplantjes, dat weinig onderhoud vraagt en dat ook op hellende daken is toe te passen.

Bij beloopbare daken liggen de eisen hoger, maar de mogelijkheden nemen ook toe. De begroeiing kan variëren van gras, potplanten, klimplanten, struiken en bomen, bij grote dakoppervlakken is ook de aanleg van parkjes en kantoortuinen mogelijk, eventueel met vijvers.

De aanleg van een vegetatiedak betekent meestal een extra belasting voor het dak. Afhankelijk of er van een dunne of dikke dakbedekking sprake is, gaat het om 30 tot 900 kg/m². Bij het toepassen van hoge bomen en struiken moet de ontwerper van de daktuin rekening houden met de eventuele windbelasting. Een laag sneeuw zal door een daktuin weinig extra ballast veroorzaken, maar bij regen kan wateraccumulatie plaatsvinden. Om onnodige opeenhoping van water te voorkomen moeten de overlaten in de dakrand niet te hoog zijn aangebracht. Bij beloopbare daken zullen personen een belasting van circa 100 kg/m² over 10 vierkante meter uitoefenen.

In veel gevallen zal de aanleg van een begroeid dak dan ook vragen om een versterkte dakconstructie. Als een dak is opgebouwd uit balken met daarop een houten beschot is het mogelijk extra balken tussen de bestaande balken aan te brengen.

Bij een stalen dak op stalen spanten ligt de zaak moeilijker. Dit soort daken heeft van zichzelf al een groot gewicht, zodat het aanleggen van een zware daktuin niet mogelijk lijkt zonder de fundering aan te passen. Bij een betonnen dak zijn geen funderingsproblemen te verwachten omdat het gewicht van de dakconstructie relatief laag is. Versterking van het dak is mogelijk door het storten van een extra gewapende betonlaag. Prefab betonplaten met daarop isolatie en bitumineuze dakbedekking hebben over het algemeen extra draagkracht. Versterking is ook hier mogelijk door het aanbrengen van een laag beton.

Een begroeid dak moet opgebouwd zijn uit verschillende elementen. In het handboek `Begroeide daken in Nederland' maken de aan de TU Delft verbonden Peter Teeuw en Christoph Ravesloot onderscheid tussen onder meer de onderdelen: het levend dek, het windvlies, de substraatlaag, het filtervlies, de drainagelaag, antischuifelementen, beschermlaag, wortelkerende laag, en – als belangrijkste – de waterkerende laag. Wanneer er lekkage optreedt door beschadiging van de waterdichte laag is reparatie immers lastig. Onder meer bij professionele dakdekkerbedrijven zijn speciale folies verkrijgbaar die de kans op lekkage verkleinen. Ook de wortelkerende laag is van groot belang. Deze moet jarenlang de dakconstructie beschermen tegen het mogelijk doordringen van de wortels. Kunststof folies, dakbedekkingsmaterialen met een metaallaag of constructies met een luchtspouw, zodat de wortels afsterven, zijn mogelijke oplossingen.

Wie wat betreft begroeiing goedkoop uit wil zijn, is het beste uit met een ecologisch niet-beloopbaar dak. Uitgangspunt is dat de vegetatie vanzelf op natuurlijke wijze zal gaan groeien, een drainlaag is niet nodig. Een vegetatiemat met grassen en kruiden heeft een substraatpakket van 10 tot 15 cm dikte nodig, met name omdat het gras snel verdort en dan makkelijk kan branden. Bij beloopbare grasdaken moet het substraatpakket nog dikker zijn, tot wel 20 cm. Bodembedekkers vragen om een substraatlaag van 20 tot 30 cm, lage struiken hebben 30 tot 45 cm grond nodig, struiken van 2 tot 5 meter laten hun wortels tot 70 cm in de bodem zakken, een boom vraagt, afhankelijk van het soort, een diepte van minstens 80 cm en een hoeveelheid grond van 10 tot 200 kubieke meter.

Er valt in het algemeen onderscheid te maken tussen intensieve en extensieve beplanting, afhankelijk van het benodigde onderhoud. Het boek van Teeuw en Ravesloot biedt een handig overzicht van veel gebruikte plantensoorten op vegetatiedaken.

Overigens valt op de vermeende milieuwinst van vegetatiedaken wel het een en ander af te dingen. Volgens het Nationaal Dubocentrum ligt de milieuwinst van begroeide daken vooral in het gebruik van minder materiaal voor de dakconstructie, er vindt besparing van water plaats en de belevingswaarde van de gebouwde omgeving neemt toe. De grootste milieuwinst haalt het vegetatiedak met sedumplantjes, maar doordat het dak dun is blijft de veelgeroemde isolerende werking van het begroeide dak verwaarloosbaar.

Het dikke vegetatiedak met een zware laag aarde met struiken en bomen kan, afhankelijk van de samenstelling van de laagopbouw, wel een bijdrage aan de warmte-isolatie leveren. In dit geval is voor de constructie meer materiaal nodig, bovendien zal een dik vegetatiedak niet zonder kunstmatige bevloeiing kunnen, wat een deel van de milieuwinst weer teniet doet.

    • Rijkert Knoppers