Aids-test verplicht na geweldpleging

Minister Donner (Justitie, CDA) wil een verplichte aids-test invoeren voor verdachten van zeden- en andere geweldsmisdrijven.

Slachtoffers en de officier van justitie kunnen een dergelijke test binnen 72 uur van de verdachte eisen. Donner kondigt in de vandaag gepresenteerde begroting van het ministerie van Justitie aan dat hij daartoe volgend jaar een wetsvoorstel zal indienen.

De discussie over verplichte aids-tests speelt al sinds 1988, toen de zogeheten commissie-Meijers toenmalig minister Sorgdrager van Justitie adviseerde om dat bij seropositieve verdachten mogelijk te maken. Nu kan een dergelijke test alleen worden opgelegd na een civiele procedure.

Eind 2002 bracht minister Donner al een wetsvoorstel in de ministerraad om dergelijke tests mogelijk te maken. Naar aanleiding van een advies van de Raad van State hield hij vervolgens het wetsvoorstel aan, omdat het onduidelijk is of op korte termijn ook een hiv-besmetting bij het slachtoffer vast te stellen is.

Justitie onderzoekt nu in samenwerking met het Nederlands Forensisch Instituut of er methoden zijn om die besmetting ook daadwerkelijk op korte termijn vast te stellen. Zodra daarover duidelijkheid is, zal Donner het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad brengen en vervolgens voor behandeling naar de Tweede Kamer sturen.

Verplichte aids-tests zijn niet alleen in het belang van het slachtoffer, maar ook voor de opsporing. De uitslag van zo'n test kan de mogelijkheid bieden voor het openbaar ministerie om de aanklacht tegen een verdachte uit te breiden met bijvoorbeeld zware mishandeling.

In haar advies aan minister Sorgdrager stelde de commissie-Meijers indertijd al dat het niet nodig is om besmetting met het hiv-virus apart op te nemen in het Wetboek van Strafrecht. Als er sprake is van besmetting kan het openbaar ministerie al optreden door zware mishandeling in de aanklacht op te nemen of, in geval van een zedendelict, die besmetting aan te merken als strafverzwarende omstandigheid.